Diana Wienholds Hebban Recensent

Athol Dickson werd in 1955 geboren in Tulsa, Oklahoma. Hij werkte o.a. als krantenjongen, stoffeerder, bokser en barman. Als jonge twintiger kwam hij in de ban van de hippiebeweging en hij raakte verslaafd aan drugs en alcohol. Via het Zenboeddhisme probeerde hij zichzelf te genezen, maar het was vooral aan zijn diepgaande Bijbelstudie te danken dat hij weer op het rechte pad terechtkwam. Dickson woont momenteel in Californië, waar hij een eigen architectenbureau leidt. Het schrijven heeft Athol geen windeieren gelegd: met zijn laatste boek De Catastrofe won hij in 2010 voor de derde keer op rij een 'Christy Award'. Dickson wordt wel eens vergeleken met auteurs als Flannery O’Connor, Octavia Butler en Daphne du Maurier.

Solomon Cantor (62) komt na jaren vrij uit de staatsgevangenis van Louisiana. Zijn vrouw, Gabby (62), komt hem ophalen. Zij wonen in New Orleans. De levens van Ruth Gold (32) rabbijn van de grootste Joodse synagoge in New Orleans en Kate Flint, weduwe en moeder van twee kinderen, zijn verweven met dat van Solomon Cantor. Toen zij beiden nog klein waren hebben zij namelijk na de moord op Nan Smith, zendelinge en vriendin van ene Orvis Newton, tegen Solomon getuigd waardoor hij de gevangenis in moest. Na zijn vrijlating komen zij hem weer tegen en gezien het feit dat er vanaf dan veel vreemde dingen gebeuren, verdenken zij Solomon ervan dat hij op wraak uit is. Maar, de veroorzaker van alle kwaad blijkt niet degene te zijn die zij denken...

Mede gezien de religieuze ondertoon van Ooggetuige en de vele Joodse woorden en uitdrukkingen is dit geen gemakkelijk en toegankelijk boek geworden. Het is jammer dat de onderhuidse spanning vaak teniet wordt gedaan doordat grote delen van het verhaal op een religieuze leest geschoeid zijn. Onder meer het evangeliseren van joden door christenen, de verschillen in godsdienstbeleving en in overtuiging, en het over en weer proberen elkaar te overtuigen van het goede van de eigen godsdienst, worden dusdanig uitvoerig beschreven dat het eigenlijke verhaal grotendeels ondergesneeuwd raakt. Dit is jammer omdat de basis van het verhaal zeker potentie heeft en er, zoals eerder gezegd, zeker spanning in het verhaal terug te vinden is.
Van Athol Dickson wordt gezegd dat zijn schrijfstijl wordt gekenmerkt door originaliteit, humor, verrassende wendingen en vaak een ontknoping die de lezer niet ziet aankomen. In Ooggetuige is hier helaas weinig van te merken. Humor en verrassende wendingen zijn er niet, en wie er achter de bizarre gebeurtenissen zit is voor de lezer al in een vroeg stadium van het boek duidelijk.

Het boek geeft tevens de strijd weer tussen Ruth en Kate die, toen zij klein waren, hartsvriendinnen waren. Beiden hebben nog steeds pijnlijke herinneringen aan de moord die in het verleden werd gepleegd en die hun vriendschap uiteindelijk vernietigd heeft. 25 Jaar later hebben zij de grootste moeite om het contact weer aan te halen, en dat is niet alleen vanwege hun verschillende geloofsovertuiging. Ze staan mijlenver uit elkaar, maar hebben elkaar nu weer hard nodig en dat leidt vaak tot heftige confrontaties.

Slotsom is dat Dickson deze keer helaas niet heeft kunnen kiezen tussen een roman over de verschillen in godsdienst en de gevolgen die hieruit voortvloeien, of een echte thriller met een moordenaar die een eerdere moord wil wreken. Met de uitspraak dat de Bijbel veruit zijn favoriete boek is, maakt Dickson wel meteen duidelijk waarom hij voor de religieuze opzet van dit boek gekozen heeft.

Reacties op: Humor en verrassende wendingen zijn er niet