Advertentie

Milan van Opmeer (Vlaardingen, 1966) besluit in 2010, op 44-jarige leeftijd, zijn eerste roman te schrijven. Uit onvrede met de huidige maatschappij verschijnt De Parijse conventie, door hemzelf gepositioneerd als 'een drieluik met meerdere gezichten'. Onlangs verscheen zijn eerste thriller, Een weekend Hotel du Cap.

Een weekend Hotel du Cap beschrijft een deel van het leven van Waldemar van Splunteren, werkzaam als wetenschappelijk onderzoeker van gerechtelijke dwalingen. Als afronding van een onderzoek en publicatie van het advies aan de rechterlijke macht, wordt hij op non-actief gezet. Waldemar lijdt aan nachtmerries na het verlies van zijn vrouw Antoinette en dochtertje Claire. Ze zijn beiden om het leven gekomen bij een explosie ten gevolge van een gaslek in een restaurantkeuken.

Op advies van Antoinettes vriendin Mirjam, meldt Waldemar zich aan bij een kuuroord, waar hij hulp krijgt voor zijn traumaverwerking. Na zijn terugkeer blijft het verleden hem echter achtervolgen met angstdromen en veelvuldige flashbacks. Hij besluit om samen met Mirjam de noodlottige reis nog eens over te doen. Langzaam ontwikkelt zich het beeld dat het ongeluk wellicht toch geen ongeluk was. Het antwoord ligt waarschijnlijk verborgen op een ander continent, in Indonesië.

Een weekend Hotel du Cap kan zeker niet gezien worden als een standaardthriller. Of het boek überhaupt in de categorie van de thrillers thuishoort, valt zelfs nog te bezien. Het verhaal vertelt de strijd die door Waldemar van Splunteren wordt gestreden om zijn leven, na een paar ingrijpende gebeurtenissen, weer op de rails te krijgen. Om dat beeld duidelijk te krijgen zijn herbeleving van de angstdromen en terughalen van herinneringen van groot belang. Edoch zijn spanning en psychologische lading hierbij minimaal aanwezig. Hiervoor in de plaats neemt de auteur uitgebreid de tijd om de verschillende therapiesoorten de revue te laten passeren. Dat hierin geen ruimte voor suspense is zal de thrillerlezer als een gemis beschouwen.

Een weekend Hotel du Cap blinkt niet uit door een strakke structuur. Dit helpt de lezer geenszins. Op willekeurige momenten, half in een gebeurtenis, is het niet altijd (of pas heel laat) duidelijk waar en wanneer een en ander zich afspeelt. Daarmee is ook niet direct vast te stellen wat de relatie is met — of wat het toevoegt aan — de ontknoping respectievelijk oplossing.

Milan van Opmeer heeft, gezien zijn studies, grote belangstelling voor de filosofische wetenschap. Dat uit zich in veelvuldig gebruik van ellenlange zinnen. Pas echt vervelend wordt het als hij hierbij het grootste aantal woorden in één zin tot doel lijkt te gaan verheffen. Verdeeld over twee pagina’s, opgebouwd uit vele honderden woorden met bijna evenveel komma’s, formuleert de auteur één zin die daardoor onleesbaar is geworden. De vraag rijst voor wie de auteur schrijft, wat zijn doelgroep feitelijk is. Je krijgt de neiging te denken dat hij voortdurend met zichzelf in competitie is. Een weekend Hotel du Cap zal vermoedelijk geen run van enthousiaste thrillerlezers op de boekwinkel veroorzaken.

Reacties op: Té veel té lange zinnen