Wat heb je nodig om een goed boek te schrijven? Over die vraag kun je in goed gezelschap vast een aardig boompje opzetten. Niet doen, vindt succesauteur Minette Walters. Schrijven is vooral een kwestie van volharding. Gewoon beginnen en dan doorgaan; vervolgens komt het verhaal vanzelf. Hoe sympathiek Walters’ realisme ook moge klinken, aan het schrijfproces wordt er ongetwijfeld onvoldoende mee recht gedaan. Je zult toch ook over het nodige vakmanschap moeten beschikken om iets te kunnen schrijven dat werkelijk de moeite van het uitgeven waard is. Een verhaal bedenken is één ding, maar het op een boeiende manier op papier zetten is toch nog heel wat anders. Dat is niet iedereen gegeven.
De lezer vermoedt nu waarschijnlijk al dat deze opening niet gaat leiden tot een ronkende recensie; een goed boek verleidt immers niet tot dit soort bespiegelingen. En dat klopt. Het lezen van Vleugels van angst, het debuut van de Britse schrijver Ruth Newman, was voor mij geen onvergetelijke gebeurtenis. Daaraan verandert het feit dat een filmmaatschappij de rechten inmiddels gekocht heeft, niets.
In een bepaald opzicht lijkt Newman schatplichtig aan Mo Hayder: de moord waarmee het verhaal begint, is zo gruwelijk dat van alle Britse misdaadauteurs die ik ken, alleen Hayder hem verzonnen zou kunnen hebben. Op Cambridge University wordt een lijk gevonden waarvan het hoofd verdwenen is en de ingewanden over de vloer verspreid liggen. Op een Hayderiaanse manier zum Kotzen en dat doet forensisch psychiater Matthew Denison, een van de speurders, dan ook bijna. Maar daarmee houdt de gelijkenis op. Want waar Hayder er steeds weer in slaagt verhalen te schrijven die je tot de laatste bladzijde in hun wurggreep houden, kon Newman mij niet echt boeien.
Natuurlijk gaat het verhaal over de speurtocht naar de dader. Aanvankelijk gaat de politietop ervan uit dat de moord op zichzelf staat, maar inspecteur Stephan Weathers ziet voldoende overeenkomsten met twee eerdere moorden op de universiteit om serieus met de mogelijkheid van een seriemoordenaar rekening te houden. De belangrijkste verdachten zijn Olivia Corscadden, de studente die het lijk vond, en haar vriend Nick. Natuurlijk (zou ik haast zeggen) lijkt de moord gaandeweg te worden opgelost en blijkt aan het slot ineens dat we op het verkeerde been zijn gezet. Daarmee verdient het boek weliswaar het predikaat ‘onvoorspelbaar’, maar kun je dat niet van bijna alle misdaadromans zeggen?
Newman lijkt nog voldoende vakmanschap te missen om een roman te schrijven die ook ‘angstaanjagend’ genoemd kan worden. Luguber, dat wel, maar dat betreft enkel de beschrijvingen van de crimescene. De personages boeien niet, de dialogen evenmin. En de manier waarop vertelheden en –verleden worden onderscheiden – met verschillende lettertypes – komt nogal gekunsteld over. Nee, Vleugels van angst heeft een prachtig omslag, maar de belofte die dat inhoudt, wordt geen moment waargemaakt.

Reacties op: Verhaal dat niet wil vliegen