Advertentie

De protagonist reist onder het mom van een zoektocht naar het graf van Alexander de Grote naar Alexandrië, Egypte. De ware reden van deze reis is echter een hele andere. In zijn studententijd heeft hij ooit met zijn vriend Tomas afgesproken elkaar in Alexandrië te ontmoeten voor de bibliotheek aldaar. Helaas is Tomas overleden. Om toch iets van de belofte in te lossen, besluit de ik-figuur het nagelaten werk van Tomas achter te laten in de bibliotheek van Alexandrië. Deze zou ten slotte ooit van alle gepubliceerde boeken een exemplaar bevatten. De zoektocht naar Alexander de Grote is vooral gebruikt als kapstok om het verhaal van een vriendschap aan op te hangen, al vertonen zowel Alexander als Tomas dezelfde karaktertrekjes: zij zijn continu bezig met hoe zij overkomen op anderen.

De ik-figuur gaat als zeventienjarige literatuurwetenschappen studeren in Leiden. Daar ontmoet hij de Vlaamse Tomas, een flamboyante egotripper. De protagonist kijkt op tegen Tomas, een student die geen enkel college volgt maar liever aantekeningen van anderen overschrijft. Colleges leiden hem maar af van datgene waar het werkelijk om gaat in het leven: poëzie schrijven. Via zijn boeken wil hij zich vereeuwigen. En laat die Tomas nu juist de ik-figuur hebben uitverkoren, de introverte jongen die het liefst in zijn eentje op zijn kamertje zit te studeren. De ijverige student lift mee op de uitspattingen van Tomas. Hij kijkt op tegen die levensgenieter en bewondert hem om diens volstrekte onafhankelijkheid. Je zou het bijna dwepen noemen. Helemaal zonder ergernis was hun vriendschap overigens niet. Af en toe stoorde de ik-figuur zich aan zijn vriend: “Ik stoorde me aan zijn opsommingen. … de auto leek opeens weer veranderd in een collegezaal.” Tijdens het bezoek aan Alexandrië duiken allerlei herinneringen op aan deze wonderbaarlijke vriendschap. Vaak gebeurt dat aan de hand van mooie metaforen: “Mijn geest ging in die dagen liggen als een vermoeide mot.”
Tomas heeft het karakter van zijn schuchtere vriend echter niet kunnen veranderen. Zo constateert deze in de ontbijtzaal van zijn hotel: “Het lucht me op dat het zaaltje verder helemaal leeg is. Ik houd er niet van te ontbijten temidden van vreemden, als je gezicht nog niet klaar is voor de voorstelling van de dag …”

Er is veel gediscussieerd over het genre waartoe dit boek zou behoren. Is het wel een roman of is het meer een essay? Met ‘Aantekeningen over het verplaatsen van obelisken’ heeft Van Veelen een vriendschap willen beschrijven zoals hij had gewenst dat die vriendschap daadwerkelijk was (aldus Van Veelen tijdens een interview door Marcel Möring). Daarbij wilde hij zijn vriend Thomas Blondeau mythologiseren. Gezien de vele waargebeurde elementen van dit boek, zou ik het boek als factie willen typeren. Ongeacht in welk hokje dit verhaal wordt geplaatst is ‘Aantekeningen over het verplaatsen van obelisken’ een boek dat een grote schare lezers zal bekoren.

Reacties op: Een rouwdocument om een vriend te mythologiseren

204
Aantekeningen over het verplaatsen van obelisken - Arjen van Veelen
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Onze partners
E-book prijsvergelijker