Het lezen van The Black Angel is niet zomaar ‘lezen’. Het is een ervaring. Een ervaring die de lezer raakt op verschillende diepten. Aan de oppervlakte is daar het verhaal van een nichtje van Louis, de vriend van Charlie Parker. Het nichtje, Alice, is verdwenen na een steeds sneller pad op weg naar een dood als heroïnehoertje. Toch zijn er mensen die veel om Alice geven, waaronder Louis, en dus helpt Charlie zijn vriend Louis om de moordenaar van Alice te vinden. Hierop volgt het verhaal van de moordenaar, die niet ‘zomaar’ jonge vrouwen vermoordt. Hij gebruikt hun botten en schedels voor het opbouwen van een ereplaats voor een wel zeer bijzonder beeld. En dus volgt het verhaal van het beeld: het beeld is naar verluidt slechts het zilveren omhulsel van een ‘Black Angel’, die ooit met zijn tweelingbroer samen op aarde leefde. De Black Angels hadden menselijke – nou ja, min of meer menselijke – helpers, waarvan er eentje, Brightwell genaamd, de jacht opent op Louis en vooral ook op Charlie. Tot zijn verbijstering maar ook tot een zekere opluchting verneemt Charlie waarom hem soms dingen duidelijk worden die andere mensen niet zien.

Meer nog dan in de vorige boeken over Charlie Parker hint John Connolly naar het bestaan van andere wezens op aarde, wezens die ouder zijn dan wij ons kunnen voorstellen – en met een wredere aard dan wij zouden willen weten. Het verhaal wordt echter nergens onwaarschijnlijk, integendeel, veel auteurs die een ‘bovennatuurlijk’ trekje aan hun verhaal willen geven kunnen in de leer bij Connolly. Zelfs als de tocht van Charlie, Louis en Angel hen naar een oud klooster in Tsjechië voert, een klooster dat een duister geheim zou bevatten, krijg je als lezer niet het idee dat het hele verhaal uit de lucht gegrepen is. En dat is het ook niet… Het klooster bestaat in ieder geval echt.

(Door: Jannelies Smit)

Reacties op: Zeer realistisch