Zeer vermakelijk, ontwapenend en slim geschreven boek. Hilarisch, humoristisch en bij vlagen ontroerend. Bij de sympathieke antiheld Daniel voel je zijn laconieke maar geenszins zorgeloze acceptatie van de dagelijkse grote en kleine sores. Na vier jaar gedumpt door zijn vriendin, hij heeft een warme band met zijn dementerende opa en een haat-liefdeverhouding met ouders en zus. Enkele collega's in de ratrace van de reclamewereld kunnen zijn bloed wel drinken. Het lijkt allemaal heel wat, maar Mark Mills houdt het aangenaam binnen de perken en doorspekt het verhaal met ad remme woordspelingen en leukt het op met film- en literaire verwijzingen.

Maar de eigenlijke ster van het verhaal is het net als zijn baas gedumpte hondje Doggo, klein en zo lelijk 'dat het aandoenlijk is'. De kleine Doggo weet van zich af te bijten, zet desnoods zijn tanden erin, is slim, wat hautain en heeft duidelijk geen last van enig Calimero-effect. De band tussen hem en Daniel groeit, zoals 't hoort in dit soort verhalen.

Wachten op Doggo is een aanrader, een optimistische leesbelevenis en heus niet per se voor alleen hondenliefhebbers. Het boek zou zo het script kunnen zijn van een feelgoodmovie met bijvoorbeeld Hugh Grant.
O ja! Zeker niet te verwarren met een chicklit, want dan zou je Mills' talent ernstig tekortdoen. Weliswaar luchthartig maar zeker niet lichtvaardig geschreven.

Reacties op: Luchthartig maar zeker niet lichtvaardig geschreven