Advertentie

Hebban vandaag

Interview /

Bram Dehouck: ‘Het mag ook best wel een keer niet lukken’

Bram Dehouck is hard op weg een onvergetelijke indruk achter te laten in het Nederlandstalige thrillergenre. Met zijn debuut, De minzame moordenaar, won hij in 2010 – tegen alle verwachtingen in (VN beoordeelde het boek met 0 sterren, Crimezone gaf er 2) – zowel de Schaduwprijs voor beste debuut als de Gouden Strop voor de beste misdaadroman. Het was de eerste en de laatste “dubbel” want het Genootschap Nederlandstalige Misdaadauteurs besloot naar aanleiding van Dehoucks triomftocht het reglement aan te passen. Ook zijn tweede roman, Een zomer zonder slaap, viel in de prijzen. Afgelopen juni nam de Vlaming voor de tweede keer in zijn korte schrijfcarrière het beeldje van kunstenares Marianne van den Heuvel in ontvangst. Zijn derde misdaadroman heeft als titel Hellekind en verschijnt eind dit jaar. Genoeg redenen om naar Antwerpen af te reizen om de 34-jarige Dehouck te ontmoeten.


In het dagelijks leven is Bram Dehouck communicatiespecialist in de sociale sector. Wat veel thrillerlezers niet weten, is dat zijn eerste boek al in 2007 verscheen. Het meisje dat vergeet is het aangrijpende – en waargebeurde – verhaal over zijn zus die na een zwaar ongeval geen korte termijn geheugen meer heeft.

Dat boek verscheen bij uitgeverij Van Halewyck en werd overladen met goede kritieken. Het succes zorgde ervoor dat Bram van deze uitgeverij de kans kreeg om zijn eerste misdaadroman te laten verschijnen. De minzame moordenaar verscheen als vreemde eend in de bijt bij een uitgeverij die normaliter alleen non-fictieboeken uitgeeft.

Bram: ‘Ik ben ze daar uiteraard nog steeds dankbaar voor, maar het paste er natuurlijk helemaal niet. Ze hebben gedaan wat ze konden, maar misten voeling met de Nederlandse thrillermarkt. Het winnen van de Strop was natuurlijk de doorbraak waardoor ik naar een echte thrilleruitgever (De Geus, red.) kon overstappen.’

Daar verscheen vorig jaar mei Een zomer zonder slaap.

GOUDEN STROP
Het nadeel van alle hectiek rondom zijn tweede Gouden Strop is dat Bram Dehouck behoorlijk achterop raakte in zijn planning voor Hellekind. Het boek zou eigenlijk al eerder zijn verschenen, maar dat ging om verschillende redenen toch al niet lukken. Achteraf vindt Bram het een gelukkige bijkomstigheid.

‘Door het winnen van de Gouden Strop kon de aandacht mooi uitgaan naar Een zomer zonder slaap en de goedkope editie van De minzame moordenaar. Dat heeft denk ik wel gewerkt.’

Bram vertelt me dat hij zijn recente verhuizing flink heeft onderschat en dat daardoor echt de klad is gekomen in het schrijven. Maar ligt de lat na zoveel bekroningen ook niet onmenselijk hoog?

Bram: ‘Nee dat valt wel mee. Het idee voor Hellekind had ik al vier jaar geleden. Het zou ook eigenlijk het volgende boek zijn, na De minzame moordenaar. Die liggen wat meer op dezelfde lijn. Maar toen bedacht ik het verhaal van Een zomer zonder slaap. Dat was een verhaal dat echt anders is, iets wat helemaal uit elkaar spat. Dat zag ik wel zitten en ben dus eerst dat verhaal gaan schrijven.’

Hij baseerde het verhaal op het dorpje waar hij zelf woonde.

‘Daar besloten ze op een gegeven moment zeven windmolens neer te zetten. Ik was daar echt van onder de indruk. Het dorp ligt midden in het gebied van de Eerste Wereldoorlog. Wegen mogen daar niet worden doorgetrokken omdat er vermoedelijk nog veel stoffelijk overschotten liggen van militairen. Maar de zeven windmolens werden wel gebouwd en die zijn zo bepalend voor het gebied. Ik kon vanuit mijn tuin nog net één molen zien. Ik dacht toen wel: “het zal je maar gebeuren dat je in de tuin zit om te ontspannen en dan continu een schaduw ziet ronddraaien. Daar zou je toch langzaam gek van worden?”’

Met die gedachte begint Een zomer zonder slaap dan ook.

Bram: ‘Het leek me een leuk idee om zo’n dorpje langzaam helemaal gek te laten maken door de windmolens. Er moest een centrale figuur zijn die doorslaat. Eerst dacht ik aan de bakker, want het moest iemand zijn naar wie mensen toe gaan. Uiteindelijk koos ik voor de slager. Ik heb achteraf wel gedacht dat ik de overlast door de windmolens misschien iets overdreven heb in het boek, maar inmiddels heb ik een aantal mensen gesproken die er echt last van ondervinden. Er was een actiegroep tegen windmolens die me liet weten dat mijn fictie hun realiteit is. Ik weet ook dat er in mijn oude dorpje twee mensen zijn verhuisd vanwege die slagschaduw.’

Hoe schatte Bram Dehouck zijn kansen voor een tweede Gouden Strop in?

‘Dat wisselde steeds. Als ik een artikel las in de krant, dan dacht ik ineens “ja, ik word het” maar even later was dat gevoel weer verdwenen. Uiteindelijk wist ik het pas echt toen Rik van de Westelaken mijn naam noemde. Bij De minzame moordenaar dacht ik: “Hé, als ze me ook nomineren voor de Strop, dan moet ik toch minstens de Schaduwprijs krijgen”. De Gouden Strop kwam toen wel als een grote verrassing.’

HET BRAM DEHOUCK-OMNIVERSUM
Bram schrijft standalones en heeft zeker geen plannen voor het schrijven van een serie.

‘Misschien dat ik ooit nog eens een vervolg schrijf op een boek. Dat zou kunnen. Maar ik heb het gevoel dat mijn boeken elkaar allemaal wel ergens raken. In een soort overkoepelend Bram Dehouck-universum, zeg maar. Hellekind speelt zich bijvoorbeeld af in de stad waar Blaashoek van Een zomer zonder slaap aan vast hangt. Het zou dus kunnen gebeuren dat personages die in het ene boek voorkomen, ook in een ander boek kunnen verschijnen. Maar echt een serie schrijven, nee, dat zie ik niet snel gebeuren.’

Hij is zelf ook niet echt een serielezer. Misschien is dat ook wel een belangrijke reden.

‘Ik las vroeger wel de Tony Hill-boeken van Val McDermid. De eerste boeken in die reeks waren echt goed. Maar uiteindelijk heb ik het losgelaten. Het houdt me ook tegen om aan een serie te beginnen. Als ik een boek zie waarop staat “een puntje-puntje-puntje thriller”, de naam van een seriepersonage, dan laat ik het liggen.’

HELLEKIND
Als ik hem vraag waar zijn nieuwe boek Hellekind over gaat, dan vat Bram dat in twee zinnen samen.

Bram: ‘Hellekind gaat over een vader die op een bepaald moment beseft dat zijn zoontje een gestoorde persoonlijkheid ontwikkelt. Hij besluit hem te vermoorden. Hoe ga je als ouder daarmee om. Het is zware materie geweest. Kijk, ik had het verhaal al in mijn hoofd zitten, maar toen ik de research deed stuitte ik wel op hele heftige zaken. Voor mij is research wel belangrijk, maar je kunt ook te veel research doen. Het kan in je boek niet allemaal precies kloppen. Ik laat het boek wel door een politieman lezen om te checken. Een voorbeeld: een politiepatrouille bestaat altijd uit twee agenten. Zoiets kan een scène verstoren. Als je een mooie politiepersonage en een mooie daderpersonage in een ruimte zet en er dus iemand bij moet zetten, omdat het zo hoort. Wat moet ik nu in zo’n scène met een tweede flik aanvangen. Die kan ik natuurlijk niet alleen maar uit het raam laten staren. Dan laat ik de research varen en negeer ik die tweede agent. Een ander voorbeeld zat in De minzame moordenaar. Hier staan twee politieagenten bij het allerlaatste lijk, een belangrijke scène, dat vond ik een mooi beeld. Maar de politie vertelde me dat dat helemaal niet klopt met de werkelijkheid. De technische recherche gaat naar binnen en filmt alles. De agenten krijgen alles alleen op beelden te zien. Ja, dat is voor mij het moment om dan toch te kiezen voor het mooie plaatje.’

Maar als het niet lukt, dan lukt het niet.

Bram: ‘Het politie-onderzoek mag ook best wel een keer niet lukken. Vorig jaar schreef ik mee aan het boekje gebaseerd op de technieken van het Nederlands Forensisch Instituut. De specialisatie waarover ik schreef was toxicologie. In mijn verhaal wilden de agenten snel weten wat er aan de hand was, maar zo’n toxicologisch onderzoek duurt lang… nou dan lukt het niet, hè. Ik heb dat in het verhaal zo gehouden en dat heeft ook wel weer een bepaalde kracht.’ Hij is bloedserieus, maar moet er ook wel een beetje om lachen. ‘Zelfs Jeffery Deaver heeft dat in één van zijn boeken gedaan. Daar werkte de oplossing ook niet op het einde. Dat mislukt. De zaak wordt daardoor eigenlijk niet opgelost en dat vind ik mooi.’

HET SCHRIJVEN
Door veel met schrijvers te praten kom je erachter dat er geen standaard methode is om een boek te schrijven. Elke auteur heeft eigen spelregels, eigen gewoonten en eigen methodieken om tot het gewenste resultaat te geraken. Dat geldt ook voor Bram.

‘Ik schrijf eigenlijk heel ongedisciplineerd,’ zo legt hij uit. ‘Bij mij staat de televisie aan en in de hoek een spelcomputer. Het is belangrijk dat ik mijn tijd neem. Het verhaal vormt zich in mijn hoofd. Daar kan ik de hele dag mee rondlopen. Pas als een hoofdstuk in mijn hoofd klaar is, dan zet ik het op papier. Het kan daar nog wel veranderen, maar het moet in mijn hoofd al redelijk kloppen.’

Bram heeft gewoon een fulltime job als communicatieprofessional. Is het zijn ambitie om straks van het schrijven te kunnen leven?

‘Nee,’ zegt hij. ‘Mijn ambitie was eigenlijk om animatiefilmer te worden. Maar dat is niet gelukt. Achteraf denk ik ook dat het maar goed is. Tekenen is heel erg arbeidsintensief en ik vond het bedenken van de verhalen eigenlijk het leukst. Ik schrijf al vanaf mijn zestiende. Mijn eerste manuscript stuurde ik naar uitgeverij Manteau. “Er staan een paar heel mooie zinnen in,” lieten ze me weten. Als ik iets beters had, mocht ik zeker terugkomen. Maar ik ben toen gaan werken en dat is eigenlijk een beetje verwaterd. En in mijn vrije tijd ging ik weer tekenen. Ik ben zelfs bezig geweest met allerlei exposities. Maar door het ongeval van mijn zus ben ik uiteindelijk toch weer gaan schrijven.’

Ik vraag me hardop af of hij van die dramatische gebeurtenissen ook een thriller zou kunnen schrijven. Het verhaal van de bestseller van S.J. Watson (Voor ik ga slapen) gaat over een vrouw zonder korte termijn geheugen.

Bram: ‘Doordat het boek zou worden uitgegeven door Van Halewyck is het een non-fictieboek geworden. Ik denk niet dat ik het als een thriller zou kunnen opschrijven. Het zou wel een roman kunnen zijn. Deze gebeurtenis heeft zo’n impact gehad op het gezin. Mijn zus heeft drie maanden in coma gelegen en toen ze wakker werd was ze een heel ander mens. Haar persoonlijkheid is echt veranderd. Alleen de voicemail van haar gsm is nog van voor het ongeval. Dan hoor je haar oude stem, dat blijft vreemd.’

Heb je persoonlijk drama nodig om een goede auteur te kunnen worden?
Bram: ‘Ik denk dat je dat op zijn minst moet kunnen bestuderen. Het kan helpen, maar ik weet zeker dat er veel auteurs rondlopen die niets dramatisch hebben meegemaakt en toch goed kunnen schrijven. Tenminste, ik hoop toch dat er zulke zijn, haha.’



Over de auteur

Sander Verheijen

851 volgers
429 boeken
22 favoriet
Hebban Crew


Reacties op: Bram Dehouck: ‘Het mag ook best wel een keer niet lukken’

 

Gerelateerd

Over

Bram Dehouck

Bram Dehouck

Bram Dehouck (1978) gaf met De minzame moordenaar (2009) zijn schrijverscarrière een bliksemstart. Hij won er in 2010 zowel de prestigieuze Gouden Strop als de Schaduwprijs voor het beste spanningsde...