De misdaadliteratuur vormt in principe een overzichtelijk genre met een aantal duidelijke hoofdstromen. Je hebt whodunnit’s, er zijn romans waarin de vraag ‘krijgen-ze-‘m’ centraal staat en verhalen waarin het meer gaat om de motieven achter het misdrijf. In die laatste categorie weet je als lezer meestal al snel wie de dader is. Spannend wordt het boek doordat je niet weet of de dader weer zal toeslaan of dat geleidelijk een vreselijk geheim zal worden onthuld. Vaak gaat het dan om traumatiserende jeugdherinneringen die het psychopatisch karakter van de hoofdpersoon moeten verklaren.


Een tijdje heb ik gedacht dat De rand van het duister van Susan Hill tot die laatste categorie behoorde. Een jongen van zeven verdwijnt op klaarlichte dag. Op zich al verontrustend genoeg voor de nodige politionele aandacht, maar als inspecteur Simon Serrailler overeenkomsten met een vergelijkbare vermissing van zes jaar geleden ziet en er bovendien opnieuw een kind verdwijnt, gaan de alarmbellen echt rinkelen. Na een enerverende klopjacht, kan de dader worden ingerekend. We zitten dan in hoofdstuk twaalf en hebben er nog achtenvijftig te gaan. Het verhaal is dus nog maar amper begonnen.
Je verwacht dan als lezer een nadere kennismaking met de psyche van de dader, een jonge vrouw die vooralsnog uitblinkt in zwijgzaamheid. Maar dat blijkt niet het geval. Sterker nog, toen ik het boek uit had, was zij als personage voor mij nog even vaag als kort na haar arrestatie. Het enige dat ik inmiddels te weten was gekomen, waren haar naam, een piepklein stukje familiegeschiedenis en dat zij meerdere moorden heeft gepleegd. Als lezer tast je echter volledig in het duister over de motieven achter al dit geweld.


Waarover gaat het boek dan wel? Over Simon Serrailler om te beginnen. Een politieman van half dertig die heen en weer wordt geslingerd tussen het verlangen naar een relatie en het besef dat hij het liefst alleen is. Om aan het deprimerende bestaan van rechercheur te onsnappen, tekent hij. En met succes, want galeries in London stellen zijn werk graag ten toon. Het boek gaat ook over Simons zus Cat, die samen met haar man in een huisartsenpraktijk op het Engelse platteland werkt. Ook haar leven wordt door een dilemma beheerst. Aan de ene kant is er haar rusteloze man, die het liefst naar Australië emigreert; aan de andere kant het gevoel van gehechtheid aan het dorpje Lafferton, waar zij al jaren wonen. Cat weet lnge tijd niet waarvoor zij moet kiezen.
Dan is er nog het verhaal over Max Jameson en zijn vrouw Lizzie, die aan de gevolgen van de Gekke Koeienziekte overlijdt. Haar gruwelijke doodsstrijd maakt hem letterlijk gek, wat aan sommige dorpsbewoners bepaald niet ongemerkt voorbij gaat.
Een vijfde verhaallijn toont de strijd die de moeder van de verdachte vrouw voert om de onschuld van haar dochter te bewijzen; een zesde vertelt over Jane Fitzroy, een jonge vrouwelijke geestelijke in Lafferton, en haar moeder Magda, die kinderpsychiater in ruste is en gemolesteerd wordt door een oud-patiënt.


Ergens in het verhaal onderstreepte ik een korte passage waarin Simon Serrailler tegen Jane Fitzroy zegt: ‘Maar alles zal wel met elkaar in verband staan.’ Op dat moment dacht ik: dit is een aanwijzing van de auteur. Het verhaal, dat inmiddels verdacht veel op een lappendeken ging lijken, is een zinvol geheel van verhaallijnen en motieven die op een krachtige manier de thematiek van het boek verbeelden.
Maar zo is het toch niet. De rand van het duister is wel degelijk een lappendeken; een link and frame story en daarmee een moderne variant op Chaucer’s  The Canterbury Tales. Anders gezegd: de verhaallijnen hebben lang niet allemaal met elkaar te maken.


Susan Hill is bekend geworden vanwege haar literaire romans en dat kun je merken. Niet in de lotgevallen van Simon Serrailler, die in mijn ogen een minder geslaagde versie van Morse en Rebus is. Wel in het aangrijpende verhaal over Max Jameson en de manier waarop hij probeert de dood van zijn (tweede) vrouw te verwerken. In de treurige geschiedenis ook van Eileen Meelup, die niet kan en wil geloven dat haar dochter een seriemoordenaar is. Hierin toont Hill zich op haar best. Deze verhalen-in-een-verhaal maken De rand van het duister uiteindelijk toch de moeite waard. Maar het zou helpen als iemand Hill eens dringend adviseerde het personage Simon Serrailler verder uit te werken. Nu is hij als een van de belangrijkste dramatis personae simpelweg niet dramatisch genoeg. Bovendien is het suspense-element zo dun aangezet dat ik De rand van het duister liever een psychologische roman dan een literaire thriller zou willen noemen. Maar het is hoe dan ook een zeer lezenswaardige roman.


 

Reacties op: Lezenswaardige lappendeken