Wat Edinburgh is bij Ian Rankin, is Dublin in het werk van Benjamin Black. Een stad natuurlijk allereerst, maar tegelijkertijd veel meer dan dat. Dublin is een personage, dominant aanwezig, dat iedere keer weer een nieuw gezicht laat zien en zodoende een perfecte spiegel vormt voor de gemoedsgesteldheid van Blacks antiheld Quirke. Soms zonnig zonder voorbehoud, maar vaak is het alles treurnis wat de klok slaat. Quirke is een misantroop, die de voorkeur geeft aan de doden boven de levenden. Niet voor niets is hij ooit patholoog-anatoom geworden. Maar Quirke heeft nog een eigenaardigheid: hij is vreselijk nieuwsgierig en geeft niet op totdat zijn hang naar weten is bevredigd.
Bijvoorbeeld naar de waarheid achter die raadselachtige vraag van een oude studievriend, Billy Hunt: of hij geen sectie wil verrichten op het lichaam van zijn vrouw Deirdre, die naakt en levenloos uit de Baai van Dublin is gehaald. Hij zou het idee niet kunnen verdragen dat haar lichaam door Quirke’s zagen en scharen werd verminkt. Maar is dat de echte reden? Heeft Deirdre inderdaad, zoals aanvankelijk verondersteld wordt, zelfmoord gepleegd of is haar dood wel degelijk verdacht? Natuurlijk blijkt dat laatste het geval, al heeft de politie geen enkel idee van een motief, laat staan van mogelijke verdachten. Quirke heeft dat evenmin, maar dat is voor hem eerder een stimulans dan een belemmering. Hij gaat op onderzoek uit, weloverwogen en voorzichtig, want een politiepenning die deuren voor hem opent, heeft hij niet. Wel een flinke dosis intelligentie en daarmee komt hij opnieuw, net als in Blacks vorige drie boeken, een heel eind. Al maakt hij er wel weer een warboel van.
De zwaan van Dublin is geen thriller, al wil het omslag anders doen vermoeden. Je kunt je zelfs afvragen of het wel een misdaadroman is. Natuurlijk draait alles om de vraag wie Deirdre Hunt vermoord heeft. Maar de zaak die Quirke aan het licht brengt, is alles behalve spectaculair. Oplichting is een belangrijk thema; drugsgebruik ook, maar daarover is in de loop der jaren meer dan genoeg geschreven. Daar moet dit boek het dan ook niet van hebben. De zwaan van Dublin ontleent zijn kracht vooral aan de indringende psychologische portretten: van Quirke natuurlijk, maar vooral ook van Deirdre Hunt, het achterbuurtkind met een incestueus verleden dat via een gestoorde Engelsman de kans krijgt in korte tijd haar dromen waar te maken. Met Leslie White, charmant maar een gladdekker van de ergste soort, leeft ze in een roes en dat moet ze uiteindelijk met de dood bekopen. Want niet iedereen blijkt haar dat geluk te gunnen.
Het boek eindigt in stijl en dat wil dus zeggen: in mineur. Het is ochtend en de straten van Dublin zijn nog leeg. ‘Hij stond daar, verlamd. Hij wist niet waar hij naartoe moest. Hij wist niet wat hij moest doen.’ Voor de liefhebbers van dit soort proza, is De zwaan van Dublin een geweldig goed boek.

Reacties op: Indringende psychologische portretten