Advertentie

Ooit vond ik Handke helemaal prachtig. Maar ik verloor hem wat uit het oog, deels omdat ik sommige van zijn boeken ook oerbelachelijk pompeus vond, en deels omdat ik sommige boeken niet aandurfde omdat ik bang was dat ik ze niet zou gaan begrijpen. Bovendien vond ik het vervelend dat hij een grafrede hield voor Milosevic, en ook beweerde dat de Serviërs geen blaam trof in de Balkan- oorlog. Toch bleven de ongelezen Handke- boeken naar mij kwispelen in de boekenkast. Wist ik immers wel precies welke uitspraken hij gedaan had over Milosevic en de Serviërs, of welke motieven daarbij had? Bij de begrafenis van Milosevic zei hij niet dat Milosevic een toffe peer was, maar: "De wereld, de zogenaamde wereld, weet alles over Slobodan Milosevic. De zogenaamde wereld kent de waarheid. Ik ken de waarheid niet. Maar ik kijk. Ik begrijp. Ik voel. Ik herinner me. Ik vraag." Dat lijkt eerder een poging tot nuancering dan een onterechte stellingname. En gesteld al dat deze poging tot nuancering onterecht was, en gesteld al dat andere van zijn uitspraken helemaal "fout" zouden zijn, dan hoefde dat toch nog steeds niet te betekenen dat al zijn boeken ook fout zijn? Bovendien, waarom zou ik bang moeten zijn dat ik zijn boeken niet zou begrijpen? Sterker nog, hoezo zou ik ze eigenlijk MOETEN begrijpen? Tarkovsky zegt: als je zoekt naar betekenis, dan zie je totaal niet wat er gebeurt. Met die uitspraak in het achterhoofd kan ik sinds kort wél genieten van zijn voor mij vroeger volkomen ondoorgrondelijke films. Zou iets soortgelijks ook niet bij Handke kunnen gebeuren? Zo aarzelde ik en aarzelde ik. Totdat Handke ineens de Nobelprijs won, omdat hij, aldus het comité, "met taalkundige vindingrijkheid de randen en eigenzinnigheden van de menselijke ervaring verkent". Prachtig geformuleerd, en het raakt prima de kern van o.a. "De last van de wereld" dat ik een paar jaar geleden met veel vreugde las. Zou ik een soortgelijke vreugde dus niet ook kunnen beleven met andere nog ongelezen Handkes in mijn boekenkast?

Dus las ik "Essay over de geslaagde dag", een boekje van 80 bladzijden. Maar eigenlijk zijn het er 160 omdat ik het meteen herlas, en door de mijmerende napret zijn het er misschien zelfs 320. De Duitse titel is "Versuch über den geglückten Tag": "Versuch" betekent "poging", net als het door Montaigne gemunte begrip "essay". Het hele boekje staat dan ook in het teken van tastende associaties, meanderende mijmeringen, vragende sporen, zoekende betooglijnen die eindigen met een vraag en worden opgevolgd door opnieuw beginnende zoekende betooglijnen. Dat alles opgeschreven door een "ik" die misschien Handke is maar misschien ook niet, die zichzelf en zijn ervaringen bovendien ook vaak vanuit een "hij"- perspectief omcirkelt, en die zichzelf soms als "jij" toespreekt, terwijl hij soms ook nog met een ingebeelde "jij" in discussie gaat. Ergens wordt gesproken van "het ontdekkende verdwalen": dat is precies wat je als lezer in dit essay doet. Of beter, je moet toelaten dat je in dit essay verdwaalt, en juist niet zoeken naar vast omlijnde conclusies. En "het ontdekkende verdwalen" is ook wat een geslaagde dag lijkt te kenmerken: een dag waarin je jezelf op elk ogenblik helemaal opent voor alle indrukken, hoe betekenisloos ook; een dag waarin je niet op enig doel of nut afgaat en niets negeert omdat het ogenschijnlijk geen doel heeft; een dag waarin je alles hoort en ziet alsof het nieuw is en niet al is gelabeld door onze conventies; een dag ook waarin al die ogenblikken van "ontdekkend verdwalen" niet verloren gaan, maar samen beklijven in één onverklaarbaar mooie "line of beauty and grace".

Maar weten we na dit essay ook hoe een "geslaagde dag" eruit ziet? Nee, geenszins. Het gaat zelfs niet eens om een concrete ervaring van een geslaagde dag, maar enkel om een droom. En niet eens een droom die de schrijver claimt te hebben gehad, maar die hij zegt in dit essay te hebben GEMAAKT. En dat alleen op tastende, meanderende, zeer voorlopige en nauwelijks tot conclusies voerende wijze. De "geslaagde dag" met zijn "ontdekkende verdwalen" is geen ervaring die de essayist al kent, maar een ervaring waarnaar hij zoekt. Hopend dat de lezer met hem meezoekt. Vrij vroeg in het essay wordt gesproken over het oud- Griekse kairos- begrip: het juiste ogenblik, waarop de menselijke tijd en de goddelijke tijd elkaar snijden. Dat werd later opgevolgd door het Christelijke eeuwigheidsbegrip, waarin alles zin kreeg in een overkoepelende hogere waarheid en eenheid. Maar deze zingevende begrippen hebben hun kracht verloren, dus wat is dan nog het zingevend verband tussen het ene en andere versplinterde ogenblik? Gaat het dan om "het welslagen telkens van mijn tijdelijkheid, de afzonderlijk geslaagde levenspanne"? Of is ook dat geloof, droom, visioen? Een variant op die droom is wellicht de ervaring dat het ik zich elk ogenblik helemaal opent, en alle indrukken - alle hier en nu ervaringen- bewaart: "Zijn ik- dag zou zich hebben geopend tot wereld- dag. Elke plaats zou zijn moment hebben gekregen, en hij zou daarvan hebben kunnen zeggen: 'Dat is het'. Hij zou tot een akkoord zijn gekomen met zijn sterfelijkheid […]. Zijn bijvoeglijk woord bij alles zou een gedurig 'bij de aanblik' zijn geweest, bij de aanblik van jou, bij de aanblik van een roos, bij de aanblik van het asfalt - en de materie , of de 'stoffelijkheid'? , zou voor hem hebben geschreeuwd om schepping, weer en weer". Maar deze formuleringen staan helemaal in de modus van "zou hebben kunnen", dus van het misschien. En ook het vraagteken in het midden van een van de zinnen onderstreept het essayistische, pogende en tastende karakter ervan.

Kortom: wat een geslaagde dag is komen we niet te weten, en het is zelfs volkomen onzeker of er zoiets kan bestaan. Niettemin maakt dit essay mij helemaal vrolijk door de glimpen die het mij biedt op de mogelijke contouren van een geslaagde dag. En zet het mij op bijzonder aangename wijze aan het mijmeren over hoe ik in mijn normale beleving van een dag de sporen zou kunnen zoeken van een geslaagde dag. Of hoe ik mijn dag kan verrijken door ook zelf ontdekkend te verdwalen, voor zover ik dat tenminste kan. En door de vluchtige indrukken die ik al dwalend opdoe, hoe vluchtig en efemeer ook omdat ze in geen enkel betekeniskader passen, toch te bewaren, voor zover ik dat tenminste kan. Of op zijn minst te beseffen dat mijn dag veel voller is van ogenblikken gevuld met indrukken dan ik besef.

Die mijmeringen roept Handke op elke pagina bj mij op, ja, zelfs in elke zin. Bijvoorbeeld door meteen aan het begin zomaar ineens te mijmeren over Hogarths begrip "line of beauty and grace" , de lijn van schoonheid en bevalligheid (of ook: genade), de even levendige als kronkelende S- vormige lijn die "leads the eye in a pleasing manner along the continuity of its variety". Die meanderende schoonheidslijn wordt geassocieerd met een speelse, krommende witte ader in een steen op de bodem van de Bodensee. En meteen daarna wordt gemijmerd over de curves van een spoorlijn, waarover een trein rijdt, waarin de ik- figuur, naar buiten kijkend, van ogenblik tot ogenblik een ander stuk van de stad in zich opneemt. En van daaruit ontstaat, zogenaamd, het essay, uit "de loop van de dag, in de seconde van de overgang van starogigheid naar oogknipperen". Het meanderende essay ontstaat dus uit meanderende associaties over de eveneens meanderende "line of beauty and grace". Vervolgens wordt die lijn van schoonheid dan gebruikt als beeld van de geslaagde dag: vol van ongrijpbare ogenblikken, die samen een "line of beauty and grace" vormen, een patroon van variatie en schoonheid. En dat beeld vergroot nog het raadsel van de geslaagde dag: nergens verklaart Handke wat precies de "line of beauty and grace" is, nergens helpt dit begrip om concreet te maken hoe het "patroon van een geslaagde dag" er precies uitziet. Hetgeen mijn verbeelding prikkelt, en mij nog extra stimuleert om ontdekkend te verdwalen in mijmeringen over de geslaagde dag.

Bovendien krijg ik door sommige zinnen van Handke het gevoel dat er luiken opengaan in mijn hoofd. Zodat ik voor even bijna meen te voelen wat een geslaagde dag is. "In het Grieks heeft er vroeger een woord bestaan voor het 'Ik ben', dat niets dan een langgerekte O was, en aan te treffen was het bijvoorbeeld in de zin 'Zolang ik in de wereld ben, ben ik in het licht van de wereld'". Het woord 'ik' als een langgerekt, verwonderd Oooooo…… Niet als label van een bekende en gedefinieerde identiteit, maar als verbaasde klank die nog niet eens gevorm is tot een woord... Ook dat hoort bij Handkes "ontdekkende verdwalen". Dat komt ook terug in zijn observatie dat ogenblik' vroeger letterlijk 'ogen- worp' betekende, en "lezen' eigenlijk 'op- kijken' of 'omhoog- gewaarworden'. Met die observaties suggereert Handke tussen de regels door de mogelijkheden van een nieuw soort waarnemen, waarbij je jezelf elk ogenblik weer voor het ongedefinieerde openstelt: "Niet de zekere blik omlaag op het voorhandene, […], maar […] in het onzekere". En dat "onzekere" is volgens mij een beproeving. Eerder zei ik al dat de geslaagde dag geen tastbare ervaring is, maar een droom, een idee. Maar wel een idee dat stimuleert om alle noties over mijzelf en de wereld op de proef te stellen: "Er was geen beeld, alleen licht. Ja, die idee was niet een zich weer voor de geest halen van bijvoorbeeld goed doorgebrachte dagen in de kindertijd, maar wierp haar licht uitsluitend vooruit in de toekomst. En indien al vertelbaar, dan is ze dat uitsluitend in de toekomstige tijdsvorm, als toekomstvertelling […].Het zal mij een ruk geven, een tweevoudige: boven mij uit, en in mij, helemaal binnenin".

Maar hoe ziet zo'n toekomstvertelling, met die tweevoudige 'ruk', er dan uit? Nou, bijvoorbeeld ongeveer zo: "Je kalmte zal tegelijk, zoals soms bij een kind, een zich verbazen zijn. Op de geslaagde dag zal ik puur zijn medium geweest zijn, simpelweg met de dag meegegaan zijn, me door de zon hebben laten beschijnen, door de wind aanwaaien, door de regen natregenen, mijn werkwoord zal 'laten begaan' geweest zijn. Je innerlijk zal even verscheiden geworden zijn als in de loop van deze dag de wereld buiten, en het bijvoeglijk woord van Odysseus, de 'veelgezworvene', zul je op het eind van de dag voor jezelf vertaald hebben in de 'verscheidene', en van een dergelijke verscheidenheid zal het in je gedanst hebben". Door je maximaal open te stellen voor al je ongedefinieerde indrukken laat je niet alleen je labels los van de dingen en de wereld, maar ook je eigen perspectief en dus je ik- beeld. Dat is de bijna onmogelijke ervaring waar Handke naar tast, niet als iets wat werkelijk is maar als wellicht toekomstige mogelijkheid. En dat doet hij bijvoorbeeld ook in de volgende tastende, ontdekkend verdwalende zinnen: "Het slagen van de dag en het laten; en het laten als doen: Hij liet voor het raam de mist drijven, hij liet achter het huis het gras waaien. Ook dat zich- door- de- zon- laten- beschijnen was een activiteit: nu laat ik haar mijn voorhoofd warmen, nu mijn oogappels, nu mijn knieën- en dan tijd voor de pelsdierwarmte tussen mijn schouderbladen! Hoofd van de zonnebloem, dat niets anders doet dan het licht van de dag volgen". Dankzij de boeken van de filosoof Gerard Visser leerde ik kort geleden veel over "gelatenheid": een begrip dat neerkomt op de drieledigheid van 1) loslaten van eigenwilligheid en geloof in vastomlijnde en transparante waarheden, 2) het zich verlaten op het zijn als ongewisse en ondoorgrondelijk geheimzinnige openheid, en 3) het zijn laten (niet met je verstand of je eigenwilligheid blokkeren) van het geheimzinnig ongedefinieerde dat alle fenomenen en ervaringen omgeeft. Volgens mij streeft Handke hier naar iets soortgelijks: het zo passief mogelijk laten 'laten- zijn' van de dingen, door zo actief mogelijk de conventionele labels van de dingen los te laten. Waardoor je ook des te ontvankelijker wordt voor het ongedefinieerde, het niets, de stilte: "Het was laat in de morgen, en hij liet de stilte van de plaats door zijn geopende vingers waaien. De slapen, bollende zeilen".

Ik weet nog steeds niet wat een geslaagde dag is, en of hij wel kan bestaan. Ook weet ik niet precies hoe ik die open ontvankelijkheid vol ontdekkend verdwalen kan bereiken die Handke zo mooi evoceert. Maar daarn ben ik juist blij mee, want dankzij dit boekje ben ik wel heel enthousiast aan het dromen over dit wellicht onmogelijke idee. En in mijn boekenkast staat gelukkig nog meer van Handke.

Reacties op: Het ontdekkende verdwalen. Handkes prachtige mijmeringen over de geslaagde dag

1
Essay over de geslaagde dag - Peter Handke
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie E-book prijsvergelijker