Advertentie
    Angèle van Baalen Hebban Recensent

Stef Smulders (1960) emigreerde in 2008 met man Nico en hond naar Italië. Emigreren is sowieso al geen sinecure, maar naar Italië heeft dat helemaal voeten in de aarde.
Voordat het zover was, had het echtpaar zich voor een halfjaar gevestigd in Pavia, waar Stef aan de universiteit zijn masterstudie Middeleeuwse Cultuur wilde voortzetten en echtgenoot Nico van een sabbatical zou gaan genieten. “Hij ging dus stofzuigen, boodschappen doen en koken, terwijl ik onderdook in lang vervlogen tijden.” Quod non! Want “stiekem kriebelde er een andere, nauwelijks uitgesproken wens.” Zij hadden het wijngebied de Oltrepò Pavese ontdekt, een streek ten zuiden van Pavia en niet veel later waren zij op weg met een makelaar, Olita genaamd “die vooral gediplomeerd leek in gladde praatjes en ‘sportief’ autorijden. (…) Op verschillende plekken langs de kant van de weg stonden monumentjes die door nabestaanden waren opgericht om hun geliefde, tragisch verongelukte wegpiraat te herdenken. Olita was kennelijk niet bang om ook zo te eindigen want langzaam rijdende voorliggers haalde hij genadeloos in, doorgetrokken streep of niet.”

De zoektocht naar een huis, het koopproces, de verbouwing, de emigratie, hun weg vinden in de publieke voorzieningen, en nog heel veel zaken meer, verlopen niet zoals je het in Nederland gewend bent en ook niet zoals je het graag zou willen.
Een rasverteller als Stef Smulders vindt hierin genoeg stof om zijn lezers te laten smullen. Van al hun belevenissen en observaties, van Pavia tot Montecalvo Versiggia, van september 2007 tot juli 2009, doet hij verslag in Italiaanse Toestanden, Leven & Overleven in Italië, dat in 2013 uitkwam. De smakelijke verhalen hebben gretig aftrek gevonden bij ieder die iets met Italië heeft, of dat nu toeristen zijn of potentiële emigranten, of gewoon lezers die eens kostelijk vermaakt willen worden. Een vervolg kon dan ook niet uitblijven; in 2016 verscheen Méér Italiaanse Toestanden met een veertigtal korte humoristische verhalen over het leven in Italië.

Het boek Italiaanse Toestanden heeft een heldere structuur: een aaneenschakeling van korte verhalen die een lachwekkende of pijnlijke gebeurtenis bevatten. Het zijn niet zomaar losse verhalen die lukraak gebundeld zijn tot een boek vol aardige anekdotes die ons nu eens om de Italiaan dan weer om de schrijver van deze ‘toestanden’ laten lachen. Er loopt een duidelijke rode draad door de bundel: het beslaat ongeveer de periode vanaf hun verblijf in het stadje Pavia waar zij het plan opvatten om een villa te kopen in Italië tot en met de eerste gasten in hun bed-and-breakfast, in hun villa I Due Padroni. Het kan dus ook niet anders dan dat er ook serieuze verhalen in staan, zoals het verhaal van de codice fiscale, soort bsn, maar dan met een ogenschijnlijk ingewikkelde combinatie van zo’n twintig letters en cijfers, of het verhaal van de weersvoorspellingen die gedaan worden door een man in een strak militair uniform, of dat van hun verhuizing van Nieuwegein naar Montecalvo Versiggia.

Verreweg het leukst zijn natuurlijk de verhalen waarin de schrijver op humoristische wijze vertelt wat er mis gaat, meestal, of beter gezegd, altijd door toedoen van Italianen. Om te beginnen is het Stef, zonder dat er opzet in het spel was, maar gewoon door de Italiaanse mentaliteit, onmogelijk gemaakt zijn masterstudie in Pavia af te ronden: “‘Non sta bene,’ zei ze [de secretaresse] met een grafstem, in antwoord op mijn vraag waar la professoressa Chiara was. ‘Het gaat niet goed met haar.’ Ik was voor de zoveelste keer voor niets naar de universiteit gekomen, waar ik de onderzoeksafdeling weer gesloten had aangetroffen. (…) ‘Wat is er aan de hand?’ ‘Ha preso un raffreddore,’ zei Cinzia nog steeds ernstig, de professor had kou gevat. Ja, ja, als dat maar goed afliep! Italianen en hun gezondheid…” Zijn professoressa, die hem zou hebben moeten begeleiden, heeft Stef slechts drie keer mogen ontmoeten: bij de welkomstlunch in Osteria alle Carceri, bij een afdelingslunch in Osteria alle Carceri en nog een keer een vergaderlunch, in Osteria alle Carceri. Een keer maakte Smulders een afspraak per e-mail die niet veel later werd afgezegd door de secretaresse, waarna hij nooit meer iets van zijn professor heeft vernomen!
In het verhaal Tutto a norma krijgt de lezer een staaltje onvervalste Italiaanse slimheid te zien. “Italië is een land van wetten en regels, maar alle wetten en regels hebben geen duidelijkheid geschapen over wat wel en wat niet mag, integendeel. Het lijkt er zelfs op dat ze voornamelijk ontworpen zijn om je het zicht op een heldere oplossing te ontnemen.” De wetten zijn voor meerdere uitleg vatbaar. Er zijn zelfs elkaar tegensprekende wetten en onbegrijpelijke wetten. Zo kun je argeloze buitenlanders, die (op dat moment nog wel) goedgelovig zijn, van alles wijs maken. “Volgens het door de beëdigde notaris opgestelde koopcontract verzekerde de vorige eigenaar van ons huis dat alle voorzieningen (gas, water en licht) daarin geheel volgens de huidige normen waren aangelegd, tutto a norma. Maar dat moest je ruim zien, zoals de door ons te hulp geroepen elektricien duidelijk maakte. Hij liet ons de dradenwarboel zien die uit een van de schakelkasten in het huis tevoorschijn kwam. Met tape aan elkaar geplakte stroomdraden, losse draden, verkeerde kleuren draad.” Dan blijkt ook de verwarmingsketel niet in orde te zijn. De installateur van de ketel wordt ingeschakeld, de alleraardigste man komt meteen, beweert dat na hem een prutser “met zijn gore handen” eraan gezeten heeft en biedt aan het zaakje in orde te brengen tegen vergoeding uiteraard. “Later begrepen we pas dat deze beste man helemaal de gasfitter niet was maar diens zwager en dat hij door zo bij te klussen een extra zakcentje verdiende. Niet a norma, want knutselen aan de gasleidingen mag niet iedereen. Bovendien bleek hij er een gewoonte van te maken om voor alles wat hij voor ons aanschafte de dubbele prijs te berekenen.” En ook hun brave elektricien verdween bij een tweede bezoek met enkele honderden euro’s voor het aanschaffen van stopcontacten en die zagen ze niet meer terug, net zo min als de meegegeven set huissleutels.
De stukjes die de escapades van hun aannemer Torti beschrijven, zouden een potentiële koper van een te verbouwen huis bijna van dat idee afbrengen. Smulders hebben ze in elk geval een hoop nachtmerries bezorgd! Een aantal verhalen gaan over deze typische Italiaan, ik citeer slechts een stukje dat symbolisch is voor de manier van werken van deze man: “Wel was duidelijk dat Torti geen efficiënte volgorde van handelen had gekozen. [De padroni bivakkeren in een huis waar de wind doorheen waait!] Hij had veel tijd kunnen winnen door eerst het materiaal te laten bestellen om pas als dat beschikbaar was de gaten te gaan hakken. We vroegen de smid [niet de aannemer] of hij het materiaal voor het keukenraampje en voor de openslaande deuren naar het terras niet nu alvast kon bestellen als hij even de maten nam. ‘Hé, dat was wel een goed idee,’ antwoordde hij. Daaraan had hij zelf nog niet gedacht.”
Hoewel de verhalen over de trucjes die uitgehaald worden met betrekking tot percentages bij de koopsom, over de onbetrouwbare mensen die allemaal weer geheime adresjes en mensen kennen die zeer betrouwbaar (di fiducia) zijn, over zich niet aan afspraken houdende, alles beter wetende (en dit hardop verkondigende) aannemers, in wezen triest zijn, zijn ze met zóveel humor en zelfspot geschreven dat de lezer nergens het idee krijgt dat de padroni ook maar enigszins naar Nederland terugverlangen. En tegenover deze malverserende lieden staan heel veel sympathieke en ontroerende personen over wie Smulders evengoed uitweidt. Sommige personen komen er misschien wat minder goed van af, maar nergens worden ze respectloos neergesabeld.

Zoals uit de geciteerde passages blijkt, heeft de auteur een soepele schrijfstijl. De verhalen weet hij steeds in een paar bladzijden tot een afgerond geheel te brengen, zodat je het boek ook af en toe kunt wegleggen zonder dat je de draad van het verhaal kwijtraakt; aan de andere kant geniet je zo van de anekdotes dat je het liefst snel wil verder lezen uit, misschien wel voyeuristische, nieuwsgierigheid naar hoe het zal aflopen.
In de epiloog vertelt de schrijver waarom hun eerste gasten wild enthousiast waren over hun verblijf in de villa. Tot slot een woordenlijst van een paar pagina’s waarin Italiaanse termen die gebruikt zijn in de verhalen, nog eens opgezocht kunnen worden, of die de toekomstige Italiëganger van nut kunnen zijn.
Wie voor het eerst naar Italië afreist, zou dit boek moeten lezen om beter voorbereid te zijn; wie van vakantie uit Italië terugkomt, zal genieten van dit boek vanwege het feest der herkenning. Wie overweegt een huis te kopen in Italië, wordt aangeraden dit boek als een naslagwerk di fiducia bij zich te hebben en bij het minste onraad tevoorschijn te halen.
Heeft de schrijver dan niet overdreven bij het beschrijven van ‘de Italiaan’? Nee, hij schreef de waarheid en niets dan de waarheid!

Reacties op: Tutto a posto

11
Italiaanse toestanden - Stef Smulders
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Bestel dit boek bij Libris.nl Bestel het boek vanaf € 16,95 Bestel het e-book € 4,95
E-book prijsvergelijker