Advertentie

Maarten ‘t Hart behoort inmiddels tot de oude knarren, maar wederom schittert hij als taal- en muziekvirtuoos met de roman De Nachtstemmer. Nu ja, schittert. Dat woord past eigenlijk niet bij ‘t Hart. Het is nooit groots en meeslepend. Althans niet bij de personen die een hoofdrol spelen in zijn boeken. Wel in de liefde voor de muziek (en het vrouwvolk).

Het adagium is dus eerder calvinistisch. Letterlijk. Mopperend, met sardonisch genoegen de Bijbelkenners en gelovigen onderuit halen, ja daar schittert ‘t Hart, nu bij monde van de romanfiguur Gabriel Potjewijd.
In deze bijzonder grappige roman speelt deze orgelstemmer uit Heiligerlee van middelbare leeftijd de hoofdrol. De ietwat nurkse, ja saaie (althans volgens de ravissante Gracinda) orgelstemmer strijkt neer in een plaats met geinende, pesterige, rare inwoners die merkwaardige namen dragen. Nog merkwaardiger zijn de straatnamen zoals het Wijde Slop en Op de Wip. Die namen, ja de soms ouderwetse taal alleen al zijn een bron van genoegen voor de lezer. Het kneuterige is zo ver doorgevoerd dat het plezier ervan af spat. De schrijver is zelf een orgelstemmer. Hij laat de taal genoeglijk rijmen, dansen en deinen. Wat een plezier moet ‘t Hart hebben gehad om dit samen te stellen. De schrijver is zelf een Nachtstemmer.

De orgelstemmer Gabe die eigenlijk geen lawaai kan verdragen, krijgt het zwaar voor de kiezen in het stadje waarin we natuurlijk Maassluis herkennen. De stad met de scheepswerven waar horen en zien je vergaan. De plaats waar ‘t Hart zelf vandaan komt; waar hij al meerdere appeltjes mee heeft geschild. Waar hij al meerdere boeken gewijd heeft aan de archaïsche kerkelijke gewoonten, de bijbelse wonderverhalen die nog letterlijk worden genomen, stijve ouderlingen en dominees die het al te dol maken. Kortom, de plaats die hij achter zich gelaten én waar hij steeds bij terugkomt.

Toch, is er mijns inziens minder boosheid en opwinding in zijn boek over de fratsen van het vrome volk. Er is meer humor dan ooit. Al heeft ‘t Hart altijd wel iets met humor, voor wie het opmerkt. Ergens, proef je in dit boek toch ook de onlosmakelijke verbondenheid met het vrome volk en in het bijzonder, de bijbelse frasen, de psalmen (oude berijming!) die Potjewijd en dus ‘t Hart constant zelf bezigt en in het bange uur van benauwdheid toch ook steun geeft, al gelooft hij geen sikkepit meer in God en zijn zoon (die volgens Potjewijd) niet eens geleefd heeft.

Uit eerdere boeken is al gebleken dat ‘t Hart naast humor en feitenkennis, ook goed overweg kan met thrillerelementen. Zo ook hier, maar dan wel in een kolderieke setting waar het dus behoorlijk kan spoken. In een donkere kerk, midden in de nacht een onbekende horen rondsluipen die het op de brave, laffe orgelstemmer gemunt heeft. Ik geef het je te doen. Spannend én erg grappig. En een nat pak halen in een plaats die je vijandig gezind lijkt. Poeh. Gelukkig is er de reddingsboei van de Zuid-Amerikaanse passie.

Dit boek doet je smullen van de wetenswaardigheden over klassieke muziekstukken, taalkunstjes, de kostelijke namen en boven alles de gecreëerde setting. Daar in het vreselijke plaatsje met die vreselijke mensen, vinden een bange orgelstemmer en een supermooie Braziliaanse weduwe met een raadselachtige dochter elkaar. Al staat het leven erbij wel op het spel.

Hulde voor Maarten!

Reacties op: Op de Wip

80
De nachtstemmer - Maarten 't Hart
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Onze partners
E-book prijsvergelijker