Advertentie
    Claar van Lieshout Boekverkoper

'Schiet maar, ik ben toch al dood' Julia Navarro.
Fantastisch en deskundig geschreven, het begint in de tijd van de tsaren, het eindigt ergens in Israel in een nieuwe eeuw.
Door al die tijden heen zijn situaties van toen nog altijd actueel

'Op mijn leeftijd doet de tijd er niet zo toe’, zegt de oude man; Eziechel Zucker tegen Marian Miller, zij komt voor een gesprek over het 'nederzettingsbeleid' in Jeruzalem.
Miller vraagt Zucker wat hij kan vertellen 'over het leed van de ontheemden' en zo komen we uit op de voorouders van Zucker;

'Russen', 'Mijn grootvader was bonthandelaar'. Hij reist door Europa en trouwt met een Parisienne, woont in omgeving van Warschau en neemt zijn oudste zoon Samuel mee naar Frankrijk ten tijden van de moord op de tsaar, zijn gezin wordt slachtoffer van de pogroms. Het is rond 1880.
Isaac vertrekt vanuit zijn geboorteplaats met Samuel naar St. Petersburg. Hij probeert er kledingstukken uit Parijs en bontmantels, bontjasjes 'naar de Parijse smaak' aan het hof te verkopen.
Het lot van vader en zoon in St.Petersburg verergert als de nieuwe tsaar nieuwe regels invoert, de situatie voor Joden verslechtert.

'Volgend jaar in Jeruzalem’ met die woorden vertrekt eind 1800 Samuel uit Rusland om via Parijs naar Israel te vertrekken.

De dag dat Samuel met de boot in Jaffa aankomt, ziet hij een vrouw op de kade. Hij 'werd gefascineerd door de schittering van haar grote en diepzwarte ogen'. De man, Achmed Ziad, die bij haar is zegt tegen hun zoon Mohamed;'Op een dag zul jij ook met zo'n boot reizen’.
En zo begint in 'Het Beloofde land' de tweede verhaallijn.

Toevalligheden kruisen het pad van Samuel en Ahmed en met het gezin komen ze aan bij de Damascuspoort 'een van de toegangspoorten tot 'de Oude Stad'.
Met het verdiende geld van pelzen en bontmantels in Parijs koopt Samuel landerijen, zo worden Samuel en Achmed buren. Geheel volgens de ideeën van Marx zet Samuel samen met enkele mannen en vrouwen afkomstig uit Vilnius en Moskou een nieuwe nederzetting neer; ‘De Tuin van de Hoop’. 'We zijn socialisten' zei een van hen maar 'ze wisten geen van allen iets van de grondbeginselen van de landbouw'. ‘Na verloop van tijd begon Ahmed te wennen aan die vreemde buren'.

Zo neemt schrijfster Julia Navarro mij verder mee in een reis door de tijd en lees ik onafgebroken in ‘Schiet maar, ik ben toch al dood’ over twee families die elkaar nabij zijn gebleven.
In heb de geweldige, imposante en historische roman ‘Schiet maar, ik ben toch al dood’ van Julia Navarro met enorm veel genoegen gelezen, een indrukwekkend tijdsbeeld trekt voorbij.
Het is een prachtig verhaal over verbintenissen, geboorte en sterven, de geschiedenis van Israel, van Rusland en van enkele mensen die mij gedurende het lezen dierbaar zijn geworden.
Wat een verhaal, meeslepend, ontroerend en avontuurlijk, ik heb ervan genoten.

Reacties op: Schiet maar, ik ben toch al dood