Een verhaal vertellen is in zekere zin een kwestie van geven en nemen. De verteller vraagt tijd en geduld van de lezer en beloont hem daarvoor met aanwijzingen over het wat, hoe en waarom van het misdrijf; want het gaat hier natuurlijk over misdaadliteratuur. De dosering en het raffinement waarmee dat gebeurt, bepalen in belangrijke mate het vakmanschap van de verteller, en daarmee van de auteur in kwestie.
Of hieraan in schrijversklasjes expliciet aandacht wordt besteed, weet ik niet, maar er zijn ongetwijfeld basisregels en een van die basisregels lijkt me toch dat je het geduld van je lezer niet al te lang op de proef moet stellen. Uiterlijk op eenderde van het verhaal zal er toch voor het eerst een tipje van de sluier opgelicht moeten worden. Wacht je daar te lang mee, dan loop je het gevaar dat de lezer langzamerhand geïrriteerd raakt. Zoals mij tijdens het lezen van De onzichtbare broeders van Kurt Aust overkwam.
De roman, al weer de vijfde thriller van de Deense auteur, is opgebouwd rond een intrigerend thema: de (veronderstelde?) nachtzijde van de beroemde natuurkundige Isaac Newton. Newton zou zeventien jaar lid geweest zijn van een geheime broederschap – iets als de Vrijmetselaars, maar dan erger – en uiteindelijk de broederschap de rug toegekeerd hebben omdat zij wel erg veel belangstelling toonde voor zijn formule voor een levenselixer. Maar vrijwillig de broederschap verlaten was niemand toegestaan; dat stond gelijk aan zelfmoord.
Had Newton inderdaad een formule voor een levenselixer gevonden? En als dat zo was en hij erin slaagde deze uit handen van de broederschap te houden, waar is die formule dan gebleven? Heeft hij ze verborgen in een van zijn manuscripten en bestaat ze nog steeds, ergens in een bibliotheek of antiquariaat? Met die vragen gaat Mai-Brit Fossen een kleine vier eeuwen later in opdracht van haar uitgever aan de slag met de bedoeling voldoende informatie te vinden om een boek te schrijven over deze tot nu toe nauwelijks bekende kant van Newton. De verslagen en proefhoofdstukken die ze met enige regelmaat opstuurt, lijken erop te wijzen dat ze langzaam maar zeker de antwoorden vindt die ze zoekt. Maar het boek zal nooit worden geschreven, want op een vroege voorjaarsdag schiet zij zich voor de ogen van een handvol verbijsterde getuigen op een terras in hartje Parijs een kogel door het hoofd. Voor de politie is het een uitgemaakte zaak – als er ooit van zelfmoord sprake was, is het wel hier – maar haar ex, wiskundeprofessor Even Vik, twijfelt eraan of zij zich uit vrije wil van het leven heeft beroofd. Steeds weer stuit hij op kleine aanwijzingen die het tegendeel lijken te bewijzen. En omdat niemand anders het doet, gaat hij op onderzoek uit, net zo lang tot hij het raadsel van Mai’s dood heeft ontsluierd.
Dat Kurt Aust kan schrijven, lijdt geen twijfel. Hij zet zijn personages overtuigend neer en slaagt er uitstekend in de verschillende verhaallagen op een functionele manier met elkaar te verweven. De ene keer volg je de speurtocht van Even Vik, dan weer zie je Mai-Brit worstelen met haar vragen over het geheim van Newton en een enkele keer duikt de natuurkundige zelf als handelend personage in het verhaal op. Maar het duurt te lang voordat je begint te begrijpen wat er aan de hand is. De spreekwoordelijke sluier wordt pas gelicht als het verhaal al (zeer) ruim over de helft is. Hier had Austs redacteur de ontwikkeling van manuscript tot roman best wat strenger mogen aansturen.
Bovendien steekt het verhaal me net iets te vernuftig in elkaar. De aanwijzingen die Mai-Brit tijdens haar onderzoek heeft uitgezet, hebben vaak een hoog cryptogram-gehalte. Nu zijn er mensen voor wie een raadsel niet gauw te groot is, maar je kunt het ook overdrijven. Speurdersinstinct is geen bovennatuurlijke gave.
Al met al heb ik me met De onzichtbare broeders best vermaakt, maar met drie sterren vind ik dit boek beslist voldoende gewaardeerd.

Reacties op: Boeiend verhaal dat te laat op gang komt