Laat ik maar meteen iedere illusie de kop indrukken: In steen begraven, het debuut van de Britse schrijfster Jenni Mills, is geen thriller, ondanks dat het omslag anders wil doen geloven. De uitgever houdt ons dus voor de gek. Een thriller is immers een spannend boek en spannend wordt In steen begraven pas tegen het eind, als al meer dan driehonderd bladzijden proza gepasseerd zijn. En dat is rijkelijk laat. Toegegeven, er lopen een paar raadselachtige kwesties als rode draden door het verhaal, maar de uitwerking daarvan vind ik onvoldoende om het boek als thriller te kunnen kwalificeren.


Waar gaat het over? Wel, hoofdpersoon Kit Parry is mijnbouwkundig ingenieur en wordt naar Bath gestuurd om leiding te geven aan een project dat tot doel heeft de oude mijnen onder de stad te stabiliseren. Het is namelijk verre van denkbeeldig dat bepaalde stadsdelen op een dag letterlijk in de aardbodem verdwijnen. Ze merkt al snel dat niet iedereen op een vrouwelijke leidinggevende zit te wachten. Ze wordt tegengewerkt en zelfs, door een van de andere stafleden nota bene, geïntimideerd. Maar Kit heeft geleerd hoe zij in deze typische mannenwereld overeind kan blijven en laat zich dus niet zo snel uit het veld slaan.
Haar vastberadenheid heeft nog een tweede, veel belangrijker reden. Er zijn namelijk aanwijzingen dat er diep onder de heuvels rond het eeuwenoude Bath resten van een Romeinse tempel verborgen liggen. Dat zou dé archeologische ontdekking van het decennium zijn en die wil zij maar wat graag op haar naam schrijven. Zie daar verhaaldraad nummer één.
Door dit verhaal worden flarden gevlochten uit Kits jeugd, met name uit die ene zomer toen zij veertien was. Ze was niet gelukkig in die tijd, iets wat meer pubermeisjes overkomt. Maar waar haar leeftijdgenoten doorgaans gekweld werden door een onbenoembare melancholie, had Kit verdriet om haar verdwenen moeder. Op een dag was ze er niet meer, spoorloos verdwenen, en niemand die Kit kon vertellen waarom en waarheen. Was er inderdaad, zoals geruchten wilden doen geloven, sprake van een uit de hand gelopen flirt met een militair of is ze om andere redenen bij haar gezin weggegaan? En wil zij zich na al die jaren nog laten vinden? Dat is verhaaldraad nummer twee.


Mills, die al een carrière achter de rug heeft als producer en regisseur voor de Britse omroep, laat zien dat zij ook als auteur het nodige in haar mars heeft. Ik heb genoten van de beeldende beschrijvingen van het landschap rond Bath en ook de manier waarop zij haar scènes opbouwt, verraadt vakmanschap. Sommige hebben niet alleen voor de hoofdpersoon maar ook voor de lezer een ronduit claustrofobisch effect. Je moet bijvoorbeeld de openingsscène, waarin Kit tijdens een ondergrondse zoektocht vast komt te zitten, beslist niet vlak voor het slapengaan lezen. Maar dat maakt In steen begraven nog geen thriller.
De zoektocht naar de Romeinse tempel kon me geen moment boeien, terwijl Mills er toch meer dan ruimschoots aandacht aan besteedt, en die andere verhaallijn heeft te lang het karakter van een Bildungsroman in zakformaat: over een kind dat bezig is een grote meid te worden en in die ontwikkeling een aantal lastige hobbels moet nemen: de afwezige moeder, de onberekenbare vader en diens nieuwe liefde voor de opdringerige bibliothecaresse Jenny en ten slotte een onbereikbare geliefde die haar ‘bedriegt’ met haar beste vriendin. Pas heel laat – in mijn ogen dus tè laat – wordt duidelijk dat vooral dit verhaal de spanning moet brengen die van een boek een thriller maakt.


Jammer en dat mogen ze zich wat mij betreft vooral bij Mills’ uitgeverij aantrekken. Ofwel je noemt dit boek geen thriller ofwel je begeleidt zo’n auteur beter bij het uitwerken van een idee. Als dat bij een volgend boek beter gebeurt, laat ik me overigens graag informeren over Mills’ volgende stap op weg naar een volwaardig schrijverschap. Want zoals gezegd: schrijven kan ze wis en waarachtig wel.


 

Reacties op: Thriller zonder thrills