Anne Terwisscha Hebban Recensent

Joaquin Murrieta was een bandiet waarvan schrijver T. Jefferson Parker in het nawoord zegt dat hij echt bestaan heeft, ook al weet men niet welke verhalen omtrent hem waar zijn en welke niet. Omdat hem onrecht was aangedaan, is hij gaan stelen van de rijken en gaf hij daarvan een gedeelte aan de armen.
In L.A. Outlaws volgen we de avonturen van Suzanne Jones. Ze is de achter-, achter- en nog wat achterkleindochter van Joaquin. Overdag is ze lerares geschiedenis, ’s avonds steelt ze auto’s en pleegt ze overvallen waarbij ze een visitekaartje achterlaat met de naam Allison Murrieta.
Suzanne krijgt op een dag een tip van een vriendin dat er die avond een ruil met diamanten gaat plaatsvinden in een garage. Omdat ze zelf die buit wil inpikken, begeeft ze zich naar de garage en daar vindt ze de vloer bezaaid met lijken. Een bendeoorlog is volledig uit de hand gelopen. Suzanne pikt de diamanten in en maakt dat ze wegkomt, waarbij ze gesignaleerd wordt door een huurmoordenaar die op dat moment in dienst is van een mysterieuze man op de achtergrond, genaamd De Stier. Deze man zet alles op alles om de diamanten in zijn bezit te krijgen en dat betekent dat Suzanne moet rennen voor haar leven.
Suzanne ziet zichzelf als een moderne Robin Hood, maar dat valt niet op te maken uit haar daden. Ze geeft weliswaar een gedeelte van hetgeen ze steelt aan goede doelen (zelfs aan het Politiefonds) maar ze zorgt ook goed voor zichzelf. Daarbij steelt ze niet van de rijken, maar van de gewone middenstand, bij voorkeur de Kentucky Fried Chicken omdat ze daar ooit op jonge leeftijd een slechte baas had. Ze heeft daar ook een heel goede baas gehad, maar blijkbaar telt dat niet mee. Daarnaast steelt ze aan de lopende band auto’s en niet alleen de dure merken, maar ook de doorsnee wagens van de gewone man.
Toch ziet een groot deel van de bevolking haar in een romantisch daglicht. Klaarblijkelijk spreekt het tot de verbeelding dat een gemaskerde vrouw winkels overvalt, zich met de aanwezige mensen op de foto laat zetten en daarna haar visitekaartje achterlaat.
Het moge duidelijk zijn, L.A. Outlaws is geen boek om serieus te nemen. Het is veeleer een schelmenroman waarbij wat aangeklungeld wordt. De agent die de zaak van de doden in de garage onderzoekt, is er al vrij snel van overtuigd dat Suzanne en Allison Murrieta één persoon zijn, maar hij maakt er geen haast mee om daar iets mee te doen. Dat Suzanne iedere dag in een andere auto rijdt, is voor hem geen reden om in actie te komen.
Suzanne toont geregeld een dubbele moraal. Ze is een crimineel, maar als ze op een dag iemand een inbraak ziet plegen, belt ze gelijk de politie.
Als een vroegere partner van haar haar bedriegt met een andere vrouw, schiet ze een kogel door zijn billen. Maar aan de andere kant vindt ze het geen probleem om haar huidige partner te bedriegen door met een andere man het bed in te duiken.
Voor degenen die ervan houden moet L.A. Outlaws het hebben van de figuur Allison Murrieta. De plot klopt wel maar is middelmatig en het is al vrij snel duidelijk in welke hoek de mysterieuze Stier gezocht moet worden.
Ik hoop niet dat dit Parkers beste thriller ooit is zoals op de achterkant van het boek geciteerd wordt.

Reacties op: Schelmenroman