Advertentie
    Anne-Claire Verham Hebban Recensent

Tijdreizen zou voor historici een onmogelijke droom waar kunnen maken: veldonderzoek doen. In het boek ‘Zwarte winter’ van de Amerikaanse science fiction schrijfster Connie Willis is die droom mogelijk geworden. Wel vindt het tijdreizen in 2054 zeer gecontroleerd en onder begeleiding van professoren plaats. Daardoor heeft geschiedenisstudente Kivrin aanvankelijk de nodige moeite om toestemming te krijgen voor datgene dat zij wil, namelijk veldonderzoek doen in hartje middeleeuwen. Een periode die volgens haar begeleiders te gevaarlijk is. Kivrin is echter briljant en ze zorgt ervoor dat ze uitstekend is voorbereid. Dan mag ze alsnog afreizen naar het Engeland van 1320.

Eenmaal aangekomen bemerkt ze echter twee dingen: op de eerste plaats is het leven in de middeleeuwen heel anders dan ze zich had voorgesteld, op de tweede plaats kloppen gebeurtenissen niet met 1320 en blijkt ze te zijn aangekomen in 1348. Dat is dus het jaar waarin de pest voor het eerst rondwaart. Ondertussen komt het thuisfront ook achter de fout, maar lukt het niet zomaar om Kivrin terug te halen. Dan wordt ze ingehaald door de pest en moet ze met al haar eenentwintigste-eeuwse kennis zien te overleven en heel wat doodzieke mensen helpen bovendien.

Tot zover de informatie die je overal leest over dit boek en die suggereert dat het verhaal voornamelijk gaat over de verwikkelingen van Kivrin in middeleeuws Engeland en de pogingen van haar begeleiders om haar terug te halen. En waarom niet? Het klinkt spannend en interessant genoeg om een boek mee te vullen. Voor Connie Willis was het echter niet genoeg.

Om een sterke parallel neer te zetten tussen 2054 en 1348 breekt er namelijk ook in 2054 een wereldwijde pandemie uit van een gemene, nogal dodelijke griep. Zo ontstaat er een vergelijking tussen de middeleeuwse pestepidemie en een meer hedendaagse pandemie zoals wij die regelmatig vrezen. Op zich is dat best een interessante opzet voor een verhaal maar het zorgt er ook voor dat er wel heel veel mensen ziek worden en doodgaan. In beide tijdsperiodes vallen de slachtoffers namelijk bij bosjes. Dat zijn bovendien niet alleen figuranten die we toch niet hebben leren kennen, maar ook verschillende hoofd- en bijrolspelers. Hierdoor viel dit boek, dat op zich spannend genoeg is en lekker wegleest, mij op momenten nogal zwaar op de maag. Verder maakt het de pogingen die worden ondernemen om Kivrin terug te halen naar 2054 ongeloofwaardig, want er lijken toch echt andere prioriteiten te zijn ontstaan.

Dat alles neemt niet weg dat het thema van dit boek, dat in 1992 is uitgekomen en in 1996 vertaald, nu actueler is dan ooit. Dat Connie Willis een vaardige science fiction auteur is met een accurate visie op zowel de toekomst als het verleden hoeft niet te worden betwijfeld.

Reacties op: Tijdreizen tussen twee epidemieën