Hoewel Matthew Hall nooit eerder een thriller schreef, kun je zijn eersteling, Koud spoor, eigenlijk geen debuutroman noemen. Hall oefende immers jaren als scriptschrijver en is als zodanig verantwoordelijk voor afleveringen van bekende televisieseries als Holby City, Blue Murder, Kavanagh QC, Foyle’s War en Dalziel & Pascoe. Dat is wel niet helemaal hetzelfde, maar filmscripts en romans zijn toch meer dan familie van elkaar. En dat is te merken, want Koud spoor staat als een huis.
Het verhaal is opgebouwd rond het personage Jenny Cooper, tweeënveertig jaar oud en tobbend met een geschiedenis waar geen vrouw jaloers op zal zijn. Tot voor kort was zij getrouwd met een succesvolle hartchirurg, die behalve zeer deskundig ook uitermate tiranniek was. Hun echtscheiding was voor Jenny dan ook bepaald een bevrijding, zij het dat er van haar zelfvertrouwen weinig meer is overgebleven. Ze is een zielig hoopje mens geworden, dat alleen op de been kan blijven met een dosis Temazepam, een middel dat onder meer bij angststoornissen wordt voorgeschreven. Het is bekend dat Temazepam al snel tot psychische en lichamelijk afhankelijkheid leidt en dat is te merken: Jenny is een echte junk geworden. Iedere dag neemt zij zich voor de verlokkingen van haar steun en toeverlaat te weerstaan, maar er hoeft maar iets in de weg te zitten of zij haalt haar medicijndoosje tevoorschijn. Het is een belangrijk thema in de roman.
Het verhaal begint op haar eerste werkdag als rechter van instructie in het Engelse Vale District. Als zodanig heeft zij de taak te onderzoeken of sterfgevallen verdacht zijn. Als dat zo is, dan kan de rechter van instructie een hoorzitting houden, sectie aanvragen en eventueel zelf op onderzoek uitgaan. Natuurlijk wordt Jenny met een verdacht sterfgeval geconfronteerd; twee zelfs: van een veertienjarige jongen en een meisje dat nauwelijks een jaar ouder is. Allebei lijken ze door zelfmoord om het leven te zijn gekomen, maar Jenny ontdekt dat haar voorganger, Harry Marshall, in zijn beoordeling een paar onverklaarbare steekjes heeft laten vallen. Naarmate het verhaal vordert, wordt overigens ook Harry’s dood steeds raadselachtiger. Jenny heeft dus meteen haar handen vol. Beide zaken worden heropend, maar al snel krijgt zij forse tegenwerking uit een vooralsnog onbekende hoek. En labiel als zij is, neemt zij de ene onhandige beslissing na de andere, tot zij met lege handen lijkt achter te blijven.
De uitgever heeft ervoor gekozen Koud spoor een literaire thriller te noemen. Nu weet ik best dat het plakken van dit soort etiketten nauwelijks meer is dan een verkooptruc – auteurs doen er ook meestal nogal lacherig over – maar in dit geval ga ik er toch even serieus op in. Ik had voor ‘psychologische’ thriller gekozen. Ik ken namelijk maar weinig misdaadromans waarin de plot zo sterk bepaald wordt door de psychologie van de hoofdpersoon. Jenny is niet zozeer een zielig hoopje mens; zij is een psychiatrisch geval. Een vrouw die in de diepste diepten van haar persoonlijkheid een onverwerkt jeugdtrauma verborgen houdt, dat haar leven tot nu toe sterker heeft beheerst dan zij waarschijnlijk zelf beseft. Mislukking lijkt haar als een schaduw te volgen. Hall heeft van Jenny een bijzonder boeiend portret getekend, zoals hij ook het Britse rechtsysteem genadeloos trefzeker portretteert. Met de nadruk op ‘genadeloos’, want als oud-jurist had hij daarmee kennelijk nog een appeltje te schillen. En daarbij is Koud spoor ook nog een bijzonder spannende roman.
Waarom dan geen vijf sterren toegekend? Omdat Hall een kunstgreep nodig had om Jenny uit de valkuil te bevrijden die zij voor zichzelf gegraven had en omdat hij het raadsel van haar jeugdtrauma onopgehelderd laat. Dat is een verhaaldraad die vreemd genoeg in de slothoofdstukken niet netjes wordt afgehecht. Maar misschien horen we daarover in een volgend boek meer. Ik hoop zeker dat dat er komt.

Reacties op: Sterke debuutroman van Matthew Hall