Eenheid van plaats is een van de kenmerken van de klassieke, Griekse tragedie: alle gebeurtenissen spelen op hetzelfde toneel. Over wat elders gebeurt, hoort het publiek hooguit iets aan het eind van het stuk. Schrijven volgens zulke strenge wetten – behalve de eenheid van plaats moeten ook de eenheid van tijd en handeling worden gerespecteerd – vraagt van een auteur een groot vermogen tot intensivering. Je moet als het ware met minimale middelen een maximaal effect kunnen bereiken. Of Gisa Klönne zich voor haar debuutroman En het woud zwijgt daadwerkelijk door de Griekse tragedie heeft laten inspireren, weet ik niet, maar de associatie met de eenheid van plaats drong zich al lezend in ieder geval sterk aan me op. Want alle belangrijke gebeurtenissen spelen zich af in ‘het woud’; in dit geval de bossen op de hellingen van het (niet-bestaande) Schnellbachtal.
In het woud wordt het verminkte lichaam van Andreas Wengert gevonden, proberen de bewoners van een ashram – een soort commune – op een verrassende manier de hectiek van het alledaagse leven te ontvluchten, voert Diana Westermann strijd om door haar collega’s als eerste vrouwelijke boswachter serieus te worden genomen. Je zou zelfs kunnen zeggen dat politiecommissaris Judith Krieger, die in haar functioneren nogal gehinderd wordt door een traumatische ervaring uit het verleden, in het woud eindelijk weer met zichzelf in het reine komt. Het woud is, kortom, voortdurend op een nadrukkelijke, vaak ook dreigende manier in het verhaal aanwezig. De vertaler heeft dat prima aangevoeld. In het Duits heet het boek Der Wald is Schweigen en daar had ze ook ‘En het bos zwijgt’ van kunnen maken. Maar ‘woud’ is krachtiger, beklemmender en dat is precies het gevoel dat dit verhaal oproept: beklemming.
Wie heeft Andreas Wengert vermoord? Die vraag loopt als een rode draad door het verhaal en blijkt uiteindelijk alle andere verhaallijnen met elkaar te verbinden. Wengert, leraar gymnastiek en Engels, blijkt bepaald niet vies te zijn geweest van jonge meisjes. En doordat sommige van hen evenmin vies van hem waren, kon het gebeuren dat de man, hoewel getrouwd, er een rijk en turbulent liefdesleven op na hield. Op zijn motor reed hij van afspraak naar afspraak, tot zijn ontzielde lichaam op een dag hoog in een jachthut wordt gevonden; naakt en door vraatzuchtige vogels onherkenbaar verminkt. Judith Krieger heeft het gevoel dat de oplossing in de ashram moet worden gezocht; haar eerzuchtige collega Manfred Korzilius zoekt de oplossing in Wengerts familiekring. Uiteindelijk komt de moordenaar inderdaad niet uit een geheel onverdachte hoek, maar dat wil niet zeggen dat de ontknoping het nodige raffinement ontbeert. Integendeel zelfs.
Wie debuteert met een roman als En het woud zwijgt, mag zonder meer tot de categorie Veelbelovende Auteurs worden gerekend. Ik was niet alleen onder de indruk van de manier waarop Klönne ‘het woud’ tot Alomtegenwoordigheid heeft gemaakt. Ook de tekening van de personages verdient respect. Het zijn stuk voor stuk mensen met problemen, trauma’s zo u wilt, die hen volledig in beslag nemen en op een bepaalde manier isoleren van de werkelijkheid. Ergens lezen we dat Judith Krieger het gevoel heeft ‘alsof ze onder een glazen stolp zit’ en geldt in feite voor alle belangrijke personages. Dat maakt ze kwetsbaar. Om hen heen loert gevaar, maar ze zien het niet. Voelen het hooguit, zoals het meisje Laura, het laatste liefje van Andreas Wengert. Maar ze heeft geen idee uit welke hoek de dreiging komt. En als het Kwaad zich uiteindelijk aan haar openbaart, is het bijna te laat.
Wie het boek gelezen heeft, weet dat er niet echt sprake is van eenheid van plaats; het verhaal speelt op meerdere locaties. Maar Gönne heeft wel degelijk met weinig middelen een uitstekend resultaat bereikt en daarom kijk ik nu al uit naar haar volgende boek.

Reacties op: Leven onder een glazen stolp