De meeste verhalen ontstaan vanuit het niets; of beter: vanuit het bijna niets. Een gedachtespinsel, een niet noemenswaardige gebeurtenis, een onderwerp in het nieuws dat in de fantasie van de schrijver wordt uitvergroot tot een geschiedenis met een kop en een staart en, als het goed is, een spannend verhaalverloop. Die aanleiding is vaak niet zo interessant. Het gaat erom wat de schrijver ermee heeft gedaan; of hij er inderdaad in geslaagd is een verhaal te schrijven dat de moeite van het lezen waard is.
Met Verloren eiland, zijn derde thriller, is Mark Mills daar wat mij betreft niet in geslaagd. Het verhaal speelt op Malta, grotendeels in april 1942. Het eiland heeft het zwaar te verduren. De nazi’s en Mussolini’s troepen lijken er alles aan te willen doen om het compleet van de aardbodem te doen verdwijnen. De ene luchtaanval volgt op de andere en het moreel van de bevolking wordt zwaar op de proef gesteld. Dat moreel, gekenmerkt door een eigen soort je maintiendrai, lijkt echter niet te breken. Tot duidelijk wordt dat een van de officieren van het Britse leger aan het moorden geslagen is. En dat kunnen ze er op Malta nu net niet bij hebben. Max Chadwick, een Britse officier die tot taak heeft om het moreel onder de bevolking hoog te houden, besluit daarom in het diepste geheim, buiten medeweten van zijn superieuren om, een onderzoek in te stellen. En dat leidt tot verrassende ontdekkingen, waarvan het effect nog nagalmt in het London van 1951, waar het boek begint en eindigt.
Dit gegeven zou best een boeiend verhaal kunnen opleveren; spannend, zo u wilt. Maar dat is het helaas niet geworden. Het verhaal kabbelt voort, toont scènes uit het leven op het bezette Malta en beschrijft natuurlijk ook, en passant, de naspeuringen van Max Chadwick. Maar ik kreeg er geen rode oren van en kon niet altijd de neiging weerstaan sommige bladzijden wat sneller door te lezen.
Je kunt je afvragen of Mills zelf wist wat hij met zijn verhaal wilde: een thriller schrijven, zoals de flaptekst doet geloven, of een soort eerbetoon aan de Maltezer bevolking in de moeilijke oorlogsjaren. ‘Ik heb geprobeerd de periode zoveel mogelijk recht te doen,’ schrijft hij in het nawoord, dat overigens niet als zodanig wordt gepresenteerd. ‘maar heb me met het oog op het verhaal vanzelfsprekend enkele vrijheden veroorloofd. Ik hoop dat de lezer mij die wil vergeven, [-].’ Eerlijk gezegd interesseert deze kwestie mij niets. Ik was liever door Mills’ verteller in de kladden gegrepen en van de ene adembenemende scene naar de andere gesleept.
Boeide mij dan helemaal niets in dit boek? Toch wel. Met name het verhaal van de moordenaar, die zich lange tijd anoniem aan de lezer manifesteert, zorgt ervoor dat ik best nog voor een waardering met drie sterren wil kiezen. Het vertelt hoe een jongeman tot een moordenaar uitgroeit door grenzeloos verwend, en dus verpest, te worden door zijn ouders. En dat blijkt nog wel eens tot nauwelijks te beteugelen machtswellust te kunnen leiden. Dat is op zich niets nieuws, maar de manier waarop Mills erover vertelt, kan er zeker mee door.

Reacties op: Matige voortzetting van Mills' oeuvre