Erik Provenier, hoofdpersoon en alter ego van de schrijver, lijdt aan een obsessieve liefde en daarnaast aan dysthymie, een gemoedstoornis, oftewel een insluipende depressie die reeds na de puberteit begint. Hij leeft met constante gedachten aan de dood en zelfmoord, experimenteert met wisselende medicaties en loopt bij een psychiater, Kirchner genaamd.
Daarnaast is enige decadentie hem niet vreemd. Zoals hij zelf ook toegeeft, is dat inherent aan zijn opvoeding. Vaak ook wordt er in het boek een vergelijking gemaakt met het leven van Dr. Jekyll en Mr. Hyde, om zijn wisselende stemmingen aan te geven.
Het is een erudiet boek met mooie zinnen, maar naar mijn smaak iets te lang om continu te kunnen blijven boeien, hetgeen niet wil zeggen dat ik het boek, ondanks de neerslachtige teneur, niet met plezier heb gelezen, integendeel. Het mooiste gedeelte is wanneer onze held wordt opgenomen in een psychiatrische kliniek. Hieronder een drietal fragmentjes:
“Kirchner stelde mij voor aan de psychiater in opleiding die voor mij verantwoordelijk zou zijn in de kliniek. Een jonge hond, die Peeters; er kwamen weinig woorden uit zijn mond. Hij keek mij aan of ik ongevraagd bij hem kwam solliciteren, terwijl hij geen vacature te vergeven had.”
“Op een grote sofa verschool ik mij achter mijn boek, maar de letters spraken niet.”
“Een nieuwe dag in de kliniek! De wereld teruggebracht tot noodgebouw.”
Na zijn ontslag stalkt hij zijn ex-vriendin, die inmiddels een ander heeft en volgt uiteindelijk een poging tot zelfmoord die mislukt. Hierna volgt het inzicht, dat het leven geen diepere betekenis heeft, “er valt eenvoudig niets te begrijpen aan ons bestaan” en “dat iedereen van zijn leven een verhaal maakt. Het einde van elke liefdesverdriet is het pijnlijke inzicht dat het hele leven is als een straf. “

Reacties op: Autobiografische hellegang en wederopstanding