Advertentie

Het is knap hoe Voskuil de tijdsgeest van de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw neerzet in een droogkomische stijl, waarin hij verhaalt over een wetenschappelijk instituut, dat in feite het hele kantoorleven van die tijd representeert.
In het begin was het even wennen maar ik heb de ruim 700 pagina's tellende roman met steeds meer plezier in no-time uitgelezen. Vooral het "genratie-conflict" tussen de eigengereide Maarten Koning en Meneer Beerta, die al wat langer meeloopt op het Bureau, draagt hier wezenlijk aan bij. Tel daar nog bij op dat de hele roman eigenlijk gaat om intermenselijke verhoudingen, gesymboliseert door het feit dat het gaat om mensen die elkaar allemaal collega mogen of moeten noemen en je hebt de hele roman daarmee wel gekarakteriseerd.
Erg knap dat hij mij daardoor zo weet te boeien, hoewel ik me kan voorstellen, dat er mensen zijn, die na pakweg zo'n 200 bladzijden afhaken. Ik dus niet.

Ik heb deel 4 ook nog eens ooit aangeschaft voor de schandalige weggeefprijs van 2 euro op een uitverkoop, het boek was (en is) spiksplinternieuw en staat nog ergens ongelezen in de kast, maar niet meer voor lang. Ook de overige delen zal ik proberen dekomende tijd te verzamelen, dat zegt genoeg over mijn waardering voor dit boek.

Reacties op: Heel veel over heel weinig en toch boeiend