Advertentie

Of er werkelijk zoiets als een ‘Handboek voor de Beginnende Crimewriter’ bestaat, weet ik niet, maar mocht het zo zijn, dan wordt daarin vast en zeker het advies gegeven een getourmenteerde hoofdrolspeler te kiezen; een antiheld, die het niet alleen moet opnemen tegen het kwaad in de onderwereld, maar ook in de bovenwereld allerlei krachten ondervindt die hem het leven behoorlijk zuur maken. Een kwellend verleden bijvoorbeeld, een problematische relatie met het andere geslacht of collega’s die erop uit zijn de hoofdpersoon pootje te lichten zodra de gelegenheid zich voordoet. En liefst dat alles tegelijk. Dat biedt namelijk aantrekkelijke mogelijkheden om een verhaal een extra dimensie te geven. Het cynisme dat zulke protagonisten typeert, brengt ze tot daden die een ‘normale’ hoofdpersoon niet in zijn hoofd zou halen. Deze daden mislukken natuurlijk regelmatig, waardoor ze weer iets goed te maken hebben. En zo ben je als lezer niet alleen benieuwd naar wie de dader is, maar wil je ook graag weten of het uiteindelijk goed komt met de onorthodoxe maar sympathieke speurder.

De keuze voor een antiheld heeft in de loop der jaren een aantal boeiende personages en nog veel meer boeiende verhalen opgeleverd. Denk bijvoorbeeld aan Frost, Morse en Jane Tennison; aan Mo Hayders Jack Cafferey, Elisabeth George’s Inspector Lynley en, last but not least, John Rebus, de succesvolle creatie van Ian Rankin.
Stuart MacBride, die enkele jaren geleden debuteerde met de roman Steenkoud, lijkt die les goed te hebben begrepen, want zijn hoofdpersoon, brigadier Logan McRae, past perfect in dit rijtje namen. Logan heeft lak aan regels en voorschriften. Hij gaat het liefst zijn eigen gang en dat brengt hem regelmatig in conflict met collega’s en superieuren. Die zien hem dan ook maar wat graag struikelen. Zo graag, dat sommigen er niet voor terugschrikken het lot een handje te helpen en zelf een bananenschil op zijn pad te gooien. Logan gaat dan ook nogal eens onderuit, maar uiteindelijk krabbelt hij toch altijd weer op (zoals een antiheld betaamt). Hoewel hij een relatie heeft, is hij in wezen een lonely wolf.
Eerlijk gezegd vond ik aanvankelijk dat Logan net iets té goed in het rijtje paste. Sterker nog, toen ik aan Dood kalm begon, MacBride’s tweede roman en mijn eerste kennismaking met het werk van deze Schotse auteur, kon ik lange tijd het idee niet van me afzetten dat in Logan de tweelingbroer van John Rebus ten tonele werd gevoerd. En dat voelde niet goed. Ik kan me niet voorstellen dat het ‘Handboek’ ook adviseert het werk van succesvolle voorgangers te kopiëren.

Als het verhaal begint, is Logan verbannen naar de Screw-Up Squad, een unit met politiemensen die het korps liever kwijt dan rijk is. Ooit de held van het plaatselijke korps, wordt hij verantwoordelijk gehouden voor de dood van een collega die bij een mislukte inval zwaar gewond raakte. Voor straf mag hij nu – tijdelijk? – naar de pijpen dansen van de cynische inspecteur Steele. Stom toeval zorgt er echter voor dat hij toch de gelegenheid krijgt zich met het oplossen van een aantal zware misdrijven te rehabiliteren. En die kans grijpt hij met beide handen aan.
Ik weet niet meer waar ik mijn bezwaren tegen de aankleding van het verhaal verloor; waarschijnlijk gebeurde dat geleidelijk en dus ongemerkt. In ieder geval raakte ik op den duur volledig in de ban van het boek. Want laat hij met de keus van hoofdpersoon en setting dan niet uitmunten in originaliteit; schrijven kan MacBride als de beste. Rechttoe-rechtaan, zonder veel frivoliteiten als flash backs en perspectiefwisselingen. Gewoon de lezer bij zijn lurven pakken en hem pas weer loslaten als alle boeven zijn gepakt.

Uiteindelijk zie ik ook wel voldoende punten waarop zijn werk zich van dat van Rankin onderscheidt. Waar de laatste kiest voor psychologie, nuance en raffinement, is MacBride bezig een serie rauw-realistische detectives op te bouwen. De wreedheid van sommige scènes in Dood kalm kom je in het werk van Rankin nergens tegen. Bovendien heeft zijn hoofdpersoon Logan McRae niet het kwellende verleden dat altijd op de een of andere manier Rebus’ doen en laten bepaalt. Terecht ontbreekt op de cover van Dood kalm dan ook de aanduiding ‘psychologische thriller’.

In de loop der jaren heb ik geleerd niet teveel af te gaan op de wervende teksten achterop een roman. Te vaak blijken het zielige pogingen te zijn om van niets toch nog iets te maken. In dit geval is dat anders. Een van de citaten komt van collega-auteur Mark Billingham, die over Dood kalm geschreven heeft: ‘[-] dit is crime fictie van de bovenste plank.’ En daarbij sluit ik me volledig aan.

Reacties op: Hardboiled en ongemeen spannend