Blogpost: HedwigMeesters

Afl. 58 Zeurpiet

Wanneer ik de post uit mijn brievenbus haal ‒ buiten aan de gevel naast de voordeur ‒ komen twee zwartepieten aangesjokt. Over hun schouder hangt een goed gevulde juten zak. Ter hoogte van mijn buurman laat de voorste piet zich op zijn hurken zakken. Hij zet de zak op de grond en begint de veter van zijn rechterschoen te strikken. De andere piet geeuwt. Hij doet me denken aan een leeuw die zijn muil openspert. De kleur van piets tanden suggereert een zware rookverslaving.
‘Daar zit vast een hoop lekkers in.’ Ik wijs naar de zak naast de gehurkte piet.
‘En dat is allemaal voor kleine kinderen,’ zegt hij minzaam, waarna hij overeind komt en de zak over zijn schouder hijst. Onder zijn zwarte schmink schemert iets wat door moet gaan voor een baardje.     
‘Eigenlijk ben ik een klein meisje, vermomd als rijpere vrouw,’ probeer ik. Eén schuimpje kan er toch wel vanaf?’     
‘Beetje kinderachtig voor iemand van uw leeftijd,’ zegt hij. De vrek.      
Zijn kompaan is guller en graait in zijn juten zak. Daarna duwt hij me pepernoten en één schuimpje in de hand. Het tweetal kuiert verder.     
'Karel!’ roep ik.     
De vrekkige piet draait zich om. ‘Hoe kent u mijn naam?’     
‘Ik had het tegen mijn kat.’ En ik knik naar mijn huisdier dat verderop als een hond aan een lantaarnpaal staat te snuffelen.
‘Dat heb ik nooit gesnapt,’ zegt hij, ‘van die mensen die hun kat een mensennaam geven.’      
‘Hoe had ik hem dan moeten noemen, Miauw?’     
‘Of zoiets.’
‘Als alle katten zo heetten, zouden ze nu allemaal komen aanrennen,’ zeg ik.
‘Die rotbeesten horen helemaal niet op straat,’ gromt hij.     
‘Laat me raden,’ zeg ik. Jij bent vast de zeurpiet.’     
Hij staakt zijn wild geraas en beent achter zijn paffende makker aan.   

Wil mijn blog liever in je mail ontvangen? Vul hier je gegevens in. Je kunt er ook een hoofdstuk uit mijn roman Zonnemeisjes aanvragen of een opmerking of vraag kwijt.

Lees verder op mijn site

Reacties op: Afl. 58 Zeurpiet