Chris Mooney heeft na zijn debuut Denk aan Sarah de voorkeur gegeven aan een vast hoofdpersonage. In Vermist introduceert hij rechercheur Darby McCormick, werkzaam bij de politie van Boston. McCormick keert terug in het derde boek, De geheime vriend, en speelt ook de hoofdrol in het laatste verhaal, De dodenkamer.

Rechercheur Darby McCormick wordt naar een plaats delict gestuurd waar een vrouw dood werd aangetroffen, vastgebonden op een stoel. Met haar vriend en collega, Jack Cooper, alias Coop, gaat Darby op onderzoek en ze stelt vast dat bij de dode, Amy Hallcox, de mond van oor tot oor is opengesneden. Naast de stoel van de vrouw is op een andere stoel haar twaalfjarige zoon John, alias Sean, zwaargewond maar in leven achtergebleven. Tijdens het sporenonderzoek ontdekt McCormick dat er nog iemand rondloopt in een bos achter het huis, en ze raakt betrokken in een vuurgevecht met een van de daders. Jamie Russo, een ex-agente wier man enkele jaren terug is vermoord door een kopstuk van de georganiseerde misdaad, is getuige geweest van de moord op Amy Hallcox. Russo is echter op pad met een missie: ze wil iedereen die een aandeel heeft gehad in de dood van haar man om het leven brengen. De messen zijn geslepen, McCormick is op zoek naar de moordenaars om ze te arresteren. Russo is ook op zoek, maar om ze uit wraak te liquideren. Het toeval wil dat het deels om dezelfde personen gaat. Personen die zich niet zomaar laten vangen.

In de opzet van het verhaal klopt alles. Alle ingrediënten, nodig voor een superspannend verhaal, zijn weer aanwezig. Maar dat is nog geen garantie dat het dat ook wordt. Veelvuldig schakelend tussen de twee dames die, zonder het van elkaar te weten, dezelfde gangsterclan willen uitroeien, kapt Mooney veel spannende passages op of net voor het hoogtepunt af om weer naar de andere verhaallijn te switchen. Dat kan een paar keer zonder een diepe zucht van de lezer, maar teveel werkt op den duur vermoeiend en haalt de snelheid uit het verhaal. Er moet telkenmale worden gewacht tot Mooney zijn zoeker weer in de andere richting draait. Jammer, ronduit jammer, want het verhaal komt zo in een sukkelstraatje terecht dat de lezer verplicht door te lezen om terug in de sfeer te komen. Als het er dan toch op gaat lijken dat beide dames ieder hun eigen plot krijgen, raakt zelfs Mooney een beetje verstrikt in zijn eigen verhaal. Géén plot is het resultaat, en ook een onbevredigend einde, zonder dat ooit duidelijk wordt wat precies de rol en doelstelling van Russo was. 

Voor de lezer is de eindconclusie tevens het enige wat hij van dit boek zal onthouden: Mooney heeft eigenlijk zijn eigen verhaal naar de verdommenis geschreven!

Reacties op: Géén plot en een onbevredigend einde