Advertentie

‘Academisme’ is de benaming voor een stroming die in de jaren zeventig toonaangevend was in de Nederlandse literatuur. Ze concentreerde zich rond het tijdschrift ‘De Revisor’ – daarom werd ook wel gesproken van Revisor-proza – en kenmerkte zich onder meer door veelvuldige wisselingen van tijd en perspectief en door een associatieve stijl van schrijven. Mede daardoor kwam Revisor-proza vaak nogal gekunsteld over. Dat was ook precies de bedoeling. ‘Academische’ schrijvers zetten zich af tegen het realisme uit voorgaande jaren. Literatuur was volgens hen geen uitbeelding maar een verbeelding van de werkelijkheid; vorm was belangrijker dan inhoud. Dat het inlevingsvermogen van de lezer hierdoor nogal op de proef gesteld werd, was onvermijdelijk.
Hoewel ‘De Revisor’ al jaren geleden werd opgeheven en het academisme als stroming niet meer bestaat, heeft de novelle Het monster van München van Andrea Maria Schenkel onmiskenbaar een aantal opvallende ‘academische’ trekjes. De vele perspectiefwisselingen, het voortdurend veranderen van tijd, de verschillende verhaallagen: Het monster van München is literatuur als een vorm van onderzoek door middel van de verbeelding; zoals de ‘academische’ schrijvers het ooit bedoelden.
Het verhaal speelt in München aan het eind van de jaren dertig. Kathie, de hoofdpersoon, reist naar de stad om er haar geluk te beproeven. Het leven moet er grootser, spannender zijn dan op het platteland en zij wil daar deel van uitmaken. Maar zoals zo vaak blijken dromen ook nu mooier dan de werkelijkheid. Een baantje vinden valt niet mee; onderdak evenmin. Ze moet het hebben van de buitenkansjes die zich aandienen en profiteert daarbij nogal van het feit dat ze een mooie meid is en bepaald niet vies van mannen. Maar ergens in die grote stad loopt iemand rond die op zoek is naar vrouwen als Kathie. Altijd in voor een one night stand; of niet, maar dat maakt eigenlijk niet uit. Hij zorgt er toch wel voor dat hij aan zijn gerief komt. En de afloop is steeds hetzelfde: de al dan niet vrijwillige vrijage eindigt met de dood. Kortom, een seriemoordenaar maakt de straten van München onveilig. Zal haar naïviteit ook Kathie noodlottig worden?
Zoals gezegd, vertelt Schenkel het verhaal bepaald niet rechtlijnig; het wordt opgebouwd uit een aantal vaak korte verhaallijnen, die met elkaar het beeld oproepen van een werkelijkheid waarin niet duidelijk is wat goed is en wat kwaad, wat werkelijkheid en wat verbeelding. Het verhaal begint aan het eind, met de executie van ene Josef Kalteis, die verondersteld wordt de gezochte seriemoordenaar te zijn. Maar het gekozen perspectief lijkt erop te wijzen dat hij onschuldig is. Ja, hij heeft zich in een dronken bui aan een van de vrouwen vergrepen, maar niet vermoord. En natuurlijk is hij gek op vrouwen, maar is dat een doodzonde? Dan is er de geheimzinnige chauffeur. Gaan zijn ‘zonden’ niet verder dan af en toe een keer overspel plegen, of is er meer aan de hand? Zo speelt Schenkel het hele boek door spelletjes met haar lezers. Door de voortdurende perspectiefwisselingen krijg je nooit vat op de gebeurtenissen en ik vermoed dat dat ook precies haar bedoeling is. Dat de moraal van het verhaal luidt: er is geen waarheid; de lezer mag op de vertelde gebeurtenissen zijn eigen interpretatie loslaten. Het is academisme ten voeten uit. U bent dus gewaarschuwd.

Reacties op: De werkelijkheid is wat je erin ziet