Wie op zoek gaat naar een goede pageturner, komt niet zo gauw bij werk van Frances Fyfield uit. Fyfield heeft zich in de loop der jaren immers vooral laten kennen als een liefhebber van nuances en zachte tonen. Een verhaal van Fyfield stáát er niet vanaf de allereerste bladzijde, maar heeft tijd nodig om zich te ontwikkelen. Eerst wordt in sfeervolle beschrijvingen een omgeving geschetst, waarin personages rondlopen waarvan je een tijdlang niet weet welke rol ze spelen; zijn ze slachtoffer, dader of toevallige passant? En wat maakt ze zo interessant dat we ze überhaupt moeten leren kennen?


Zo is het ook met Fyfields nieuwste roman, Schuilkamer. Het verhaal begint in Bloomsbury, een wijk aan de rand van het Londense West End vol vergane glorie maar mét een ‘bohémien soort eerbiedwaardigheid’. We zien statige huizen in Georgian-stijl, die ooit bewoond werden door de welgestelden én rijtjeshuizen voor minder gefortuneerden. Ergens in een van die rijtjeshuizen woont ene Henry, een doodgewone man, misschien wel een beetje té gewoon, wie het leven zuur gemaakt wordt door zijn buurvrouw op de eerste verdieping. Het mens gooit rommel in de hal, maakt voortdurend lawaai en lijkt het op zijn kat te hebben voorzien. Vervelend, maar meer is er niet aan de hand. Althans, voorlopig niet.
Verder maken we kennis met een dame die, zoals ze het zelf uitdrukt, van omhelzen haar werk heeft gemaakt. Ze heet Sarah Fortune en heeft sinds kort haar intrek genomen in een appartement dat een ex-minnaar haar heeft nagelaten. Ze doet haar achternaam dus bepaald eer aan. Dat geluk wordt haar echter niet door iedereen gegund, want Sarah ontvangt regelmatig anonieme brieven van een man die het appartement opeist omdat het van hem zou zijn. Vervelend, maar niet iets om je erg druk over te maken. Althans, voorlopig niet.
Dan is er nog ‘een robuuste oude dame’ met de fraaie naam Dulcie Mathewson, die haar tijd voornamelijk in de restaurants van delicatessenwarenhuizen doorbrengt, een massagetherapeute met een nogal onsympathieke klant en een wat onduidelijke man die alles van branden weet en als beveiliger in het hotel van een familielid werkt. Samen vormen ze een merkwaardig gezelschap van maffe mensen die niet zijn wat ze lijken te zijn. Pas op het moment dat je dat in de gaten krijgt, begint het verhaal een crimestory te worden.


Spannend wordt het verhaal pas wanneer de verongelijktheid van de anonieme brievenschrijver pathologische vormen begint aan te nemen. Dan loopt het lelijk uit de hand. Huizen worden in brand gestoken en mensen komen om in een pandemonium van wraak en ten slotte wil je nog maar één ding weten: wie zal uiteindelijk de echte wreker zijn?


Schuilkamer is een verhaal over macht en daarvan vind je er nogal wat in de misdaadliteratuur. Sommige verhalen zijn slechter, andere beter; Schuilkamer is een goede vertegenwoordiger van de groep daartussenin. Liefhebbers van pasteltintenproza zullen het misschien niet met me eens zijn, maar voor een hogere klassering dan de drie sterren die ik heb toegekend, miste ik voldoende peper en zout.

Reacties op: Pasteltintenproza