Joseph Roelands Auteur

Blogpost: Joseph Roelands

B-team 01: Handbal

505dc92e231224b0824d6573d52cc3f0.jpgErhard Wunderlich. Zegt die naam jullie iets? Ik acht die kans heel erg klein, maar alleen al de naam heeft iets magisch. Wunderlich. Het zal snel duidelijk worden dat hij echt iets wonderbaarlijks heeft gedaan.
Opgroeiend in een klein dorp in Limburg, was er voor de kleine Joseph eigenlijk niet heel veel keuze. Er waren maar twee sportverenigingen; voetbal en handbal. Nou ja, tennis was er ook maar al hun leden kwamen uit de kleine, naastgelegen buurt met de grotere villa’s. Zo was het met alles. Bedenk een serie clichés uit de begin jaren 70 voor zo’n dorp, in die van mij waren ze allemaal waar! Katholiek, 2 scholen (Mariaschool voor meisjes, Jozefschoof voor jongens), harmonie, schutterij, een klooster en twee sportclubs; voetbal voor de jongens en handbal voor de meisjes.
Ik ken echt uit die tijd niet één meisje dat ook ‘op voetbal’ zat en bij het handbal waren er 14 meisjes-/vrouwenteams en 1(!) mannenteam. Leeftijd varieerde in dat ene team van 16 tot 48 en ze hadden geluk als ze op zondag een team compleet hadden.

Dus Joseph ging voetballen. Nou, dat was geen onverdeeld succes. Als de bal stil lag (een vrije schop ofzo) dan ging het nog wel. Maar als de bal rolde, en ik trapte er tegenaan, dan was het een wilde gok waar de bal terecht zou komen. En mijn eigen keeper was vaker in gevaar dan die van de tegenstander. En ingooien, dat kon ik ook, en redelijk ver voor een jongetje van een jaar of 9. Dus toen de keeper een keer op vakantie was, mocht ik in het doel. Ik was de enige van het team die überhaupt bij de lat kon, ik was ook toen al erg lang voor mijn leeftijd.
Dat keepen beviel beter. As ik de bal moest trappen (doeltrap) lag-ie stil en voor de rest mocht ik er gewoon met mijn handen aan zitten. En dat ging steeds beter, want ik gooide die grote bal met gemak tot op - of over de helft van het veld. Mensen achter het doel zeiden regelmatig dat ik beter kon gaan handballen, maar ja, dat was voor meisjes.


Mijn zus, die uiteraard wel op handbal zat, ging met haar team naar Sittard. Daar was het WK bezig en ze hadden kaartjes voor West-Duitsland tegen Tsjechoslowakije. Er was een kaartje over, ik mocht mee. De spelers waren aan het inspelen, toen we de tribune op liepen. Bij Duitsland liep een lange man met nummer negen, blond haar en een pornosnor (zoals we dat later noemden), zich een beetje warm te gooien tegen de muur. Het geluid van die bal tegen de houten wand, dreunde door de hele zaal.
Daarna ging hij op doel gooien. De bewondering die ik toen kreeg voor de keeper, die daar vóór durfde te gaan staan is altijd gebleven voor handbal keepers. Wat kon die man hard gooien. De scheidrechter blies op zijn fluit om de aanvoerders bij zich te roepen en hij gooide nog één keer op doel, voluit! De bal knalde vlak boven de keeper op de lat en vloog met een boog in het doel van de tegenstander. Er ging een ‘oehhhh’ door de zaal. Zijn naam: Erhard Wunderlich!


De dag erna heb ik me aangemeld bij de handbal vereniging en stopte ik met voetbal. Dit wilde ik ook en ik ging me vooral richten op het nog harder kunnen gooien, ik wilde kunnen wat ik had gezien en bewonderde. Natuurlijk heb ik nooit dat niveau gehaald, van mijn held, maar hij was de reden dat ik een passie vond in een sport die ik meer dan twintig jaar heb kunnen uitoefenen.

En dat patroon heeft zich in mijn leven een paar keer herhaald. Een ontmoeting met Wubbo Ockels, resulteerde in de keuze voor Lucht- en Ruimtevaart techniek (uiteraard was/ben ik een bèta), een lezing van Koen van Velzen (een geniale architect) heeft mij doen besluiten bouwkunde erbij te gaan doen en het lezen van een boek van Gary Kasparov, motiveerde mij schaken te gaan leren, wat ik daarvoor helemaal niet kon. Steeds een zelfde ‘van de ene op de andere dag’-besluit.
Er is één belangrijke uitzondering op deze regel. Schrijven. Ik las als kind veel, dat wel, maar het schrijven kwam uit mezelf. Gedichten of verhaaltjes, het heeft er altijd in gezeten. En hoewel ik ervan overtuigd ben dat ik beter kan handballen dan schrijven, is er niets dat zo dichtbij komt bij wat ik ben, dan dat. Maar het merkwaardige is. Het fanatisme dat ik met al die andere dingen had, om er echt goed in te worden, meteen, zo snel mogelijk, had ik dan net hiermee weer niet. Wellicht is dat ook de reden dat ik zo laat echt een amauteur ben geworden.

Pas nu komt het fanatisme langzaam los. En nadenkend over die verschillen (en bij het lezen van de blogs van mijn ‘illustere voorganger’ – 5 euro?), snap ik nu waarom dat zo lang geduurd heeft. Ik had geen Erhard Wunderlich-auteur als voorbeeld, wat dat heeft aangewakkerd. Het moest vanuit mezelf worden aangewakkerd. En misschien is dat wel de reden dat het een ‘echtere’ passie is dan al die andere zaken. Handbal beoefen ik niet meer, met beide studies doe ik niets, en schaken verlies ik tegenwoordig van mijn zoon (waar ik heel trots op ben).
Maar schrijven, was er altijd – op de achtergrond – en is nu naar de voorgrond gekomen, als een integraal onderdeel van wat ik ben. En terwijl voorheen (bij de andere voorbeelden) mijn liefde voor de hobby afhankelijk was van hoe goed ik erin werd, is dat nu anders. Ik ben trots op wat ik doe, wat men ook van de kwaliteit vindt. En ik ga ermee door.

Tot volgende week.

J.

Reacties op: B-team 01: Handbal