Moet een zichzelf respecterende criticus altijd de schijn van onafhankelijkheid ophouden, of mag hij ook gewoon eens bekennen zo’n grote fan van een schrijver te zijn dat hij ieder boek van deze auteur op voorhand goed vindt? In sommige kringen is dit een serieus dilemma; voor mij niet. Zo zult u van mij geen kwaad woord horen over enig boek van Ian Rankin. Een ‘Rankin’ krijgt van mij altijd minstens drie sterren, meestal vier en niet zelden vijf. Lazarus, zijn laatstverschenen roman, behoort tot die laatste categorie. Overigens is Lazarus niet officieel Rankins nieuwste. Het boek verscheen in Groot-Brittannie al in 2001, maar door het beleid van uitgeverij Luitingh geldt het voor de Nederlandse markt wel als ‘de nieuwe Rankin’. Dus beschouwen we het boek ook maar als zodanig, om vervolgens meteen vast te stellen dat de auteur zichzelf (weer eens) heeft overtroffen.
Het verhaal begint wat anders dan anders. Het heeft er namelijk even de schijn van dat inspecteur John Rebus, Rankin’s vaste hoofdpersoon, deze keer met een bijrol genoegen moet nemen. Eigenzinnig als hij toch al is, heeft hij zich tijdens een bespreking in de zaak Edward Marber zo vergaloppeerd dat zijn superieuren hem voor straf terug naar school hebben gestuurd; naar de Schotse politieacademie Tulliallan, om precies te zijn. Aan Rebus’ sidekick Siobhan Clarke de taak om de strijd met de onderwereld voort te zetten en te ontdekken wie kunst- en antiekhandelaar Marber heeft vermoord. Dat doet zij overigens met bijzonder veel overtuiging en als Lazarus wel Rankins nieuwste roman was geweest, had je gemakkelijk kunnen denken dat de auteur bezig was de opvolging van John Rebus, die inmiddels de pensioengerechtigde nadert, voor te bereiden. Natuurlijk is dat niet zo; evenmin is Rebus daadwerkelijk naar het tweede plan verwezen. Want op Tulliallan moet hij samen met vier andere notoire eigenheimers proberen een cold case op te lossen en dat is een opdracht die al snel tot nadenken stemt. Want niet alleen herinneren alle cursisten zich de zaak nog goed; Rebus heeft destijds zelfs intensief met een van hen samengewerkt. En aan de rol die hij daarbij speelde, wordt hij liever niet meer herinnerd. Is het toeval dat hun juist déze zaak wordt toegewezen?
Tijdens het lezen had ik soms het gevoel op een spoorwegviaduct te staan. Beneden lopen meerdere sporen in ogenschijnlijke chaos door elkaar. Maar verderop, in de buurt van het station, ontstaat geleidelijk een patroon en uiteindelijk komen alle sporen netjes bij elkaar voor het perron. Zo is het ook met Lazarus. Rankin weeft een aantal verhaallijnen door elkaar en lange tijd vraag je je af waar dat toe leiden moet. Wat is nou hét verhaal? Tot je ontdekt dat al die verhaallijnen samen hét verhaal vormen. En dat is achteraf bezien toch weer niet zo verrassend bij een auteur van dit kaliber.
Aan het verhaal gaat een inleiding vooraf. Rankin vertelt hierin dat Lazarus in 2004 door de Mystery Writers of America bekroond werd als beste roman. Dat kun je een gotspe noemen, maar de oprechte Rankin-fan weet wel beter. Hij gaat er eens goed voor zitten, want hij weet: het is weer ouderwets genieten geblazen.

Reacties op: Kijken vanaf een spoorwegviaduct