Advertentie
    Christien Boomsma Hebban Recensent

In Groot-Brittannië bestaan ze echt: hekserijmusea, zoals dat in Boscastle in Cornwall. Tot de zolder gevuld met ‘echte’ magie – heksenflessen, amuletten, beenderen die magische kracht zouden bezitten en ooit daadwerkelijk gebruikt zijn door plaatselijke ‘heksen’.

Zulke plekken schreeuwen natuurlijk om een boek. Logisch dat Syd Moore het ficitieve Essex Witch Museum gebruikte als uitgangspunt voor haar serie The Essex Witch Museum Mysteries. In het eerste deel, Strange Magic, maken we kennis met Rosie Strange die tot haar grote verrassing een erfenis in de schoot geworpen kreeg. Haar grootvader, met wie de familie al jaren geen contact meer had, is overleden. Zijn heksenmuseum liet hij aan haar na.

Rosie - opsporingsambtenaar bij de sociale dienst – heeft maar één doel als ze afreist naar Essex: het museum zo snel mogelijk laten taxeren en dan verkopen. Maar dan duikt er een academicus op die haar en curator Sam smeekt om de beenderen op te sporen van Ursula Cadence, een heks uit de zestiende eeuw. En zo gaat Rosie letterlijk op heksenjacht, want niet alleen hangt het leven van een kind ervan af, er wacht haar ook een aanzienlijke financiële beloning.

Het resultaat is vooral een lekker boek. Strange Magic heeft geen enkele pretentie: het verhaal is simpel – denk Midsomer Murders eenvoud. Rosie en Sam krijgen een aanwijzing omtrent de verblijfplaats van de gezochte beenderen, reizen er haastig naartoe, vinden ter plekke een nieuwe aanwijzing en reizen verder. Ze hebben geen uitzonderlijke skills om in te zetten – al is Rosie door haar functie als opsporingsambtenaar wat doortastender dan de academische Sam, die dan wel weer heel veel van de geschiedenis van hekserij weet.

Heel erg spannend wordt het nergens, zelfs niet als Rosie meer en meer geconfronteerd wordt met bovennatuurlijke verschijningen. De karakters zijn redelijk oppervlakkig, en de verwikkelingen roepen nergens een ‘wow’-gevoel op.

En toch.

Moore drukt wel degelijk op de juiste knopjes. Haar taalgebruik is beeldend en levendig. De spanning tussen Rosie en Sam is misschien cliché, maar wérkt wel. Er zit meer dan genoeg vaart in het verhaal om de lezer bij de les te houden en te laten doorlezen.

Sommige wendingen zijn hoogst onwaarschijnlijk – denk aan een kwaadaardige gravin, de Oost-Europese maffia of een speciale branche van MI6 die zich bezighoudt met het bovennatuurlijke – maar ach, je vergeeft het Moore graag. Originaliteit of verpletterende plottwists zijn niet waar dit boek om draait.

Alleen Rosie zelf is ergerlijk traag van begrip. Moore zet haar neer als skeptisch en dat is prima. Maar als Ursula Cadence na een boeklange heksensenjacht vol bovennatuurlijke verschijnselen dan eindelijk wordt opgeroepen en verschijnt boven haar beenderen en zij nóg constateert dat een ‘odd chemical reaction is occurring’, krijg je wel zin haar een klap te verkopen.

Maar dan vergeef je het haar toch weer en lees je verder. Omdat dit boek gewoon lekker is.  

Reacties op: Lekker leesbaar, zonder pretenties