Advertentie

In Stervensuur schrijven acht literaire auteurs een kort spannend verhaal. Acht totaal verschillende thema’s zijn het gevolg, maar met één terugkerend feit, namelijk dat in elk verhaal iemand de dood voor ogen ziet. Schrijver en journalist Bas Heijne opent deze bundel met een kritische noot op de vraag of thrillers literair kunnen zijn. Zijn bijdrage is helder, verrassend en realistisch. Een goede inleiding voor de verhalen die komen gaan.
Herman Koch trapt af met zijn verhaal over twee agenten die naar een melding van huiselijk geweld gaan. In een prachtige stijl brengt hij de lezer in een sneltreinvaart naar de trieste climax. Erg mooi zijn de terugkerende elementen in het verhaal en de cirkel van details die uiteindelijk rond is. Saskia de Coster weet met een heel ander thema ook een indruk achter te laten. Twee, ogenschijnlijk, tweelingzusjes logeren in hotelkamers over de hele wereld terwijl ze mannen beroven. Hun daden worden beperkt door de Japanse stalker die hen briefjes stuurt. Het haast poëtisch vertelde verhaal over de zusjes, van wie er één een houten been heeft, is zeker literair, heeft een verrassende plot en een origineel einde.
Andere verhalen zijn minder goed, maar op enkele punten ook bijzonder. Een voorbeeld is de mysterieuze passage van Wanda Reisel. Mysterieus is de schrijfstijl, maar ook de setting waar het verhaal over een fotografe die op zoek gaat naar bestaande foto’s zich afspeelt. Af en toe kabbelt het voort, toch weet Reisel gebruik te maken van spanningsbogen. Het verhaal blijft echter niet lang hangen. Rob van Essen schrijft over een persoonsverwisseling, waardoor een normale nette man voor een paar dagen verandert in een crimineel. Dat aan de geestelijke gezondheid van de hoofdpersoon wordt getwijfeld is geen verrassende ontknoping, aangezien de lezer dat al vanaf de eerste alinea’s van het verhaal doet. Stine Jensens bijdrage met als thema overspel is niet zozeer spannend, maar heeft een lichte lading humor in zich. De laatste zin hint zoals verwacht op een dodelijke afloop, maar ondanks dat het verhaal boeit, is het niet bijzonder. Hoge verwachtingen zijn er ook bij romanschrijfster Manon Uphoff, van wie het werk altijd hoog geprezen wordt. Haar verhaal over een groep mensen op reis in Rusland wordt ingeleid door een korte bijdrage over misdaadverhalen. Haar schrijfstijl is heel prettig en opvallend. Zoals ze zelf zegt bevat haar verhaal een daad, een getuige, een dader en een slachtoffer. Het wordt echter nooit echt spannend en het einde is zelfs vaag.
Twee verhalen die me bij zijn gebleven op een negatieve manier zijn die van Christiaan Weijts en Marcel Möring. De laatste dwingt de lezer om zijn verhaal opnieuw te lezen. Niet omdat het zo prachtig en spannend is, maar omdat de lezer er niets van begrijpt. Het verhaal is te bondig, verwisselt te vaak van personages en weet daardoor totaal niet binnen te komen bij de lezer. Het verhaal is wel rond en de zinnen zijn mooi opgebouwd, alleen de plot is te vaag en komt slecht uit de verf. Weijts is in ieder geval geslaagd in een begrijpelijk verhaal dat zelfs spanning bij de lezer opwekt, maar blijft hangen in een open einde. Het verhaal is niet rond en de lezer kan alleen maar gissen naar de gevolgen.
Een kort literair spannend verhaal moet boeiend zijn en natuurlijk spanning opwekken. Sommige bijdragen zijn zelfs op details heel mooi rond en lezen als een trein. Deze bundel is zeker vermakelijk met bijdragen die op literair gebied een voorbeeld kunnen zijn voor andere literaire thrillerschrijvers. Toch maken hele korte verhalen te weinig indruk om te blijven hangen.

Reacties op: Diverse variaties op het einde dat nabij is