Anne Terwisscha Hebban Recensent

David Spandau is een voormalig stuntman die tegenwoordig werkt als een eigenzinnige privédetective. Dat hij de laatste hoop is voor de sterren in Hollywood zoals op de voorkant staat, is schromelijk overdreven. Spandau is gewoon een privédetective zonder opvallende kwaliteiten, in een stad die wemelt van de privédetectives.
Spandau werkt bij een agentschap en op een dag krijgt hij de opdracht om de acteur Bobby Dyes te beschermen. Dyes maakt grote kans om eindelijk door te breken als een groot acteur in een goede film. Richie Stella is een crimineel die graag zelf een film wil gaan produceren. Stella realiseert zich dat hij Dyes goed kan gebruiken om zijn film onder de aandacht van het grote publiek te brengen. Dyes weigert aan de film mee te werken omdat deze niet bevorderlijk is voor zijn carrière. Als Stella hem middels chantage dwingt om mee te werken aan de film, roept Dyes de hulp van Spandau in.
Loser’s town is een oppervlakkig verhaal dat doet vermoeden dat Depp de lezer vooral een inkijkje wilde geven in de wereld van Hollywood. Mocht dat de opzet zijn, dan is Depp daar niet in geslaagd. De beschrijvingen van hoe acteurs op de filmset qua status niet voor elkaar onder willen doen en van hoe de mensen in Bel Air met elkaar omgaan zijn zo clichématig dat ze niet interessant zijn. Depp weet de verschillende gebeurtenissen in het verhaal ook niet goed te doseren. Tot driekwart van het boek gebeurt er bijster weinig en is er vooral aandacht voor het liefdesleven van een paar personages, tot er in het laatste deel in grote stappen nog wat actie doorheen wordt gejaagd.
Daarnaast is Loser’s town voor de liefhebber van mooi taalgebruik een verschrikking om te lezen. Ik weet niet of het aan de vertaling ligt, maar ik heb zelden zulke lelijke zinnen gelezen als in dit boek. Kromme zinnen waarbij de bijzin niet aansluit op de rest van de zin omdat er een verkeerd voegwoord wordt gebruikt, tangconstructies die stilistisch zwaar onder de maat zijn... je komt ze in dit boek op elke bladzijde tegen.
In een opmerking vooraf meldt de auteur dat elke gelijkenis met bekende personen toeval is en door hem beschouwd worden als een eerbetoon aan zijn talent. Van dat talent is geen sprake. Het zou net iets te ver gaan om maar één ster aan dit boek toe te kennen, maar dat wil niet zeggen dat ik iemand dit boek zou willen aanraden.

Reacties op: Lelijke zinnen