(Deze recensie is eerder verschenen in het Elf Fantasy Magazine)

Frank Herberts Duin (1965) is een klassieker. Zo populair is het boek, dat er vijf vervolgen op zijn gemaakt, filmbewerkingen, computerspelletjes en nu een serie prequels door Brian Herbert (de zoon van) en Kevin Anderson (auteur van o.a. vele Star Wars-romans). Maar weten beide schrijvers Duins erfenis hoog te houden in een boek over het meest uitgekauwde SF-thema dat er bestaat: de strijd van mensen tegen denkende (maar voorspelbare) machines? Mwoah...

Legenden van Duin, tweede boek: De Machineoorlog gaat over twee vrienden, Vorian Atreides en Xavier Harkonnen, die de Jihad tegen de machines leiden; over de machtswellustige regent Iblis Ginjo die de oorlog koste wat kost gaande wil houden om zijn eigen positie te versterken; over ontsnapte slaven die op de woestijnplaneet Arrakis een bestaan proberen op te bouwen – en nog veel meer. Mijn voornaamste probleem met het verhaal is, dat het vanuit zo’n 25 (!) verschillende perspectieven wordt verteld, in hoofdstukken van elk een paar bladzijden lang. Door deze snelle afwisseling kan geen enkele verhaallijn de spanning echt vasthouden. Het boek was beter geworden als de auteurs er een paar uit hadden gelaten – en dat is geen goed teken. Is De Machineoorlog door zijn structuur een boek voor de zap-generatie? Nee, want de Machiavelliaanse politieke intriges zijn wel spannend, maar niet gevuld met fysieke actie. Het diplomatieke gekonkel is dan wel weer het belangrijkste dat het voortkabbelende, redelijk voorspelbare verhaal overeind houdt.
Kortom: voor de Duin-o-fiel is dit een mooi historisch overzicht, voor de politicus een aardige afwisseling, de rest mag het gewoon bij Frank Herberts origineel houden.

Reacties op: De machineoorlog: versnipperde prequel voor de liefhebber