Hebban vandaag

Interview /

Rian Visser gelooft in digitaal én in papier

door Lindy de Jong 2 reacties
Boeken en verhalen schrijven en vormgeven, de bijbehorende interactieve apps ontwikkelen en digitale lessen maken en geven: Rian Visser doet het allemaal. Hebban vroeg haar naar haar visie op lezen en het digitale tijdperk. ‘Digitaal kan voor sommige kinderen een heel goede opstap zijn naar papieren boeken.’


Sinds 1998 schrijft Rian Visser kinderboeken. Daarvóór studeerde ze Grafische Vormgeving en begon daarna haar eigen ontwerpbureau waar ze zich voornamelijk met boeken bezighield. Al gauw begon ze zelf met schrijven, voornamelijk voor kinderen die net leren lezen of daar moeite mee hebben. Om haar boeken te ondersteunen en de leesontwikkeling te stimuleren houdt Visser zich ook bezig met het maken van bijbehorende apps en digitale lessen.  

In 2013 ontving Rian dan ook de Achmea Persoonlijkheidsprijs voor haar strijd tegen laaggeletterdheid. Dat gebeurde in het kader van de Week van de Alfabetisering in het bijzijn van Prinses Laurentien en mevrouw Jet Bussemaker, minister van OCW.  

Creatief, technisch en tijdrovend
Visser maakt veel van de apps bij haar boeken zelf: ‘De meeste apps heb ik zelf uitgegeven met mijn eigen uitgeverij Books2download. Alleen Nippertje is door een andere uitgever gemaakt. Sommige apps heb ik zelf in elkaar gezet, andere apps heb ik samen met een animator en programmeur gemaakt. Timo en het toverboek was mijn eerste app en is nog steeds een van de meest interactieve prentenboekapps in ons taalgebied. Alle apps zijn gemaakt met een papieren boek als basis. De animaties zijn gemaakt door de illustraties van het papieren boek te bewerken.  

Een groot voordeel van apps is dat je ook beweging, geluid en interactie kunt toevoegen. Je kunt de lezer bij het verhaal betrekken door hem dingen te laten aantikken of keuzes te laten maken. Voor kinderen met een taalachterstand zijn digitale prentenboeken daarom vaak beter te begrijpen dan papieren prentenboeken. Ouders die slecht Nederlands spreken kunnen met deze boeken toch samen met hun kind van voorlezen genieten. Je moet wel oppassen dat je deze boeken niet onnodig volpropt met animaties en geluiden. Deze dingen moeten functioneel zijn en het verhaal ondersteunen; anders raken kinderen er juist van in de war.’  

Je doet ontzettend veel: boeken en verhalen schrijven, vormgeven, apps en digitale lessen ontwikkelen. Welke vorm van creëren heeft jouw voorkeur? 
‘Schrijven is mijn grootste drijfveer. Boekvormgeving vind ik leuk ter afwisseling en het is handig om vormgever te zijn zodat ik mijn eigen ideeën kan uitwerken. Ik heb ook veel affiniteit met het onderwijs en bedenk graag lessuggesties. Deze lessen probeer ik zelf uit, bijvoorbeeld tijdens schoolbezoeken. Daarna maak ik er een digitale les van, zodat leerkrachten deze lessen zelf kunnen geven. Zo hoef ik niet elke dag op pad om scholen te bezoeken en heb ik toch een groot bereik. Mijn lessen worden veel gedownload en ik geniet enorm van de positieve reacties van kinderen en leerkrachten.  

Eén van de leukste projecten die ik doe is Raadgedicht. Een raadgedicht is een gedicht waarin een woord ontbreekt. De kinderen kruipen in de huid van een bekende kinderboekenschrijver en proberen het ontbrekende woord in zijn of haar gedicht te raden. De leerkracht weet de oplossing ook niet, dus er zal in de klas een discussie ontstaan waarbij de kinderen net zoveel zeggingskracht hebben als de volwassenen. Volwassenen mogen trouwens ook meedoen. De afgelopen weken hebben laten zien dat het voor hen net zo’n uitdaging is als voor de kinderen. Meedoen met Raadgedicht kan nog tot 13 november.   

Apps maken vind ik ook leuk, zowel het creatieve als het technische. Maar het is ook erg kostbaar en tijdrovend. Daarom ben ik daar het minst mee bezig op het ogenblik.’  

Je schrijft bovendien voor verschillende doelgroepen, van prentenboek tot eerste leesboekjes, tot voorleesverhalen en boeken voor 10+. Wat vind je het allerleukst om te doen?  
‘Ik schrijf vooral fictie. Soms wel met een educatieve inslag, zoals mijn leesboeken over Romeinen in Nederland, hunebedden, Christiaan Huygens of Louis Braille. Achterin deze boeken staat een stukje non-fictie.  

Prentenboekverhalen schrijven vind ik erg leuk. Teksten voor beginnende lezers schrijf ik ook graag; dan moet je echt puzzelen om met beperkte middelen een goed verhaal te vertellen. Mijn nieuwste boek is het leeskoffertjes Hup, mus! Dit is alweer het vijfde leeskoffertje dat ik gemaakt heb. Alle leeskoffertjes samen zijn al meer dan 50.000 keer verkocht.

Ik heb nu ongeveer 80 boeken geschreven en schakel vrij makkelijk tussen 2 en 12 jaar en alles wat daartussen ligt. Schrijven voor pubers vind ik lastig. Maar gelukkig valt er nog genoeg te schrijven voor jongere kinderen.’

Niet alleen maar dansen
Voor de Kinderboekenweek ontwikkelt Visser al enkele jaren verschillende digibordlessen. Ook dit jaar worden haar lessuggesties op vele scholen gebruikt: ‘Ik maak al vijf jaar digibordlessen voor de Kinderboekenweek en die vinden heel gretig aftrek. Dit jaar heb ik samengewerkt met Zwijsen en Cubiss, waardoor het een heel uitgebreide les geworden is met lessuggesties bij maar liefst 22 boeken.  

Daarnaast heb ik nog een eigen les gemaakt met een fantasieverhaal, 'Een geheim laboratorium', waarbij kinderen kunnen tekenen. En een les robotjes knutselen en daar een verhaal bij bedenken. Ook maakte ik de digibordlessen bij De Grote Schrijfwedstrijd die dit jaar door Zwijsen en De Schoolschrijver georganiseerd wordt. Vorige jaren organiseerde ik zelf een schrijfwedstrijd.  

Ik vind het belangrijk dat er goede leesbevorderende Kinderboekenweeklessen zijn waarbij de creativiteit van kinderen geprikkeld wordt. Lessen die direct met lezen en schrijven te maken hebben. Zodat kinderen niet alleen maar dansen, proefjes doen, sporten, snoepen, etc. Goed kunnen lezen en schrijven is heel belangrijk, dus daar zet ik mij hard voor in.’

Plezier in leren
Het gebruik van digitale leermiddelen en apps heeft volgens de schrijfster grote voordelen voor de leer- en leeswijze van kinderen. ‘Voor kinderen die thuis goed Nederlands hebben leren spreken en wiens ouders hen voorzien van papieren boeken, vind ik digitale leesboeken niet zo belangrijk. Helaas sluiten veel openbare bibliotheken. En er komen in Nederland steeds meer kinderen voor wie Nederlands hun tweede taal is. Digitale kinderboeken en apps is voor deze groep een heel goed middel om plezier te hebben in boeken en om woorden te leren.  

Met digitale prentenboeken kunnen kinderen een verhaal zo vaak luisteren als ze willen. Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat kinderen een woord een paar keer moeten horen voordat ze het onthouden en ze moeten de woorden in een context leren, zodat ze de betekenis begrijpen. In boeken gebeurt dit. Voor ouders die slecht Nederlands spreken is voorlezen heel lastig. Je hoort ook vaak dat ze fouten maken. Samen een prentenboek luisteren is dus voor hen ook heel leerzaam. Daarna kunnen ze erover praten.  

Sommige ouders hebben thuis geen boeken, maar wel een telefoon of tablet. Ik doe mijn best digitale kinderboeken en apps meer bekendheid te geven bij deze groep. Ik ben heel blij dat ik dankzij het Nederlands Jeugdinstituut mijn app Timo en het toverstokje gratis kan aanbieden voor zowel iPad als android tablets. Hiermee worden al veel allochtone ouders bereikt.  

Er zouden meer digitale kinderboeken gemaakt moeten worden voor deze doelgroep. Ook apps voor de woordenschat zijn heel welkom. Deze moeten echter wel door mensen gemaakt worden die verstand hebben van taalontwikkeling. Ik zag laatst een app waar één van de eerste te leren woorden ijsbeer was. Dat vind ik niet zo zinvol voor bijvoorbeeld Syrische kinderen die net in Nederland wonen.’  

Kun je ook nadelen benoemen? Blijft het belangrijk om digitaal met papier te combineren?  
‘Door papieren boeken leren kinderen hoe boeken voelen. Heel fysiek. Het papier voelt lekker, het formaat is handig om voor te lezen, de tekeningen zijn mooi gedrukt. Je geeft wel een mooi boek cadeau, maar niet een mooie app. Kinderen leren bladeren en dat je een boek van voor naar achteren leest. Papieren boeken zijn daarom heel goed voor de beginnende geletterdheid, zodat de overgang naar zelf leren lezen makkelijker is. En het aanbod is vele male groter dan van digitale boeken. Ik ben dus een enorme voorstander van papieren boeken. Dat lijkt misschien tegenstrijdig met mijn eerdere betoog voor meer digitale prentenboeken, maar dat is het niet. Ik geloof in zowel digitale als papieren boeken. Digitaal kan voor sommige kinderen een heel goede opstap zijn naar papieren boeken. Stel dat jij Chinees moet leren? Hoe fijn is het dan om een boek met geluid en beweging te hebben zodat je het verhaal ook kunt zien en horen, terwijl je probeert de woorden te leren?’  

Je bezoekt veel scholen. Merk je een verschil met de jaren waarin je schoolbezoeken deed en er nog geen digitale leermiddelen waren, zowel in het gedrag van kinderen als van volwassenen?  
‘Ik merk geen verschil. Nog steeds zijn kinderen heel enthousiast als ik mijn koffer met papieren boeken openrits en roepen ze: ‘Wat veel boeken!’ En zodra ik mijn iPad aan het digibord koppel en ze een scherm vol icons van kinderboeken en creatieve apps zien roepen ze: ‘Gaan we een spelletje doen?’. Dat ze ook andere dingen kunnen doen op een iPad weten nog steeds maar weinig kinderen. Terwijl ik voorlees, bijvoorbeeld uit Blitz laat ik via de iPad het digitale boek op het digibord zien. Zo kunnen de kinderen meelezen en zien ze het boek lekker groot. Ik lees voor met het papieren boek erbij. Die combinatie vind ik heel belangrijk. Verder gebruik ik de iPad om creatieve dingen te doen, zoals met de kinderen een tekenfilmpje maken bij het boek dat we gelezen hebben. Dan mogen ze zelf een verhaal bedenken met Blitz. Ik gebruik een app waarin we in een paar minuten een leuk filmpje maken. Kinderen vinden dit prachtig en kennen deze mogelijkheden van de iPad vaak niet. Ondertussen leer ik ze wat over hoofdpersonen, plot, etc.’

Als er bij leraren al vooroordelen bestonden over het gebruik van digitale boeken of lesmateriaal, dan staan docenten daar nu positiever tegenover, denkt Visser: ‘Ik denk dat de vooroordelen minder geworden zijn en dat leerkrachten meer beseffen dat ze er iets mee moeten. Ik geef ook veel lezingen over dit onderwerp en dat is vaak een grote eye-opener.’  

Angst van uitgevers terecht
Op de vraag of uitgeverijen moderner zouden moeten zijn in het uitgeven van digitale (kinder-)boeken antwoordt Visser: ‘Veel uitgeverijen zijn vanaf 2010 enthousiast begonnen met het maken van prentenboek apps, maar zijn er daarna mee gestopt. Dat komt omdat de productiekosten van een geanimeerd boek veel hoger zijn dan van een papieren boek en de apps kosten ongeveer een kwart van een papieren boek. Apps zijn dus verliesgevend. Bij e-boeken zonder geluid en animatie is dat anders. Daar verdienen uitgevers wel op.’  

Vrees je dat met de huidige digitalisering het papieren kinderboek uiteindelijk zal verdwijnen? Of vind je dat geen zorgwekkend toekomstperspectief?  
‘Papieren boeken en digitale boeken kunnen dus prima naast elkaar bestaan. Prentenboeken, gemaakt op mooi papier, met een mooie vormgeving en mooie illustraties zullen zeker blijven verschijnen. Bij leesboeken waar het puur en alleen om het lezen van de tekst gaat, denk ik dat digitaal papier steeds meer gaat vervangen. Een groot risico van e-books uitgeven is dat deze illegaal verspreid gaan worden. Dat is desastreus voor de inkomsten van uitgevers en schrijvers en uiteindelijk verschraalt het boekenaanbod hierdoor. Om deze reden zijn uitgevers en schrijvers terecht huiverig voor e-boeken. Hoewel een papieren boek ook gescand kan worden en zo illegaal als e-boek op torrent sites kan komen. Wanneer er geen oplossing gevonden wordt voor het illegaal verspreiden van boeken, zal een uitgever alleen nog bestsellers uitgeven en verschraalt het aanbod. Voor de papieren boeken is de uitleenvergoeding erg naar beneden gegaan door het sluiten van openbare bibliotheken. Veel scholen lenen nu zelf uit en zij hoeven geen uitleenvergoeding af te dragen. Wanneer deze ontwikkelingen doorgaan zullen veel schrijvers in de toekomst alleen nog kunnen leven van de neveninkomsten van hun werk, zoals optredens, lezingen, merchandising, filmrechten, en het hebben van een tweede baan naast hun schrijfwerk.’  




Over de auteur

Lindy de Jong

617 volgers
297 boeken
5 favoriet
Hebban Crew


Reacties op: Rian Visser gelooft in digitaal én in papier