Advertentie
    Christien Boomsma Hebban Recensent

Daar is hij dan. Nog geen vier maanden na het verschijnen van Heksenwaan, is daar Heksenkind, deel twee in de nieuwe serie van Martijn Adelmund en Iris Compiet over de wereld van de nornir – of heksen – die zich verbergt in de plooien van de werkelijkheid.

Slim in de markt gezet dit, want deel een was origineel, speels en onderhoudend. Las als een trein, maar liet je na 160 pagina’s toch een beetje verweesd achter. Nou al voorbij? Dus als je deel twee er snel achteraan stuurt, op een moment dat dat vorige deel nog vers in het geheugen ligt… tja, dan willen de lezers wel. En ik ook.

Ik stond vooraan in de rij om deel twee te lezen, want ik wilde weten of de auteurs het niveau van deel één konden handhaven en hun belofte konden houden: namelijk dat het duisterder zou worden en grimmiger. Een er wachtte een plezierige verrassing: het is gelukt!

Nikki Zeevensloten, het meisje dat in Heksenwaan dreigde te veranderen in kotervlees, is nog lang niet veilig. Nadat Nikki ontdekte dat zijzelf een norn is, zijn zij en haar helper Balthus gevlucht. Maar nu worden ze achterna gezeten door de Schaduwraad, geleid door de rücksichtslose Patroon. Het tweetal vindt een schuilplaats in Keulen, maar blijkt ook daar niet veilig. En ondertussen ontdekt Nikki geheimen over haar afkomst die haar bepaald niet bevallen.

Adelmunds schrijfstijl is nog net zo vloeiend als in het eerste deel en misschien nog wel meer. Het is de magie van de eenvoud, die hij hier laat zien. Een zinnetje als “Ursula’s stemgeluid was knarsend als stenen die langs elkaar heenbewegen” is eenvoudig, maar tegelijk beeldend en origineel. Het is vooral daaraan te danken dat het boek zo gemakkelijk leest en je geen moment neiging hebt om het weg te leggen.

De karakters en fantasievolle figuren zijn gebleven: de gekke, trouwe Balthus, het heksenmeisje Sarah, Zanzibar die de vluchtelingen onderdak verleent in zijn kaartenwinkel, de Patroon of het valse hoofd van de kweekschool. Stuk voor stuk komen ze je bekend voor, want ergens heb je ze eerder ontmoet: de figuren die voorkomen in al die andere verhalen over heksen. Clichés, ja, maar ze krijgen steeds een frisse draai en wanneer ze opduiken, voelen ze als aangename ontmoetingen met oude bekenden.

Het verhaal zelf echter is iets rechtlijniger geworden, met minder zijsprongen. Het doet nog altijd jong aan - meer een kinderboek dan een echte young adult -, met korte spanningsbogen en problemen die zich steeds binnen enkele pagina’s voordoen en weer worden opgelost. Maar doordat er minder van zijn, valt dat minder op.

De grimmigheid van de nornirwereld heeft echter, zoals beloofd, een extra duwtje gekregen. Nikki ontdekt bijvoorbeeld de ‘honger’, waardoor ze leven onttrekt aan de wereld om haar heen en zelfs een bedreiging blijkt voor haar vriend Balthus. Prima te stillen met een hapje kotervlees blijkt, maar dat gaat haar wat ver. Het moment dat Nikki in handen dreigt te vallen van de Patroon en bedreigd wordt door een reuzenspin, zal mensen met een gezonde afkeer voor geleedpotigen de rillingen over de rug jagen. De vergelijking met Roald Dahls Heksen is vaker gemaakt en terecht. Adelmund en Compiet genieten zichtbaar van hun spelletje met het duister.

Heerlijk leesvoer dus. Blijft wel dat ook dit boek kort is. Té kort. Net als Heksenwaan is de koek wat te snel op en dan heb je dus nog honger. En net als Heksenwaan blijven de emoties van de hoofdpersoon een beetje aan de oppervlakte: Nikki maakt heel wat mee, maar haar woede, angst en verdriet worden zelden invoelbaar. Daardoor blijft ook het grimmige element luchtig: het spelletje is weliswaar duister, maar niet echt gevaarlijk.

Het geheel wordt opnieuw vervolmaakt door de onnavolgbare en sfeervolle tekeningen van Iris Compiet: grillige portretten die levensecht aanvoelen, tekeningen van grimmige doodshonden en spookachtige kraaien. De extra dimensie doet veel voor het boek. En wat vind ik het jammer dat ze niet door de tekst heen staan – niet als ‘plaatje bij een verhaaltje’, maar als losse schetspagina’s door het boek heen, desnoods helemaal aan het begin. Daar aan het einde staan ze toch wat weggestopt en ze verdienen meer prominentie.

Heksenkind bewijst dat Adelmund en Compiet die Hebban Fantasy Award vorige maand niet voor niks hebben gekregen. Ze hebben zich opnieuw bewezen. Alleen de volgende keer meer bladzijden graag!

Reacties op: The Grim Collective geniet van het spelletje met het duister