Advertentie
    Selene VIP Club

Nunôk, die ongeveer 13 jaar is, wordt door een Nederlands schip meegenomen uit Groenland samen met Umik, de angakok (soort medicijnman) van de stam. De Nederlanders vinden deze barbaren raar, maar wel interessant. Via allerlei omzwervingen waarbij Nunôk ook wat Nederlands leert (zoals de kermis, een anatomisch theater, een bezoek aan de prins, ...) komt Nunôk uiteindelijk weer terecht op een schip, maar direct terug naar Groenland varen is niet mogelijk!

Nunôk is echt een Groenlandse jongen uit de 17e eeuw! Dat merk je aan alles wat hij doet en hoe hij zich gedraagt. Het leuke is dat hij ook wat Nederlands leert, dus dan begrijpt hij ook net iets meer van wat er om hem heen gebeurt.

Het boek is best dik en steeds als je denkt, nu zal Nunôk wel teruggaan naar Groenland, gebeurt er weer iets waardoor het hem niet lukt. Want het Nederland in de 17e eeuw is helemaal niet zo leuk. Niet voor Nunôk, maar ook de andere personages hebben allemaal niet echt een goed leven (al hebben de rijkere mensen het beduidend beter dan de arme mensen).
Juist omdat alle personages, behalve Umik en Orpa en wanneer mogelijk ook stuurman Ys, niet echt aardig (of echt gemeen) tegen Nunôk waren, leef je heel erg met hem mee en wil je ook graag dat hij weer thuiskomt. Het is niet zo dat Nunôk het niet leuk wíl vinden in Nederland, maar de mensen behandelen hem als iets raars en daardoor leert hij ook amper aardige mensen kennen. Iedereen wil hem ergens voor gebruiken, voornamelijk voor hun eigen gewin.

De plaatsen en situaties waar Nunôk in terechtkomt zijn situaties waar je nu eigenlijk niet meer in terecht kan komen op de manier waarop ze in het boek beschreven zijn. Het was wel interessant om te lezen hoe bijvoorbeeld de walvisjacht destijds ging en waarvoor ze de producten gebruikten die van de gedode walvissen werden gemaakt. Omdat die producten zoveel werden gebruikt voor alledaagse dingen, is het ook wel duidelijk waarom de walvisjacht zo lang doorging... Aan de andere kant lees je in dit boek over de mensen die op walvissen jagen en hoe de jacht ging, en aan de andere kant over de mensen in Nederland die al die producten maar gebruiken zonder dat ze weten waar het vandaan is gekomen of wat ervoor moest gebeuren. Dat de mensen in Nederland zo gruwden van Nunôk die dan een vogel doodschiet om op te eten, wat voor de mensen thuis in Ittimiini juist niet vreemd zou zijn, laat ook wel zien dat de mensen in Nederland over het algemeen niet zo bezig waren met waar hun eten precies vandaan kwam.

Het verhaal wordt verteld vanuit Nunôks oogpunt (wel in de derde persoon), waardoor je vaak Nunôks gedachten leest. Nunôk begrijpt nog niet al het Nederlands dat er om hem heen gesproken wordt, maar als lezer doe je dat natuurlijk wel en daardoor weet je vaak net iets meer dan Nunôk zelf.
De paar Inuit-woorden worden sowieso achter in het boek in een woordenlijst uitgelegd, maar de eerste (paar) keer dat ze in het verhaal voorkomen, wordt de vertaling daar ook bijgezet. Daardoor hoef je niet per sé de woordenlijst erbij te pakken en kun je gewoon doorlezen.
De zinnen zijn niet overdreven lang of kort, maar zijn zo lang of kort als nodig om het verhaal te vertellen. Daardoor is het zowel prettig om zelf te lezen als om voor te lezen, want er wordt goed afgewisseld met beschrijvingen, dialogen en gedachten. Je kan je helemaal voorstellen dat de mensen in de boeken de dingen die ze zeggen, echt op die manier gezegd kunnen hebben (alleen dan in hun eigen taal of in het Nederlands van de zeventiende eeuw).

Over de voorkant staat hier een hele pagina op de site van het boek! Inclusief schetsen van de ontwerpfase.
De uiteindelijk kaft is digitaal getekend en ingekleurd. Op mijn gedrukte boek is het blauw veel donkerder en paarser dan op de volledige afbeelding op de site, maar eigenlijk vind ik de gedrukte versie ook net iets mooier. De lucht ziet er daarop wat dreigender uit en dat past ook wel bij de getekende scène. Die komt namelijk ook echt voor in het verhaal.

De enige illustratie binnenin het boek is de kaart op de binnenkant van de kaft, ook hier op de website van het boek te zien. De lijnen zijn heel duidelijk en de route van Nunôk is er ook op aangegeven (al heb ik daar tijdens het lezen helemaal niet meer op gelet, want de beschrijvingen van waar hij is, zijn duidelijk genoeg. De kleine tekeningetjes van schepen, dieren en mythische wezens geven de kaarten wel een historische sfeer!

Net als de andere boeken van Rob Ruggenberg is ook dit verhaal gebaseerd op een stukje tekst dat de auteur ergens tegenkwam. Met dat beetje informatie (volgens zijn site ongeveer een A4tje vol) heeft hij er zo'n spannend boek van weten te maken, waarvan bijna alle gebeurtenissen echt gebeurd hadden kunnen zijn!


Interview met Rob Ruggenberg over IJsbarbaar:
Spreek je "Ys" uit als "ijs/eis" of als "ies"?

Op Vlieland zeggen ze IJs, maar dat wil niet zeggen dat ze dat in de 17de eeuw ook deden. Het kan zijn dat ze toen Ies zeiden, maar ik denk het eigenlijk niet. Halverwege de 17de eeuw zie je (in boeken) dat de Y zijn intrede doet als voorganger van de hedendaagse IJ .

Welke dingen uit het Nederland van de 17e eeuw vindt u wel leuk en wat juist niet?

Het avontuur, het weten dat grote delen van de wereld nog onbekend en onbereisd zijn, dat er nieuwe werelden en nieuwe vaarwegen ontdekt moeten worden. Dat lijkt mij geweldig.
Wat daarentegen niet leuk was: de scheidslijn tussen arm en rijk. Het verschil was enorm groot, en de armen genoten nauwelijks enige bescherming.

Hoe weet u hoe rauw meeuwenvlees smaakt? Zelf geproefd?

Op Groenland heb ik veel rauwe dingen gegeten: inderdaad ook meeuw, maar ook walvis, zeehond en diverse vissen. Meeuw is niet lekker, maar walvis en zeehond smaken prima. Ik kreeg er trouwens wel maag- en darmproblemen van. Onze ingewanden zijn dat rauwe vlees niet gewend.

Op de site van IJsbarbaar staat dat u een week op Jan Mayen bent geweest: http://ijsbarbaar.nl/robjanmayen.html Valt daar nog iets meer over te vertellen? Wat heeft u in die week gedaan?

Op Jan Mayen is een meteo- en radiostation gevestigd. Ongeveer twintig Noren brengen daar zomer en winter door en doen metingen. Met een aantal Noren ben ik op stap geweest, in speciale poolvoertuigen, op rupsbanden door de sneeuw, bewapend met geweren en pistolen (tegen ijsberen; we hebben geen ijsbeer gezien). We zijn onder andere het eiland dwars overgestoken. naar de plaats waar toen de Nederlanders in de 17de eeuw hun walvisvaartstation hadden. Ik heb rond die baai gelopen en naar resten gezocht. Er liggen nog graven van Nederlandse walvisvaarders. Nederlanders die probeerden op het eiland te overwinteren (zoals in het bekende verhaal over Willem Barentsz op Nova Zembla) vroren allemaal dood.

Hoe voelt het om na een reis naar Groenland of Jan Mayen weer terug te zijn in Nederland?

Wel vreemd. Op Groenland en zeker ook op Jan Mayen leef je als het ware in het stenen tijdperk. Zodra je op Groenland een dorp uitloopt sta je in een onbarmhartige koude, rotsige woestenij. Daar ben je aan jezelf overgeleverd. Het is er in feite levensgevaarlijk, maar tegelijk ongelofelijk mooi en aantrekkelijk. Dan is thuiskomst in Nederland raar: plotseling weer in die moderne maatschappij met al zijn gemakken en zekerheden.

Reacties op: Een stukje over het boek en een klein interview met Rob Ruggenberg

26
IJsbarbaar - Rob Ruggenberg
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Bestel dit boek bij Libris.nl Bestel het boek vanaf € 12,99
E-book prijsvergelijker