De Ieren staan bekend om hun melancholische hart, zeker hetgroenepadook in de literatuur. Zomaar wat citaten:
“Being Irish, he had an abiding sense of tragedy, which sustained him through temporary periods of joy” (W.B. Yeats).
“To be Irish is to know that in the end the world will break your heart” (Daniel Patrick Moynihan).
“The tune was, as the best of Ireland was, melancholy and lovely as a lover’s tears” (Nora Roberts).
Het groene pad van Anne Enright is hierop geen uitzondering. Alle personages dragen een depressieve noot, ze verlaten Engeland of lopen in Ierland tegen hun (nood)lot aan. Geen vrolijke roman dus, maar wel een mooi inkijkje in de Ierse ziel.

Enright draait al even mee: ze begon met schrijven begin jaren ’90. Ze verwierf internationale bekendheid toen haar boek De samenkomst in 2007 de Man Booker Prize won. Ook Het groene pad werd dit jaar genomineerd, maar won niet. In deze roman draait het om een gezin, Rosaleen en Pat Madigan, met vier kinderen: de homoseksuele Dan, de burgerlijke Constance, ontwikkelingswerker Emmet en de alcoholistische Hanna. Allen hebben ze een slechte band met hun moeder en ook de relaties onderling zijn niet bepaald warm te noemen. Na jaren van weinig contact, komen ze samen met kerst, omdat Rosaleen haar huis wil verkopen. En zoals het een echte kerst betaamt, ontaardt dit natuurlijk in een drama.


In het eerste deel komen de kinderen om de beurt aan het woord, ieder in een eigen hoofdstuk, in een eigen jaartal. Dat zorgt ervoor dat je in het begin op afstand blijft. Er is niet genoeg tijd of diepgang om de karakters echt te leren kennen. Het voelt meer alsof je het fotoalbum van een onbekende doorbladert. Gek genoeg is het de verhaallijn van Rosaleen die wél naar de keel grijpt, hoewel zij het minst aan het woord is. Het is in haar dat het vervliegen van de tijd en de bijbehorende pijn het meest zichtbaar is. Ze brokkelt steeds verder af, net als haar huis. Op kerstavond wordt het haar teveel. Ze loopt weg, richting zee, waar ze vroeger met Pat liep in hun verkeringstijd. Enright bouwt het precies goed op. Als schaduwfiguur in de verhalen van haar kinderen, is Rosaleen eigenlijk de sleutelfiguur in het boek. “Mijn maagdenbloem, de mooiste bloem. Hier ergens hadden ze elkaar voor het eerst gekust, terwijl haar hondje uitkeek over zee en wachtte tot ze klaar waren. […] ‘Hah’, zei ze, omdat ze veertig jaar van Pat Madigan had genoten, en ‘Hah’, omdat hij dood was en zij nog leefde, hier op het groene pad. Al jaren niet meer op de mond gekust. Jaren.”


Enrights schrijfstijl doet denken aan Frank McCourt, die in 1996 op 66-jarige leeftijd debuteerde met De as van mijn moeder. Eenvoudig en realistisch dus, met scherp oog voor details. Geen poëzie maar proza. Daardoor duurt het even voor je in het boek zit – het is té echt, te staccato – maar als aan het einde het schilderij af is, het groene pad bewandeld, is de wereld van de Madigans net zo reëel als die van jezelf. En wil je, ondanks al het verdriet, niets liever dan zelf de ruige heuvels van het feeërieke Ierland beklimmen.

Reacties op: Come dance with me in Ireland