Advertentie

Het plezier waarmee ik ‘Kinderen van de regenboog’ gelezen heb is hoofdzakelijk gebaseerd op het taalgebruik van de auteur: fraai, verrassend, luchtig, humoristisch, stijlvol. En leerzaam, voor wat betreft de Belgisch-Nederlandse woorden en uitdrukkingen, alsook de uitleg over (neo)paganisten en hun kijk op de wereld. Het verhaal zit prima in elkaar, maar kon mij niet vasthouden. Het kabbelde in al zijn schoonheid voort, was onvoldoende spannend, de personages ‘ontglipten’ me. De verschillende verhaallijnen komen aan het eind keurig netjes bij elkaar in een niet heel verrassende ontknoping.

‘Kinderen van de regenboog’ is een prettig boek om te lezen, in een stijl die wellicht iets te comfortabel is voor een thriller. Ik miste spanning, bleef niet geboeid en legde het boek te makkelijk weg, waarna ik dan weer mijn best moest doen om terug in het verhaal te komen.
De kennismaking met Danny Beyens heeft in elk geval mijn nieuwsgierigheid gewekt naar zijn eerdere werk. Een goed auteur, die schijnbaar moeiteloos zijn woorden vindt. Nu de spanning nog.

In de leesclub heb ik dit boek een 7 gegeven. Hier zet ik dat om in drie sterren, omdat drieënhalf niet kan en omdat ik vier te veel vind.

Reacties op: