Advertentie
    Anne-Claire Verham Hebban Recensent

Verhalen die zich afspelen in New York voldoen opvallend vaak aan bepaalde kenmerken. Zo draaien ze doorgaans om de persoonlijke relaties van mensen, welke eerder modern en/of ongebruikelijk zijn dan traditioneel. Als een logisch gevolg daarvan wordt er in de New York Story bovengemiddeld veel gepraat en wordt er ruim de tijd genomen om alle kanten van het verhaal te belichten. Uiteraard is de metropool New York in al zijn moderniteit prominent aanwezig, in positieve zowel als negatieve zin. New York is een geweldige en afschuwelijke stad tegelijkertijd. De hoofdpersonen bezien dit alles doorgaans met milde spot en aan het eind nemen hun levens onverwachte wendingen.

Tot een jaar of wat geleden dacht ik dat New York Stories zich ook altijd in het heden afspeelden, maar dat bleek een misvatting. Het boek ‘De wonderlijke avonturen van Kavelier en Clay’ van Michael Chabon, een verhaal dat aan alle bovenstaande kenmerken voldoet, speelt zich (m.u.v. het eerste deel) af in het New York van de Tweede Oorlog. Nog geen halfjaar later las ik ‘De golem en de djinn’ van Helene Wecker, dat zich afspeelt in de jaren 1899 en 1900 en bovendien (urban) fantasy is. Toch heeft ook deze roman alle kenmerken van een New York Story.
Nu ik beide boeken zo kort na elkaar heb gelezen, kon ik me trouwens niet aan de indruk onttrekken dat Helene Wecker, net als Chabon van Joodse afkomst, is beïnvloed door ‘Kavelier en Clay’. En inderdaad, enig speurwerk op het Internet leerde dat Wecker haar voorganger zeer hoog aanslaat.

Het verhaal
Niettemin is dit een heel ander, eigen verhaal. Hoofdpersonen zijn de vrouwelijke golem Chava en de djinn Ahmed, die allebei per ongeluk in het New York van 1899 belanden.
Een golem is een wezen uit de Joodse mythologie. Het is een mensachtige figuur die is gemaakt van klei en tot leven gewekt kan worden met magische woorden. De golem wordt dan geheel toegewijd en onderdanig aan de persoon die hem heeft gewekt en die hij als zijn meester ziet. Ten opzichte van anderen kan de golem zich echter als agressief monster ontpoppen.
In dit boek treffen we in Chava een golem die, heel ongebruikelijk, op het blote oog niet van een echt mens te onderscheiden is. Het geval wil bovendien dat haar meester kort nadat deze haar op de boot naar Amerika tot leven heeft gewekt, komt te overlijden. Daardoor komt Chava stuurloos en alleen in New York aan. Nog net voordat alles mis dreigt te lopen, wordt ze echter opgevangen door een Rabbijn die haar ware aard herkent. Uiterste voorzichtigheid is dan wel geboden, want als anderen zouden beseffen dat Chava een golem is, willen die haar waarschijnlijk vernietigen.

Een djinn is een figuur uit de Arabische mythologie en is een zelfstandig wezen dat is gemaakt van vuur en leeft in de woestijn. Er bestaan djinns in allerlei soorten en maten. Meestal houden ze zich verborgen voor de mensheid, maar er zijn ook minder intelligente soorten die juist bezit proberen te nemen van de geest van mensen, wat doorgaans slecht nieuws is voor de persoon in kwestie. Ahmed is een bijzonder intelligente djinn, maar in het verleden heeft hij fouten gemaakt en is daardoor in handen gevallen van een nare tovenaar die hem heeft gevangen in een kan. In 1899 zal hij door toeval uit die kan worden bevrijd door een tingieter en is hij in de voor hem benauwende omgeving van de stad New York beland.
Omdat Chava en Ahmed geen slaap nodig hebben, ontwikkelen ze allebei de gewoonte om door nachtelijk New York te wandelen. Als ze elkaar dan tegenkomen weten ze meteen dat de ander ook geen mens is, waarna er een moeizaam contact tot stand komt tussen deze twee zeer uiteenlopende wezens.

Drie verschillende delen
Het boek valt vervolgens in drie grofweg evenwaardige stukken in te delen (hoewel de schrijfster dat zelf dus niet doet). In het eerste deel krijgen we vooral te lezen over hoe Chava en Ahmed in New York terecht komen, daar onder hoede worden genomen door respectievelijk de rabbijn en de tinnegieter en met moeite hun draai proberen te vinden. Ook ontwikkelt zich een duidelijk beeld van de beide karakters. Daarbij is Chava vooral gehoorzaam, netjes, nuchter, dienend en hardwerkend, terwijl vuurwezen Ahmed gepassioneerd, wispelturig, vrijzinnig en rebels is.
Ondertussen wordt er een begin gemaakt met een aantal andere verhaallijnen die door het hele boek heen blijven spelen. Een belangrijke draad gaat bijvoorbeeld over Yehuda Schaalman, de stokoude Joodse tovenaar die Chava heeft gemaakt. Deze wordt gedreven door een grote behoefte het eeuwige leven te vinden en zal daardoor ook richting New York vertrekken. Een andere verhaallijn gaat over de gebeurtenissendie ertoe hebben geleid dat de djinn gevangen is geraakt in de kan. Hiernaast zijn er ook nog verschillende minder belangrijke verhaallijnen over personen in de omgeving van zowel Chava als Ahmed.
Dit deel is een interessante kennismaking met het boek en de personages, er gebeurt veel en het leest vlot weg.

Het tweede deel begint nadat de golem en de djinn elkaar hebben ontmoet en besluiten vaker samen te wandelen. Dat leidt tot een grote hoeveelheid onderlinge gesprekken en minder actie. In die gesprekken komen de grote tegenstellingen tussen de karakters van de golem en de djinn volop bovendrijven. Ze hebben grote moeite de ander te begrijpen. Toch blijven ze naar elkaar toetrekken omdat de ander de enige niet-mens is die ze kennen in New York. Deze gesprekken zijn trouwens best levendig, maar het gebrek aan actie doet zich toch voelen.
Ondertussen blijven de verschillende andere verhaallijnen spelen, zij het vaak maar mondjesmaat, waardoor ze niet altijd even gemakkelijk te volgen zijn en de lezer veel moet schakelen. Daarmee zakt het verhaal hier, zoals zo vaak in het middenstuk, wat in. Eerlijk gezegd zou ik het best begrijpen als lezers dit deel van het boek niet doorkomen. Het valt hen echter aan te raden toch door te lezen, want het komt nog helemaal goed met de spanning.

Ergens rond tweederde deel van het boek (het is best een dikkerd van meer dan 500 pagina’s) slaat de vlam opeens goed in de pan als bepaalde gebeurtenissen Chava op scherp zetten en de gewelddadige kant van de golem toch in haar blijkt te zitten. Vanaf dat moment raakt het verhaal in een stroomversnelling, komen allerlei verhaallijnen samen en snellen we ons naar een ontknoping waar nog de nodige verrassingen en heftige confrontaties in voorkomen. Wie had gedacht dat dit tamelijk literair overkomende boek zou eindigen met de een of andere subtiele afwikkeling van zaken, heeft het mis. De consternatie loopt hoog op en de aanvankelijk argeloze lezer voelt zich alsnog geroepen om toiletbezoeken en nachtrust uitstellen.

Historisch
Het verhaal speelt zich grotendeels af in het New York van 1899 en 1900. Omdat de twee hoofdpersonen er zoveel in rondwandelen krijgen we een uitgebreid beeld van hoe de stad er destijds uit zag, wat, niet geheel verrassend, nogal modern was voor zijn tijd. Zo had New York opvallend veel parken, wat in die jaren nog zeker geen gemeengoed was. Voor dit verhaal is het echter maar goed ook, want de parken spelen een mooie rol in het boek.

Ook is er veel aandacht voor de sterk wijkgerichte manier waarop veel New Yorkers leefden en die vaak nog alles te maken had met hun etnische achtergrond. Dat geldt ook voor Chava, die in de Joodse wijk woont en voor Ahmed die in ‘Little Syria’ terecht komt, de wijk voor immigranten uit het Midden-Oosten. Ahmed kan de beperkingen van zijn wijk echter niet goed verdragen en zwerft al snel door andere wijken van de stad. Ondanks de grondige beschrijvingen die Helene Wecker aan deze wijken wijdt, is het voor mensen die New York niet kennen toch niet altijd te volgen hoe het stratenplan precies in elkaar steekt en wie er nu precies waar wonen. Voor het plot is dat echter niet van belang, dus gelukkig kun je er ook overheen lezen.

Wel helder zijn de beschrijvingen van het leven in de Joodse wijk en in Little Syria zelf. De twee betreffende gemeenschappen komen helemaal tot leven. Daarbij schetst de Joodse schrijfster Wecker beslist geen negatief beeld van het Arabische leven in Little Syria. In tegendeel zou je haast zeggen, want de Syriërs komen eigenlijk gezelliger en sympathieker over dan de wat stijve en conservatief ingestelde Joodse gemeenschap. Van de hedendaagse tegenstellingen tussen Joden en Arabieren is overigens nog geen sprake, want tenslotte speelt dit verhaal zich lang voor de oorlog in het Midden-Oosten af (hoewel beide groepen elkaar ook niet heel goed liggen).
Wat dat betreft is de keuze voor de historische setting een goede geweest, omdat het verhaal nu gespeend blijft van de beladenheid van de huidige situatie. Maar ook anderzijds past de sfeer van de eeuwwisseling 1900 goed bij het verhaal.

Fantasy
Datgene dat dit verhaal echter meer dan wat ook doet onderscheiden van gebruikelijke New York Stories, namelijk de fantasyelementen, zijn ook mooi uitgewerkt. Helene Wecker creëert zowel voor golems als voor djinns een uitgebreide achtergrond. Die is natuurlijk gebaseerd op zaken die in mythen en legenden over deze wezens terug zijn te vinden, maar is op geheel eigen wijze aangevuld door de auteur. Daardoor krijg je een afgerond plaatje. Het zorgt er ook voor dat de fantasy er in dit boek niet maar een beetje bij komt te hangen, maar juist volop vorm krijgt met tovenarij van een akelig realistische overkomende soort, mythologische wezens, mensen die bezeten zijn door demonen en nog wat zaken die ik i.v.m. spoilers niet kan onthullen.

Ofwel, om een veel te lang verhaal kort te maken, dit is een origineel, goed geschreven, mooi uitgewerkt, aangrijpend en uiteindelijk ook spannend boek.

Reacties op: Een New York Fantasy Story