Advertentie

We waren zo mistroostig, we waren moe, we waren koud, we hadden dagen niet te eten gehad, we rammelden – we wisten eigenlijk niet meer of we honger hadden of niet, want het gaat over, ik weet niet of je ‘t … Gelukkig zal je het nooit ervaren, o God, laat je ’t nooit ervaren.’
Janny Brandes-Brilleslijper
(in de Nederlandstalige documentaire ‘De laatste zeven maanden. Vrouwen in het spoor van Anne Frank’ van Willy Lindwer; 1988).


Dat de impact van de Tweede Wereldoorlog generaties kan doorwerken, zal weinigen verbazen. Wie kent de persoonlijke en indringende verhalen niet. Een daarvan is opgetekend door jurist en publicist Roxane van Iperen. Zij verhuisde met haar gezin in 2012 naar ’t Hooge Nest, een Naardense bosvilla die in de oorlog een van de belangrijkste Nederlandse onderduikadressen bleek te zijn geweest.
In haar boek ’t Hooge Nest beschrijft Van Iperen deze onderduikgeschiedenis, een adembenemend verhaal over twee onverschrokken Joodse verzetszussen en jonge moeders, Janny en Lien Brilleslijper. Vanaf 1943 bieden zij en hun gezin villa ’t Hooge Nest aan als onderduikadres. NSB-leider Anton Mussert en andere nazikopstukken wonen om de hoek! Het welvarende Gooi zit vol met NSB’ers en het verraad is onontkoombaar. De familie Brilleslijper belandt met het allerlaatste treintransport van 3 september 1944 in Auschwitz, samen met Anne Frank en haar familie.

Van Iperen werkte grondig, ze dook zes jaar lang de archieven in en sprak ook de kinderen van Janny en Lien. De bronvermelding achter in het boek is indrukwekkend. Het uiteindelijke resultaat is een heldenverslag over twee vrouwen die − ondanks hun moed − met grote angsten en dilemma’s worden geconfronteerd. De eerst nog milde en afstandelijke bejegening door de nazi’s bleek niet minder te zijn dan de poort van een fuik waar de Joden steeds dieper doorheen werden gelokt, tot er uit de beknelling geen vlucht meer mogelijk was − een metafoor die Janny Brilleslijper direct al maakte.
Van Iperen koos dan ook bewust voor een soortgelijke verhaalopbouw. De eerst nog journalistieke en terughoudende schrijfstijl bouwt zich op naar de beknellende onderduikperiode in ’t Hooge Nest tot het verraad op 10 juli 1944 en de gruwelijkheid van de kampen en de dodenmarsen daarna. Dan is er ook voor de lezer geen ontsnapping meer mogelijk. Dit heeft Van Iperen goed aangevoeld. Ze zegt het laatste deel in een flow te hebben geschreven, terwijl het journalistieke deel juist veel meer tijd vergde. Het heeft haar niet onberoerd gelaten, waarbij we moeten beseffen dat niet alles wat zij in die zes jaar tegenkwam in het boek kon worden beschreven.

Ons idee over het Nederlandse verzet is vaak een van dappere oer-Hollandse mannen en vrouwen versus hulpeloze Joden die massaal naar de kampen werden afgevoerd en vermoord. Zelden hoor je over specifiek Joods verzet, dat er wel degelijk was. Ook hoor je zelden over het grote verschil in percentages omgekomen Joden uit Nederland (75%), opmerkelijk hoog vergeleken bij landen als België (40%) en Frankrijk (25%). Kwam dit door de alleenheerschappij van de Duitse politie in Nederland, waarbij Nederlandse autoriteiten en politie − zelfs de Joodse Raad – in meer of mindere mate als schoothondjes van de nazi’s fungeerden? Vaak uit angst voor zichzelf of hun dierbaren. Of kwam het door de relatief late opkomst van georganiseerd verzet in Nederland? Zaken die in België en Frankrijk veel sneller van de grond kwamen. Was Nederland naïef, te goedgelovig door zijn niet-betrokkenheid bij de Eerste Wereldoorlog?

Het lijkt niet meer dan billijk dat Van Iperen juist Joodse verzetshelden een gezicht kon geven. Hun verzet kreeg persoonlijke diepgang, hun trieste lijden meer scherpte. Via gevonden dagboeken, brieven, spullen, documenten, en verhalen uit de overlevering kroop ze vooral in de huid van Janny, die zich al snel bewust was van de levensbedreigende situatie, ondanks de eerst nog quasi inschikkelijke houding van de bezetter. Janny Brilleslijper moet een van de weinigen zijn geweest die weigerde een J in haar paspoort te zetten en daarom lang kon doorgaan voor een niet-Joodse, niet onbelangrijk bij haar latere levensgevaarlijke verzetsreizen van Naarden naar Amsterdam en vice versa.

Van Iperen schreef ’t Hooge Nest in haar werkkamer, de voormalige leefruimte van Lien en haar man Eberhard. Op het moment van verraad, als de beruchte Jodenjager Eddy Moesbergen aanklopt, verstoppen zij in alle haast een kist met illegale kranten, boeken en nog veel meer in een luik onder het tapijt. Van Iperen beschouwt het als een groot voorrecht dat juist in deze kamer zij de families tot leven mocht brengen. Er is inmiddels een warme vriendschap ontstaan met kinderen en kleinkinderen van de families Brilleslijper, Rebling en Brandes. Sommigen kwamen even terug naar ’t Hooge Nest, anderen kwamen voor de eerste keer.
Verbazend genoeg was het verhaal over ’t Hooge Nest een nog onbeschreven stuk geschiedenis uit de Tweede Wereldoorlog. Gelukkig legde Van Iperen haar bevindingen vast.


N.B. Lien Brilleslijper was een bekende zangeres en danseres. Na de oorlog verhuisde zij met haar gezin naar de DDR. Ze trad nog vele jaren op onder de naam Lin Jaldati. Haar man Eberhard Rebling zat achter de piano, hun dochters Kathinka en Jalda zongen het programma in. Maar zodra de mooie en charismatische Lin ten tonele verscheen en haar Jiddische strijdliederen inzette, was het publiek intens ontroerd en tot tranen toe bewogen.
https://www.youtube.com/watch?v=foM0g-XW2Wo


Deels geschreven voor Literair genootschap EindigLaagland Almere.


Reacties op: Joods heldenverzet in het hol van de leeuw ...

161
't Hooge Nest - Roxane van Iperen
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Bestel dit boek bij Libris.nl Bestel het boek vanaf € 21,99 Bestel het e-book € 9,99
E-book prijsvergelijker