(Deze recensie is eerder verschenen in het Elf Fantasy Magazine)

De vader van Fat Charlie Nancy houdt van vissen en karaoke en het uithalen van gênante practical jokes, meestal met zijn zoon, die daar bepaald niet tegen kan. Niet voor niets is Fat Charlie jaren geleden verhuisd van Florida naar Londen, in de hoop daar een rustig leven op te kunnen bouwen.
Dat lukt – tot vader overlijdt en op de begrafenis de familiegeheimen boven komen. Niet alleen was zijn vader de god Anansi, Fat Charlie heeft ook een broer die Anansi’s goddelijke gaven heeft geërfd. Deze Spider komt graag op bezoek, trekt bij zijn broer in en schopt enthousiast zijn leven in de war. Vertwijfeld zoekt Fat Charlie hulp bij iemand die machtig genoeg is om wat aan de situatie te doen, maar het middel zou wel eens erger kunnen blijken dan de kwaal...

Met Anansi Boys / De bende van Anansi heeft Neil Gaiman wederom bewezen een even veelzijdig als begaafd verhalenverteller te zijn. Het boek begint in de humoristische stijl van Good Omens, (over)vol met mooie observaties en speelse metaforen en duidelijk met plezier geschreven. Naarmate het verhaal op gang komt, wordt het echter spannend en zelfs griezelig, met een indrukwekkende climax, maar zonder ooit de lichte toon te verliezen. Zowel de hoofdpersonen als de karakters in de vele bijrollen zijn sterk, herkenbaar en memorabel.
Ik verwacht niet dat Anansi Boys grote prijzen zal winnen zoals het meer epische American Gods, maar die pretenties heeft het ook niet. (Edit: het heeft inderdaad geen Hugo of Nebula Award gewonnen, maar wel een Locus Award en de 2006 British Fantasy Society Award, dus mijn voorspelling is maar half uitgekomen.) Het is gewoon een grappig, spannend, romantisch, ontroerend, griezelig, mysterieus, en wat mij betreft uniek boek.

Reacties op: De bende van Anansi: unieke, speelse fantasy