Het is de schrik van iedere ouder: je gaat met je gezin een dagje uit, verliest je kind even uit het oog en voor je het weet is het verdwenen. Nachtmerries krijg je daarvan en het vervelende van nachtmerries is dat ze vaak nogal abrupt eindigen. Of je je kind ooit terugvindt, kom je niet te weten. Stel nou dat je je dochtertje op een mooie zomerdag aan het strand kwijt raakt. Ondanks een massale zoekactie wordt ze niet gevonden en je moet, hoe moeilijk ook, leren leven met de gedachte dat ze verdronken is in de zee. En dan krijg je zesentwintig jaar later een brief met het medaillon dat ze droeg op de dag dat ze is verdwenen. Die fantasie heeft de Ierse schrijfster Arlene Hunt gebruikt als uitgangspunt voor haar roman Vermist, een debuut in Nederlandse vertaling maar feitelijk al weer haar vierde boek.
Het verdwenen meisje heet Katie Jones en als ze na bijna dertig jaar weer opduikt in het leven van haar familie, veroorzaakt ze minstens zo veel opschudding als toen ze verdween. Ze schiet namelijk een gepensioneerde huisarts dood en probeert vervolgens de hand aan zichzelf te slaan. Althans, daar heeft het alle schijn van. Omdat de politie niet erg geïnteresseerd lijkt in de toedracht van het drama, neemt Sam Jones, Katies broer, een privé-detective in de arm. Hij meldt zich bij het bureau QuicK Investigations van het speurdersduo John Quigley en Sara Kenny en vraagt hun op zoek te gaan naar antwoorden op de meest prangende vragen: wat is er destijds met Katie gebeurd, waar heeft zij al die jaren gewoond en waarom schoot zij die huisarts neer en probeerde ze vervolgens zelfmoord te plegen?
Die zoektocht vormt de kern van het verhaal, maar daardoorheen weeft Hunt, die in het crimewritersklasje blijkbaar goed heeft opgelet, een tweede thema, dat minstens zo spannend is als de geleidelijke reconstructie van Katie Jones’ verleden. Sarah Kenny had ooit een relatie met ene Victor, een machtswellusteling met een sterk psychopathische inslag. De man intimideerde haar dagelijks, zowel met woorden als met daden. Het had soms heel wat moeite gekost om de gevolgen van zijn handtastelijkheid te camoufleren. Toen hij op een dag haar kitten Ziggy in de toiletpot verdronk, was er iets in haar geknapt. Ze was bij hem weggegaan en had hem aangegeven bij de politie. Dat had hem een gevangenisstraf van jaren opgeleverd. Maar sinds kort is hij vrij en vastbesloten wraak te nemen. Sarah zal weten wat ze hem heeft aangedaan.
En zo ontstaat een verhaal waarin het gevaar letterlijk van alle kanten op het speurdersduo afkomt. Want ook de mensen die destijds Katie hebben ontvoerd, stellen alles in het werk om de waarheid verborgen te houden. Soms vloeit er zoveel bloed dat je je afvraagt waarom Hunt in interviews nog nooit de naam van Mo Hayder als haar grote voorbeeld heeft genoemd.
Op de achterflap wordt Vermist een heerlijke mix van spanning, romantiek en humor genoemd. Dat laatste heb ik in het verhaal niet kunnen ontdekken en dat is maar goed ook, want humor hoort niet thuis in een thriller. Romantiek is er wel, met name in de relatie tussen de beide speurders. Er was een tijd dat John en Sarah iets met elkaar hadden en de gevoelens uit die tijd blijken nog niet helemaal te zijn verdwenen.
Ik heb me met dit boek geen moment verveeld. Een topper in het genre is het niet; daarvoor mist het voldoende raffinement. Maar Hunt kan wel degelijk thrillers schrijven en van mij mogen die andere boeken gerust ook in vertaling op de markt worden gebracht.

Reacties op: Thriller die riekt naar werk van Mo Hayder