Advertentie

Hebban vandaag

Interview /

Interview Donna Leon

Donna Leon (1942) is een van de weinige schrijvers die in staat is om een stad tot hoofdpersoon te verheffen. Haar misdaadromans die zich stuk voor stuk afspelen in Venetië ademen de geur en kleur van de romantische waterstad. Ze dompelen de lezer onder in de schoonheid van de dogenpaleizen, de prachtige kanalen met hun kleurrijke gondels, de eigenzinnige Venetianen en hun voorkeur voor esthetiek en goed voedsel. Wie de boeken van Donna Leon heeft gelezen, wil naar Venetië. Een aangename optie. Maar de andere optie, een gesprek met Donna Leon die voor enkele dagen de ene waterstad heeft verwisseld voor de andere, is minstens zo verlokkelijk.

Opera
In de lobby van het Amsterdamse hotel aan de gracht, pakt ze me familiair bij de arm. “Zullen we daar gaan zitten?” vraagt ze terwijl ze me naar een kleine tafel in de drukke lobby troont.” Als echt mensenmens houdt Donna Leon van drukte en van mensen. Maar als blijkt dat we elkaar door het geroezemoes nauwelijks kunnen verstaan, zoeken we alsnog de gereserveerde spiegelzaal op, vol schilderijen van oude meesters. Even lijkt Donna Leon haar omgeving te vergeten als ze de schilderijen goedkeurend inspecteert. “Mooi,” verzucht ze, “prachtig. Zullen we het alleen maar over mooie dingen hebben. Over Kunst en over de opera. Daar ben ik dol op.” Zonder aanmoediging vertelt ze dat ze heeft gehoord dat een vriend van haar die avond in het Concertgebouw zal zingen, in de opera Cosi fan Tutte. ’s Ochtends is ze onaangekondigd de hoofdstedelijke muziektempel binnen gegaan, waaruit ze verwijderd werd door een plichtsgetrouwe portier. Gelukkig kwam er een kennis langs die haar naar de repetitieruimte loodste. Ze is er nog vol van. Ik houd van Mozart, van mensen die zingen, van schoonheid, van emotie en van het moment. Ïk ben iemand die de dag plukt. Ik houd van plezier. Ik ben ogenblikkelijk voor allerlei dingen te porren die mij afleiden van het schrijven. Ik vind het heerlijk om te werken, maar als de telefoon gaat en een vriendin wil koffie drinken, dan sta ik al buiten in mijn mooie kleren.”

Modieus
Vanachter haar bril met licht montuur kijkt ze me aan met een geamuseerde schittering in haar ogen. Haar halflange grijze haar keurig gekapt. Haar kleding is Italiaans modieus, met grote aandacht voor details: een zalmkleurig jasje met zijden shawl en een smetteloze zwarte broek.
“Wat ik ook doe, ik besteed aandacht aan mijn kleding. Ik mag dan wel Amerikaanse van origine zijn, maar ik houd van de elegantie van de Italianen. De zorg die zij besteden aan hun kleding en hun voedsel sluiten helemaal aan bij mijn karakter. Italianen hebben smaak. Amerikanen doen alsof ze smaak hebben door Italianen te kopiëren. Als je me vraagt of ik nu, na 25 jaar in Venetië te hebben gewoond meer Italiaanse ben dan Amerikaanse, kan ik alleen maar zeggen dat ik genetisch bepaald altijd Amerikaanse zal blijven, maar meer ook niet. Venetië is de grote liefde van mijn leven geworden. ”

Reislustig
Donna Leon is een aparte vrouw, Iers-Amerikaans, opgegroeid in New Jersey in de jaren zestig en zeventig. Ze studeerde Engelse Taal en Letterkunde aan de Universiteit, maar eigen huis en haard trokken haar niet. Het waren de vreemde vertes die naar haar lonkten. Meteen na haar studie vertrok ze. “Het was begin jaren zestig, een tijd dat keurige meisjes thuis samen met hun moeder zaten te breien. Ik ging eerst in New York werken. Als jonge werkstudente verdiende ik genoeg om te gaan reizen, de grote passie van mijn leven. Ik ben naar China geweest en toen ik eind jaren zeventig in de New York Times las dat er docenten Engels werden gevraagd in Iran, dacht ik, waarom niet. Ik was er nog nooit geweest, moest het land zelfs op de kaart opzoeken. De sjah was toen nog aan de macht. Toen de Islamitische revolutie een einde maakte aan zijn regering moest ik min of meer vluchten. Ik heb ook nog 9 maanden in Saoedi-Arabië gewoond.
Het was geen pretje om daar als vrouw te wonen. Een paar jaar later ben ik met een vriendin naar Rome gegaan waar ik een tijd gewoond heb en ik studeerde ook in Perugia en Siena. Het was voor die tijd best vreemd dat een meisje de wijde wereld introk. Toch was ik beslist geen losbol. Ik was een puriteins Amerikaans meisje uit een keurig gezin. Maar ik hield van reizen. Lange tijd dacht ik dat ik nooit zou ophouden met ronddraaien. Maar toen ik in 1981 in Venetië kwam, voelde het alsof ik mijn echte huis had gevonden.”

Venetië - Disneyland
Dankzij haar studie kon Donna Leon haar grote liefde voorgoed in de armen sluiten. Begin tachtig vestigde ze zich in Venetië. Tot voor kort doceerde ze daar Engelse en Amerikaanse literatuur aan de Militaire Academie en later aan een universiteit bij Venetië. Ze is er inmiddels mee gestopt. Maar haar liefde voor Venetië is gebleven, al is de stad onherkenbaar veranderd. “Het is doodzonde, maar het mooie, schone Venetië van 25 jaar geleden, toen het nog een flonkerende ietwat slaperige provinciestad was en geen overbevolkt Disneyland, is voorgoed verdwenen. Nu wordt Venetië overstroomd door toeristen en is het elke dag net zo druk als met Kerstmis. Het gemeentebestuur geeft elke dag ongeveer 100 vergunningen af voor souvenirwinkeltjes. De hele stad is verworden tot de speelgoedafdeling van een groot warenhuis. ”Bovendien is de bureaucratie er werkelijk verstikkend. Je kunt er uitsluitend mee omgaan als je zelf ook deel gaat uitmaken van het systeem, dus ook meedoet aan geld onder tafel betalen om dingen gedaan te krijgen. Alle mensen in Italië zijn corrupt. Op een aardige manier. Het gaat niet alleen om geld, maar ook om diensten die je elkaar verleent. En ja, ik weet het, ik maak met mijn boeken reclame voor Venetië. Ik trek de toeristen aan die ik verfoei. Ik moet met mijn geweten leren leven. Gelukkig lukt me dat goed. Dat ik het, ondanks het toerisme in Venetië uithoudt komt doordat ik van nature een stadsmens ben. Met beperkingen weliswaar. Een stadsmens in een autovrij centrum. Hier in Amsterdam ben ik net een blinde gans die ieder moment door een auto geschept kan worden. Maar verder houd ik ook van tuinieren, Ik ben vaak in mijn tuin te vinden, bezig met onduidelijke maar nuttige bezigheden.”

Een dode dirigent
Donna Leon kreeg het idee voor haar eerste thriller Dood van een maestro toen zij samen met een vriendin naar de opera was in Venetië. Toen zij met de dirigent en zijn vrouw in de kleedkamer wat stond na te praten klikte er iets. “Ik stond in de kleedkamer en ik dacht, hmm, als hij eens vermoord zou worden, waar, hoe? Daar is het idee geboren om een boek te schrijven over een dode dirigent.” Haar hoofdpersoon commissaris Guido Brunetti kwam volgens haar eigen zeggen op eenzelfde toevallige wijze aanwaaien; “Hij stapte uit een boot en was er gewoon. Hij is een Italiaan zoals een Italiaan hoort te zijn. Hij is dol op Italiaanse en Venetiaanse gerechten met wijn en grappa. Hij heeft een leuk gezin. Twee rebellerende tieners en een intellectuele vrouw die Engels doceert aan de Universiteit. In alle karakters zit een deel van mijzelf. Ik heb met Brunetti gemeen dat ik houd van eten en drinken, van rustgevende klassieke muziek, van het lezen van goede boeken, ik heb met de kinderen gemeen dat ik opstandig kan zijn, zeker waar het gaat om autoriteit en verplichtingen waar ik het nut niet van inzie. En natuurlijk heb ik met Paola gemeen dat ik Engelse les geef aan de Universiteit en dat ik opvliegend en streng kan zijn daar waar mensen hun principes verloochenen. Paola heeft veel van dezelfde gekke politieke ideeën als ik. Maar let wel, veel personages zeggen de dingen die ik ook zeg en vind. Maar er zijn nog meer karakters in mijn boeken die met grote stelligheid dingen beweren die ik helemaal niet onderschrijf. Om een voorbeeld te geven. Brunetti heeft sterke vooroordelen tegen Sicilianen en Napolitanen. Ik heb die vooroordelen niet omdat ik geen Italiaanse ben en die gevoeligheden ook niet ken. Ik heb ze van horen zeggen, maar ik ken ze zelf niet. Dus hoe dan ook, Brunetti en consorten blijven romanpersonages en niet mijn persoonlijke spreekbuizen.”

Geen ambitie
Hoewel ze het idee voor een boek had, een aantal goed uitgewerkte karakters en enige tijd later zelfs een voltooid manuscript, duurde het nog anderhalf jaar voordat het bij een uitgever terecht kwam. “Dat komt omdat ik geen ambitie heb. Die heb ik werkelijk niet. Sommige mensen noemen het lui, maar dat is het niet. Ik wil geen president van Italië worden, toen niet en nu niet. Ik leef om te leven. Nu, vandaag. Schrijven is leuk, maar leven is nog leuker. Dat het boek ooit gepubliceerd is dank ik aan een vriend die me ertoe heeft aangezet het op te sturen naar een Japanse wedstrijd voor misdaadverhalen. Het is niet te geloven, maar ik won.”
Donna Leon kreeg een tweejarig contract dat al snel verlengd werd. In elk nieuw boek groeit het karakter van Brunetti. We komen steeds meer te weten over zijn achtergrond, en over zijn familie en vrienden. “Tsja, hij is een volwassene en hij heeft een leven,“ zegt Donna Leon en net als bij iedereen neemt het leven hem af en toe behoorlijk in de tang. Hij leert bij, zoals wij allen. Hij herziet zijn meningen, zoals wij allen. Hij laat zich zelfs op een bepaalde manier corrumperen, zoals wij allen. Dat beschrijf ik in Vriendendienst. Op het moment dat blijkt dat Brunetti’s huis illegaal is gebouwd en dus afgebroken moet worden, bewandelt hij alle wegen, ook de minder legale, om zijn huis te behouden. Brunetti is ook maar een mens."

Cynisch
Op de vraag of Brunetti in de loop der jaren cynischer is geworden, knikt Leon bevestigend. “Natuurlijk is hij cynischer geworden. De wereld wordt er niet vrolijker op. Ikzelf ben genetisch bepaald een gelukkig mens, met een optimistisch karakter. Maar je moet doof en blind zijn om niet cynisch te worden van al het geweld en alle rotzooi in de wereld.
Neem nu Napels. Een prachtige stad. Maar sinds kort krijgt het gezegde ‘Eerst Napels zien en dan sterven’ wel heel letterlijk gestalte. De regering dacht dat het een goed idee was om tijdens een bijzondere gelegenheid alle criminelen amnestie te verlenen. Er zijn 20.000 zware jongens vrijgelaten: moordenaars, verkrachters, maffiabazen. Sindsdien worden er in Napels dagelijks talloze mensen vermoord en worden winkeliers en zakenlieden afgeperst, ontvoerd en vermoord. Volgens Prodi hebben die zaken niets met elkaar te maken. Tragisch gewoon. Zoals elke intellectueel ben ik optimistisch en pessimistisch tegelijk. Ik denk ook wel dat ik die visie uitdraag in mijn boeken. Als je mijn laatste boek Duister glas hebt gelezen, dan zie je dat het een zwarter boek is dan mijn vorige boeken. Ik heb het over milieuactivisten die voor een goede zaak vechten, want de mensheid is in hoog tempo bezig om de aarde onbewoonbaar te maken. Vroeger kon je in de kanalen van Venetië zwemmen, nu stroomt er puur gif waar je dodelijke infecties aan overhoudt. En ondanks die wetenschap zijn er toch nog reactionaire mensen die in naam van behoudzucht, eigen belang en geldzucht alles tegenhouden wat het milieu maar zou kunnen verbeteren. Daar word ik cynisch van, daar wordt Brunetti cynisch van.“

Nooit televisie gehad
Het groter geworden cynisme van Leon heeft overigens niet geleid tot een toename van het geweld in haar boeken. “Ik heb er een hekel aan. Ik haat bloed en schietpartijen. Tegenwoordig zien de mensen het dag in dag uit op de televisie. Ik heb mijn leven lang geen televisie gehad en er ook nooit naar gekeken. Echt waar. Ik vind het zonde van mijn tijd en bovendien biedt televisie een overdaad aan zinloos geweld en foutieve rolmodellen. Is het vreemd dat beïnvloedbare mensen eenzelfde soort gedrag gaan vertonen en geweld als iets normaals zijn gaan beschouwen? In mijn boeken komt wel geweld voor. Natuurlijk, er worden moorden gepleegd en die moorden zijn de aanzet voor Brunetti om op onderzoek uit te gaan. Het brengt het verhaal in beweging. Ik schrijf geen whodunnits. Ik schrijf over maatschappelijk relevante kwesties: illegale afvalstortingen, corruptie bij de politie en in overheidskringen, domheid, illegale immigranten, de verkoop van imitatie merkkleding en tassen, curieuze gemeentebelangen, vandalisme, vriendjespolitiek, milieuproblematiek, seks-toerisme.”
Over de misdaad zelf schrijft Donna Leon op een afstandelijke wijze. Ze schrijft daarentegen vol enthousiasme en met compassie over de schoonheid van de stad en haar bevolking. Haar daders zijn veelal slachtoffers van de kille kapitalistische maatschappij waarin we leven.

Italianen accepteren corruptie
Opvallend is dat gerechtigheid zo’n ondergeschikte rol speelt in haar boeken. Veel criminelen ontspringen de dans. Volgens Leon is het een illusie dat we in een rechtvaardige maatschappij leven. “Met geld koop je alles, zelfs je gelijk en je recht. Kijk maar naar Berlusconi die vanuit zijn machtspositie hele wetten liet veranderen om onderzoek naar zijn malafide praktijken tegen te houden. De wet en rechtvaardigheid zijn twee verschillende zaken. En dat is waar Brunetti zich steeds tegen blijft verzetten. Hij is de intellectueel die zich, tegen beter weten in, blijft inzetten voor rechtvaardigheid voor arm en rijk.Wat dat betreft lijkt hij op mij. Ik ben erg begaan met het juridische systeem. En wat de Italianen betreft. Die geloven helemaal niet in de wet en in rechtvaardigheid. Die weten dat politici en machthebbers corrupt zijn. Ze hebben geen enkele illusie. Ik vind dat heel verfrissend omdat hieruit duidelijk blijkt dat Italianen de menselijke aard beter kennen dan wie dan ook. Italianen weten dat mensen zwak zijn en hebzuchtig en lui en oneerlijk en daarom maken ze er voor zichzelf maar het beste van. Gelijk hebben ze. De mens zal toch nooit veranderen.”

Personages
De boeken van Donna Leon houden Venetië en heel Italië een spiegel voor. In de eerste plaats worden in elk boek actuele Italiaanse problemen aan de orde gesteld. En in de tweede plaats staan vrijwel alle personages model voor een bepaald type Italiaan. Brunetti, de rechtvaardige wetshandhaver, Paoloa, de intellectuele docente, Paola’s vader Count Falier, de rijke edelman met macht, connecties en geld, Vianello, de trouwe vazal, hoofdcommissaris Patta, het prototype van de ijdele macho, de grootmeester van de vriendendiensten. Het is een keur aan kleurrijke Italianen. Maar degene die alle harten steelt is Signorina Elettra, de secretaresse van de gladde en ijdele baas van Brunetti. Zij koopt grote bossen bloemen op kosten van de politie, luncht wanneer zij wil, maar is dodelijk effectief. “Elettra is een prachtige vrouw. Zij is wat ik ben en wat ik niet ben. Zij luistert naar al die ijdele macho mannen en het lijkt of zij precies doet wat zij van haar vragen, maar in principe doet zij exact wat zij zelf wil. Er is niemand die haar kan commanderen of de les kan lezen. Tot zover mijn eigen karaktertrekken. Dat hoop ik tenminste. Alleen Elettra’s vaardigheid om alle informatie die zij wil uit haar computer te halen, mis ik volledig. Signorina Elettra is de favoriet van iedereen. Zij is een typisch Italiaanse vrouw . Ze lijkt als twee druppels water op de zuster van een van mijn vrienden. Zij was secretaresse bij de Banca d’Italia en haar baas vroeg haar een brief te schrijven naar een bank in Johannesburg, net in de tijd dat er allerlei sancties tegen Zuid Afrika waren in verband met de apartheidspolitiek. De zuster van mijn vriend weigerde en toen haar baas woedend werd, zei ze: “Meneer ik ga naar buiten om een kop koffie te drinken en als ik terugkom, zijn we dit voorval allebei vergeten. Ze ging koffie drinken, kwam terug en er is nooit meer over gesproken.”

Het café als research
Donna Leon’s voorliefde om zoveel mogelijk te genieten lijkt strijdig met de discipline die een auteur nodig heeft om een boek te kunnen schrijven. “Het is goed te combineren hoor,” zegt ze vol overtuiging. “Ik vind schrijven heerlijk, maar ik heb geen enkel systeem. Ik heb oprecht gemeend totaal geen discipline. Ik kan rustig maanden lang niet schrijven, zonder dat het me enigszins bezwaart. In zo’n periode zit ik nu. Fantastisch. Over 1 boek doe ik 1 jaar. Research plegen, zoals schrijvers van historische romans doen, is niet aan mij besteed. Ik ga lunchen of in een café zitten praten met vissers, oude dametjes, gondeliers of politiemensen. Dat is mijn research. Praten met mensen. Ik probeer het menselijk gedrag te begrijpen. En wat dat betreft heb ik nog steeds blinde vlekken. Zo hoorde ik ooit over de snuff-movies die in Bosnië werden gemaakt. Groepsverkrachting van een vrouw die daarna werd vermoord. Die filmers zijn walgelijk. Maar ik begrijp ze. Mensen doen nu eenmaal alles voor geld. Maar wat ik niet begrijp is dat er mensen zijn die daar naar willen kijken. Door te praten met mensen probeer ik dingen uit te vinden. Als ik niet schrijf, geef ik toe aan alle dingen die ik leuk vind. Ik ga naar de opera en ik reis veel. Ik ben eigenlijk voor alles te porren waarmee ik het schrijven kan ontvluchten. Ik doe alleen niet aan joggen of gym. Ik haat de mensen die daar mee bezig zijn. Zij voelen zich na afloop van hun inspanningen geweldig. Ik niet. Zoveel intense lichaamsbeweging is ongezond.
Ik denk dat ik door die vrije opvatting over het schrijverschap ook nooit een schrijversblok heb gehad. Als ik begin is de openingsscène het enige wat ik in mijn hoofd heb. De rest weet ik nog niet. Er moeten geloofwaardige consequenties zijn van de gebeurtenissen die ik laat afspelen. Verder ben ik een trouwe navolger van Aristoteles, dat wil zeggen het verhaal moet een begin, een middenstuk en een einde hebben. Ik beheers mijn vak goed, maar ik ben een timmerman, geen vioolbouwer. Zo simpel is mijn filosofie. Mijn andere filosofie is. Heb plezier, lach veel, pluk de dag.”

Misdadige voorbeelden
Van voorbeelden op thrillergebied wil Donna Leon niet spreken. Ze vindt de meeste misdaadromans clichématig en bot. Nabb vindt ze goed omdat uit haar boeken zo helder naar voren komt dat ze in Italië woont en dat ze de Italianen begrijpt. Michael Dibdin, die ook een Italiaanse commissaris als hoofdpersoon heeft, vindt ze soms heel goed. “Ik heb een paar jaar een column en recensies geschreven voor de London Sunday Times. Ik kreeg alles op misdaadgebied voorgeschoteld. Tegenwoordig kan ik ze niet meer lezen. De enigen die ik nog kan lezen zijn Frances Fyfield, Reginald Hill en natuurlijk Ruth Rendell. Zij steekt ver boven iedereen uit. Dat komt omdat zij een elegante manier van schrijven heeft. Mooi melodieus en gestileerd taalgebruik en een originele plot. Zij beheerst haar vak tot in de finesses. Maar het probleem met misdaadromans is dat geen van mijn vrienden ze leest. Ik kan er met niemand over praten. Daarom lees ik veel meer de boeken die ik echt mooi vind, van Charles Dickens en Jane Austen bijvoorbeeld.”

Roem en Italiaanse buren
Hoewel de boeken van Leon in minstens 25 talen worden vertaald, is daar merkwaardig genoeg niet het Italiaans bij: Leon is daar heel resoluut over. “Ik ben vrijwel door alle Italiaanse uitgevers gevraagd. Ze zouden een moord doen om mijn boeken te mogen vertalen. Maar tot op heden heb ik geweigerd. Ik wil niet beroemd zijn en ik wil al helemaal niet beroemd zijn in de wijk waar ik woon. Geen mens wordt er beter van als hij beroemd is. Ik vind het goed zoals het is. Ik heb niet meer nodig dan ik nu al heb. Kijk, dat is wat de meeste mensen zo verwarrend aan me vinden. Dat het me niets uitmaakt of mijn boeken in het Amerikaans of Italiaans vertaald worden. Als ik nu in Duitsland of Frankrijk op straat loop, word ik minstens 4 keer per dag herkend. Mensen zeggen alleraardigste dingen tegen me. Maar ik houd er niet van. De mensen die in Venetië bij mij in de buurt wonen, kennen mij als die Amerikaanse die tegenover Nando woont en boven Angelo Constantini. En zo wil ik het graag houden. Het vervelende is dat in de Italiaanse pers geruchten zijn gaan circuleren dat ik bang ben om mijn boeken in het Italiaans te laten vertalen, omdat ik de Italiaanse volksaard regelmatig zou schofferen. Maar ik ben helemaal niet bang voor wat mensen denken. Ik ben alleen bang om mijn leven door toedoen van anderen te laten veranderen. Laat mij maar anoniem Amerikaans zijn.”

Brunetti in tv-films
In Duitsland is een aantal tv-afleveringen geweest die verfilmingen zijn van de boeken van Donna Leon. Ze ontkent daar iets mee van doen te hebben gehad. “Mijn agent Diogenes zei me dat hij een mooi aanbod had gekregen van een gerespecteerde Duitse filmproducer, Katharina Trebitsch, en dat het hem een goed idee leek het aanbod te aanvaarden. Dus gaf ik mijn toestemming. Er zijn inmiddels al een stuk of tien gemaakt en ik ben in de loop der jaren tweemaal naar de set geweest. Dat filmen zegt me helemaal niets. Maar het leuke is dat ik bevriend ben geraakt met Katharina en dat ik bij haar logeer als ik in Hamburg ben. Dan gaan we samen naar de opera. Hoe de tv-films zijn geworden weet ik eigenlijk niet. Ik heb de eerste twee bij Duitse vrienden op de tv gezien. De anderen niet, want zoals ik al zei, ik heb zelf geen televisie.”

Volgende boek
“Mijn volgende boek gaat over zigeuners. Ik heb er een flink aantal keren met de politie over gesproken. Veel mensen zeggen dat ze stelen en crimineel zijn. Anderen zeggen dat ze slachtoffers zijn, omdat de maatschappij hun manier van leven niet accepteert en hen dus uitstoot. Ik zie hen niet als slachtoffers. Ik geloof wel dat de harde opvoeding die de zigeunerkinderen krijgen hen vormt tot dat wat ze nu zijn. Ze zijn hard. Zigeuner zijn is een manier van leven en overleven. Daar is in de gewone maatschappij geen enkel begrip voor.
Misschien dat er een paar begripvolle werkgroepen zijn, maar daar houdt het mee op. Ik heb overigens nog geen flauw idee hoe het verhaal gaat lopen. Dat komt wel tijdens het schrijven. Ik heb nu een paar maanden vrij, maar ik denk ergens in 2007 klaar te zijn. Als er tenminste niet al te veel mooie operavoorstellingen worden gegeven in de buurt van Venetië. Kijk schrijven kan ik altijd, maar naar een prachtige voorstelling kijken niet. Mijn prioriteit is duidelijk.”

Humor
Voordat we afscheid nemen kijkt Donna Leon me nog eenmaal doordringend aan. “De Busy Bee vertaalt mijn boeken opnieuw. Ik hoop dat ze er een goede vertaler op zetten, want mijn boeken zitten vol humor. Jij hebt mijn boeken gelezen. Jij hebt gezegd dat je ze mooi vindt, maar vind je ze ook humoristisch?” Als ze de aarzeling in mijn weifelmoedig ‘ja’ hoort, gaat ze nog even op het onderwerp door. “Zonder humor zou ik niet kunnen leven. Daarom zitten overal in mijn boeken kleine spitsvondige verwijzingen en tongue in cheek grappen. Ik hoop echt dat ze die kunnen vertalen. Humor is voor mij een drijvende kracht in het leven.”
Dan lacht ze me bevrijdend toe. “Gaan we nu nog samen naar de opera of niet?



Over de auteur

Kees de Bree

99 volgers
13 boeken
0 favorieten
Auteur


Reacties op: Interview Donna Leon

 

Over

Donna Leon

Donna Leon

De Ierse overgrootouders van de Amerikaanse auteur Donna Leon (Montcla...