Anne Terwisscha Hebban Recensent

Twee wetenschappers die gevraagd worden om een grot in Zuid-Frankrijk te onderzoeken waar teksten in diverse oude talen op de wanden staan, geschreven in de dertiende eeuw. Het is een gegeven waar je een weergaloze thriller van kunt maken of waarmee je je hopeloos kunt vergalopperen. Andreas Wilhelm doet het laatste in Project Babylon.


In een poging om zijn boek toegankelijk te maken voor een zo groot mogelijke groep lezers, hanteert Wilhelm een trucje dat De Da Vinci code ook al de das omdeed: hij laat wetenschappers onderling elkaar zaken uitleggen die bij de ander als bekende feiten mogen worden verondersteld. Zo laat Wilhelm een archeoloog optreden die, ook al heeft hij in het verleden onderzoek gedaan naar bijbelse geschriften, geen idee heeft wat de Thora of de kabbala inhoudt en hoe het ook alweer zat met de verdrijving van Adam en Eva uit het paradijs.


De Katharen, tempeliers, Rozenkruizers, Maarten Luther, vrijmetselaars, de Priorij van Sion, satanisten, Semieten en nog veel meer: ze buitelen over elkaar heen in dit boek. De heilige graal, de grot van Merlijn, Eldorado, de boom van kennis, de graaf van St. Germain, de veronderstelde nakomelingen van Jezus... Wilhelm heeft zoveel van dit soort zaken in zijn boek gestopt dat het een bizarre en lachwekkende mix is geworden. Daarbij zijn de dialogen en het handelen van de personages zo naïef, dat dit boek het niveau van een jongensboek niet ontstijgt. Naarmate het einde van het boek nadert, zakt het niveau zo mogelijk nog meer. Het verhaal ontspoort, de climax is absurd en er is nergens een moment van spanning. Als lezer blijf je met een hoop vragen zitten, waar de auteur waarschijnlijk het antwoord ook niet meer op wist.


In het nawoord bedankt Andreas Wilhelm zijn vrouw dat ze hem tegenhield toen hij op het punt stond om alles in de kachel te stoppen. Dat had hij wat mij betreft mogen doen.

Reacties op: Jongensboek