Advertentie

Over de do’s and dont’s van crimewriting kun je als criticus boeiend discussiëren. Dat is goed voor je referentiekader, heerlijk voor je ego en prima voor je lezers. Want je recensies worden er ongetwijfeld (nog) beter door. Maar het feit dat een boek je tot zo’n discussie verleidt, hoeft niet per sé positief te zijn. Tot die conclusie kwam ik na het lezen van Sarah Dunants roman Onder het mes. Ik kende haar werk nog niet, maar de informatie op de achterflap had me nieuwsgierig gemaakt. Een schrijver die al eens genomineerd werd voor de Golden Daggar Award en in 2006 de Silver Daggar Award kreeg, moet toch wat in haar mars hebben. Daarom begon ik vol verwachting te lezen.


In het boek, dat overigens enkele jaren eerder al onder de titel Onderhuids bij een andere uitgeverij verscheen, is opnieuw een hoofdrol weggelegd voor Dunants formuledetective/private-eye Hannah Wolfe. Deze keer heeft zij zich beroepshalve laten inschrijven bij een luxueuze beautyfarm in het Engelse graafschap Berkshire. Daar is namelijk iemand druk doende de boel te saboteren. In massagekussens worden spijkers aangetroffen, maden drijven in de yoghurt. Het is, kortom, tijdelijk wat minder prettig toeven op Castle Dean. Gelukkig blijkt Hannah Wolfe haar geld meer dan waard, want binnen de kortste keren heeft zij de dader ontmaskerd. Eind goed, al goed, zou je zeggen, ware het niet dat we dan nog driekwart van het boek voor ons hebben. Het eigenlijke verhaal moet blijkbaar nog beginnen.
In dat verhaal gaat Hannah op zoek naar degene die dreigbrieven stuurt naar Dr. Marchant, plastisch chirurg en echtgenoot van Olivia Marchant, de eigenaresse van Castle Dean. Hannah gaat ervan uit dat de boosdoener gezocht moet worden tussen de cliënten die ontevreden zijn over het werk dat Marchants wereldberoemde handen hebben geleverd. Dat blijkt inderdaad het geval, al zijn het geen esthetische overwegingen die uiteindelijk tot een dramatische ontknoping leiden.


Dunant heeft het verhaal in de ik-vorm geschreven en dat is een keus die interessante mogelijkheden biedt. Door de lezer in de huid van de hoofdpersoon te laten kruipen, kun je een boeiend spel met werkelijkheid en verbeelding spelen. Bovendien bouw je al lezend een heel specifieke relatie met de hoofdpersoon op, die in belangrijke mate de impact van het verhaal bepaalt. Vooral dat laatste zorgde ervoor dat deze roman mijn verwachtingen niet waarmaakte.


In een ik-roman is de hoofdpersoon tevens de verteller; in dit geval dus Hannah Wolfe. Haar verteltrant wordt vooral gekenmerkt door ironie. Voortdurend drijft zij de spot met wie en wat er op haar weg komt; haar eigen persoontje incluis. Nu heeft (zelf)spot de misdaadliteratuur een aantal boeiende personages gebracht – denk bijvoorbeeld aan DI Frost, John Rebus en Andy Dalziel – en nog veel meer prachtige verhalen. De kracht van die verhalen wordt bepaald door het contrast tussen de trieste werkelijkheid waarmee je kennismaakt en de luchtige toon waarop daarover wordt verteld; ironie in haar zuiverste vorm. Dat contrast ontbreekt in Onder het mes echter totaal. De spot van Hannah Wolfe komt vrijwel nergens boven het niveau van de lolbroekerij uit, waardoor haar verhaal het belangrijkste ingrediënt mist dat nodig is om ‘thriller’ genoemd te mogen worden: echte thrills.


Over het niveau van Dunants anders misdaadromans kan ik niet oordelen, maar Onder het mes vind ik ronduit een gemiste kans.

Reacties op: Thriller zonder thrills