Advertentie

maar zonder een greintje raffinement,Obsessie, de nieuwste roman van de Amerikaanse schrijver Ted Dekker, is een verwarrend boek. Aan de ene kant leest het als een trein – het verhaal ijlt in moordend tempo naar de ontknoping – aan de andere kant is het gemak dat hij zich steeds weer gunt, hemeltergend. De plot hangt van melodrama en toevalligheden aan elkaar. Wie daar niet van houdt, zoals ik, wordt dus uiteindelijk met de lastige vraag geconfronteerd hoeveel sterren zo’n boek voldoende recht doen.
Het verhaal gaat over de oorlogswees Stephen Friedman. Opgegroeid in Rusland heeft hij als makelaar in het Los Angeles furore gemaakt. Met achthonderd duizend dollar op de bank is hij hard op weg de zoveelste belichaming van The American Dream te worden.
Op een dag sterft een oude, schatrijke joodse vrouw, Rachel Spritzer. Haar dood haalt de plaatselijke pers doordat zij een van de Stenen van David nalaat, een legendarische schat uit de joodse geschiedenis. Ook is er een briefje gevonden waarin de vrouw schrijft over haar zoon David, die in een van de Duitse concentratiekampen is geboren. U raadt het natuurlijk al: die zoon blijkt Stephen te zijn.
Materialistisch als hij is, raakt hij meteen in de ban van de miljoenenschat; veel meer nog dan door het feit dat hij zijn moeder gevonden heeft, al is het dan postuum. Want een krantenartikel over zijn moeders dood lijkt te suggereren dat Rachel de Steen ergens in haar appartement had verstopt en dat het ding daar nog steeds ligt. Stephens leven heeft vanaf dat moment nog maar één doel: de Steen van David vinden. Hij heeft daarbij geduchte concurrentie van de ex-nazi Roth Braun, een man met een psychopathische persoonlijkheid, die nergens voor terugdeinst als het erom gaat de schat te vinden. Wie deze strijd gaat winnen, lijkt lange tijd een open vraag. Tegelijkertijd is Vrouwe Fortuna steeds zo nadrukkelijk aan Stephens zijde, dat je als lezer al snel aanvoelt dat het uiteindelijk voor hem wel goed zal komen.
Dan is er nog een tweede verhaallijn, die speelt in het Poolse concentratiekamp Torun aan het eind van de Tweede Wereldoorlog. We maken kennis met twee joodse vrouwen: de Sloweense Ruth Kryszka en de Hongaarse Martha Spieler. We ontmoeten ook de kampbeul Gerhard Braun; inderdaad, de vader van Roth. Even verknipt en sadistisch: zo vader zo zoon.
Beide vrouwen (Ruth en Martha) zijn zwanger en allebei baren ze in het kamp hun kind.
Of zij uiteindelijk met hun kinderen de oorlog overleven is uiteraard de vraag. In tegenstelling tot alle wonderlijke verwikkelingen in het verhaalheden is hier echter geen sprake van een gemakzuchtige schrijvershand. Wat deze personages overkomt, past namelijk prima binnen het denkraam van de ziekelijke geest van Gerhard Braun. Hij speelt spelletjes met de joden die aan hem zijn toevertrouwd. Voor de meesten pakt dat verkeerd uit. Zo ging dat in die jaren.
Hoe deze twee verhaallijnen uiteindelijk bij elkaar komen, zal ik niet verklappen; anders haal ik het leesplezier helemaal weg. Ik bleef na het lezen in ieder geval met gemengde gevoelens achter. Spannend is het boek zeker en alleen daarom zou ik het best met vier sterren willen waarderen. Daarentegen had ik te vaak het gevoel naar plaatjes uit een toverlantaarn te kijken om daadwerkelijk zo’n hoge waardering te geven. Ik kom dus uiteindelijk aanmerkelijk lager uit. Het zij zo.

Reacties op: Spannend