Advertentie

Volgens de uitgever is "De dood van Jezus" de afsluiting van Coetzees allegorische driedelige parabel over leven en sterven van de raadselachtige David. Een mooie afsluiting, naar mijn smaak. Al hoop ik stiekem op nog een vierde deel, waarin Coetzee nog met een eigen versie komt van Jezus' opstanding, waarmee hij de rijke raadselachtigheid van de David- parabel nog verder vergroot.

In deel 1 kwam een raadselachtige jongen met een onbekende herkomst, die zijn naam en geschiedenis vergeten is, na een lange zeereis aan in een onbekend en bijna abstract land. Hij is vermoedelijk de Jezusfiguur uit de titel van de drie delen, maar weet dat niet: de naam "Jezus" komt in alle drie boeken volgens mij alleen in de titel voor. De jongen nam de naam "David" aan. Een van zijn mede- opvarenden, die evengoed zijn naam, geschiedenis en herkomst niet kent, nam de naam "Simon" aan en nam de vaderrol op zich. Hij is dan als het ware Josef geworden, maar weet dat niet. Inés, woonachtig in het abstracte land, neemt de rol van de moeder op zich en is dan als het ware - maar ook zonder dit te beseffen- als een soort Maria door een variant van de onbevlekte ontvangenis gezegend met een zoon. Drie ontheemde Bijbelfiguren, zo lijkt het wel, alle drie geheel onbekend met hun Bijbelse herkomst en zelfs met het Bijbelse woord en de Bijbelse waarheid, die aan het eind van deel 1 op de dool gaan naar onbekende bestemming. In deel 2 hebben ze die bestemming bereikt, maar worden de existentiële en filosofische vraagstukken die in deel 1 werden opgeroepen naar mijn gevoel alleen maar verder verdiept. En nu is er dan het afsluitende deel 3, waarin David - zoals de titel al suggereert- sterft, zoals ooit ook Jezus.

Maar hij sterft wel anders dan Jezus: niet door kruisiging maar aan een geheimzinnige ziekte, en niet als volwassene maar als in de knop gebroken tienjarige. En van enige wederopstanding is geen sprake, hoezeer er ook gefilosofeerd wordt over mogelijke volgende levens en mogelijke wedergeboorten. Zoals er in dit en de vorige delen ook al gezinspeeld werd op de mogelijkheid dat David al een wedergeborene is, die zijn vorige leven of levens niet meer kent. Hij wordt wel door allerlei personages als verlosser gezien, als brenger van een blijde boodschap uit hogere regionen. Maar zijn bron is niet de Bijbel, maar Cervantes' "Don Quichot", en allerlei prachtige en fantasierijke eigen varianten op de Don Quichot- verhalen. Die verhalen hebben een eigen literaire waarheid, en over die specifiek eigen waarheid van het literaire verhaal worden heel mooie dingen gezegd, maar het lijkt mij geen transcendente of absolute hogere waarheid, en dus geen absoluut antwoord op de aardse vragen. Bovendien, een van zijn fantasievolle Quichot- verhalen breekt David uitgeput af met de woorden "Alles is duisternis": het tegendeel dus van het licht der waarheid.

Significant is bovendien dat David zelf vaak gekweld de vraag stelt "Waarom ben ik hier?", met indringende deelvragen over het zijn, het ik (de eigen identiteit) en over wat "hier" eigenlijk betekent. Ook zegt David een paar keer zelfs "er is geen waarom". Op zijn vragen krijgt hij dan ook geen antwoord, behalve dan wellicht het besef dat er geen waarom IS. Iemand oppert zelfs dat het geen vragen zijn, maar een beroep, een smeekbede, waarop David van niemand antwoord krijgt. En Davids "boodschap" is wellicht niets meer dan: wees dapper, wees opgewekt, ook als je (zoals David zelf) met veel pijn sterft. Of een soort aan de taal ontstijgende boodschap die volgens David verborgen zit in de getallen en in muziek en dans. Maar die krijgt dan geen gearticuleerde vorm in het Woord. Terwijl Davids ziekte hem helemaal belette te dansen, zodat ook zijn zoektocht naar en articulatie van voor-talige waarheden in de knop werd gebroken. Kortom: misschien IS David niet de drager van De Boodschap, hoezeer daar ook door veel van de personages op wordt gehoopt. Tegelijk wordt echter naar mijn gevoel gesuggereerd dat David misschien wel degelijk in contact staat met hogere waarheden, en dat hij in zijn dans, in zijn Quichotteske verhalen en in diverse nogal paradoxale uitspraken op zijn minst fragmenten van een nieuw en minder beperkend soort denken laat zien. Of op zijn minst enig helder inzicht in de belemmeringen en beperkingen van ons alledaagse of logisch- rationele denken. Maar die fragmenten worden dan niet begrepen, en worden voor zijn dierbaren en volgelingen geen helder geheel.

Die niet- ingeloste belofte van een hogere boodschap heeft op veel van de personages minstens zo veel impact als Davids dood. Een van hen zegt het mooi: "Wat we willen, wat we allemaal willen, is het verlossende woord dat de deuren van onze gevangenis zal opengooien en ons weer tot leven zal brengen. En als ik gevangenis zeg bedoel ik niet alleen de gesloten afdeling, ik bedoel de wereld, de hele wijde wereld. Want dat is de wereld, vanuit een bepaald perspectief: een gevangenis waarin je aftakelt tot kromruggigheid en incontinentie en uiteindelijk de dood en dan (als je bepaalde verhalen gelooft, wat ik niet doe) wakker wordt op een vreemde oever waar de hele santenkraam weer van voren van aan begint. Het is niet brood waarnaar wij hongeren […] maar het woord, het vurige woord dat zal onthullen waarom we hier zijn". Aldus Dmitri, de gepassioneerde, Dostojevski- achtige waanzinnige moordenaar die we nog kennen uit deel 2. Ook belichaamt hij Dostojevki's vrij wanhopige gedachte dat de wereld zonder God een waanzinnige chaos wordt waarin alles is geoorloofd, en dat God dus MOET bestaan, want anders zijn we verloren. Dat hij dus vergeefs hongert naar het brood van Davids woord is nogal logisch. Maar ook een veel minder gepassioneerd personage zegt "Een wees zijn, op het diepste niveau, is alleen op de wereld zijn. Dus in zekere zin zijn we allemaal wezen, want we zijn allemaal, op het diepste niveau, alleen op de wereld". En de boodschap van David was, volgens sommige personages, gericht aan "de wezen van de wereld in het algemeen". Dat David sterft voordat hij een boodschap kan verwoorden, en bovendien zelf ook een wees is die geen antwoord heeft op de waarom- vragen, is dus niet alleen voor de gepassioneerde Dmitri een prangend probleem. Ook Simon ervaart een "gat dat zich in de textuur van zijn bestaan heeft ontwikkeld", en het is ontroerend hoe hij dat gat even wanhopig als vergeefs poogt te vullen.

Wie of wat David werkelijk was weten we aan het eind van deze trilogie nog steeds niet. Zoals we ook niet weten wie David het beste begreep: was dat de wellicht waanzinnige maar ook gepassioneerde en geïnspireerde Dmitri, was dat de misschien wat al te aardse en saaie maar wel oprechte (misschien zelfs wijze) Simon, was dat iemand anders, of heeft niemand ook maar iets van David begrepen? En Davids eigen heilige geloof in de Don Quichot: is dat kinderlijk, is dat Goddelijk, of allebei en geen van beide? Zo zit de roman vol met vragen zonder definitief antwoord, met naar mijn gevoel als meest prangende vraag "waarom zijn wij hier?". Met misschien als even prangende vraag: wat te doen met het ontbrekende antwoord op die waarom- vraag, en met het vermoeden dat er geen waarom is? Wat te doen met het gegeven dat we toch, soms tegen beter weten in, blijven verlangen naar dat antwoord? Minder gepassioneerd misschien dan Dmitri, maar toch? Al die personages die in David de nieuwe Messias zien of willen zien, zijn die diep naïef en verblind, of zijn ze diep menselijk, zelfs als ze ongelijk zouden hebben? En misschien eerlijker of geïnspireerder in hun steeds maar zoeken naar antwoorden dan de rationelere, meer sceptische Simon, die aan de andere kant vaak op mij wel wijzer en filosofischer overkomt? Is Simon zelf bovendien niet een soort vleesgeworden aarzeling, omdat hij aan de ene kant niet meegaat in Dmitri's geëxalteerde passie en Davids pre- logische gedachtegangen, terwijl hij zich aan de andere kant wel laat vervoeren door de pre-logische sferen van de dans en soms toch ook door Davids Quichotteske fantasie?

Het intrigerende van deze trilogie is misschien vooral hoe Coetzee dit soort vragen oproept, zonder er een troostrijk maar overhaast antwoord op te geven. En hoe hij dus laat zien dat we moeten leren leven met dilemma's en vraagtekens. Mooi vind ik in elk geval de gedachte dat we allemaal wezen zijn, die vergeefs zoeken naar een antwoord. Mooi vind ik ook hoe hij suggereert dat het ontbreken van dit antwoord ons nooit helemaal bevredigt. Maar even mooi vind ik uitspraken als: "Filosofie zegt ons wanneer er niets meer te zeggen valt. Filosofie zegt ons wanneer we stil moeten zitten met onze geest op oneindig en onze mond dicht. Geen vragen meer, geen antwoorden meer". Bij het lezen van dit boek had ik in elk geval het gevoel dat ik, voor even, stil kon zitten met mijn mond dicht. En dat was voor mij het mooiste van dit boek.

Reacties op: Mooi slot van een intrigerende trilogie

3
De dood van Jezus - J.M. Coetzee
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Onze partners
E-book prijsvergelijker