Literatuur en marketing gaan steeds meer samen. En dan doel ik niet alleen op de inspanningen van uitgeverijen om de verkoop van hun boeken op de winkelvloer positief te beïnvloeden. Steeds vaker ook worden schrijvers als heuse merken gepositioneerd. Duidelijkheid is daartoe wel een belangrijke voorwaarde: de lezer moet al op voorhand weten wat hij koopt. Staat een schrijver bijvoorbeeld garant voor psychologie of voor actie? Leunen zijn boeken vooral op de plot of zijn de personages minstens zo belangrijk?
Aan de vereiste duidelijkheid gaat nog een andere voorwaarde vooraf: vakmanschap. 'Branding' is meer dan alleen een marketingkunstje. Ook de schrijver zelf speelt een belangrijke rol: hij moet in ieder boek zijn reputatie waarmaken. En dat brengt me bij de roman Een doodgewone misdaad van Simon Kernick.


De teksten op het achterplat positioneren Kernick als iemand van het hard-boiled genre en dat klopt ook wel. De roman telt namelijk nogal wat scènes die niet geschikt zijn voor tere zieltjes. Het verhaal begint met een undercoveroperatie in de buurt van het vliegveld Heathrow, die uitloopt op een schietpartij waarbij zes doden vallen, onder wie een van de agenten. De verdenking valt al gauw op diens partner, inspecteur Stegs Jenner. Inspecteur John Gallan en agent Tina Boyd krijgen de opdracht uit te zoeken wie in de aanloop naar de operatie gelekt heeft en dus verantwoordelijk is voor de bloedige afloop.


Hard boiled thrillers leunen vooral op een sterke plot en krachtige dialogen. De rest is bijna bijzaak. En juist op die aspecten overtuigde Kernick mij niet helemaal. Een mager zesje, meer krijgt hij niet van mij. Vooral aan zijn dialogen heb ik me geërgerd. Ze horen vaak eerder thuis in een doorsnee damesroman dan in een heiharde thriller.
Bovendien heeft hij gekozen voor literaire truc die hij nog onvoldoende beheerst: perspectiefwisseling. Sommige scènes worden in de derde persoon verteld, andere in de eerste. Nu is deze keus op zich niet verkeerd. De ik-figuur, John Gallan in dit geval, is al snel een open boek – je weet als lezer precies wat hij denkt en voelt – terwijl je de overige personages pas gaandeweg leert kennen, namelijk door hun doen en laten. Daarmee kun je de lezer heel geraffineerd op het verkeerde been zetten, wat de spanning ten goede komt. Kernick maakt van deze mogelijkheid echter geen gebruik. Sterker nog, op de uiteindelijke afloop – het antwoord op de vraag wie gelekt heeft – word je nauwelijks voorbereid. En dat is toch een gemiste kans.


Ik heb me met Een doodgewone misdaad zeker niet verveeld, maar een must is de roman evenmin. De genoemde zwakheden zorgen er bovendien voor dat ik nog geen goed beeld van het merk Simon Kernick gekregen heb. Het staat me te weinig voor ‘hard boiled, terwijl het ook niet thuishoort onder ‘psychologische thrillers’. Voor de marketeers van zijn uitgever is er dus nog werk aan de winkel.

Reacties op: Kernick is nog steeds een wat onduidelijk merk