Ellen IJzerman (prowisorio) Hebban Recensent

Yang Ke: Boekhandel Nieuwe Wind verkoopt Honderd jaar eenzaamheid en Het geraas en gebral. Erg goed, heb ik me laten vertellen.
Ma Jian: Ik heb ze gekocht en ook Voor wie de bel luidt van Hemingway. Maar ze raken door de voorraad heen. Ik moest een exemplaar van het Handboek voor elektrische reparaties in en om het huis van vorig jaar kopen, voor ze me de romans wilden verkopen.

Gelukkig hoefde ik niet een of ander Handboek aan te schaffen om dit boek van Ma Jian te kunnen lezen. Het stond gewoon beschikbaar in het lokale biebje.. tussen allerlei andere Chinaboeken onder de categorie 'Aardrijkskunde'. Dat is jammer, want dit boek leest als fictie en zou, onder die categorie vallend, ook meer lezers trekken. En dat verdient dit boek.
Het beschrijft de reis en redenen voor de reis van Ma Jian door China. Wie dacht dat China is 'als Peking', komt bedrogen uit. Maar dat verwacht ook niemand (toch?). Dat er echter zoveel verschillende bevolkingsgroepen leven en dat er zulke grote verschillen zijn, zowel qua cultuur als levensomstandigheden tussen die groepen, dat besef ik nu pas goed. Door dit boek.

Een regelmatig terugkerend onderwerp is de maatregel om slechts één kind per gezin toe te staan... een van de eerste keren dat dat duidelijk naar voren komt, is op het moment dat Ma Jian een spandoek beschrijft dat in Dunhuang tussen twee telegraafpalen hangt: Eerste kind: spiraaltje. Tweede kind: abortus. Derde kind: baarmoederverwijdering. Geschreven in 'bloedrode karakters'.

Ma Jian bezoekt in Suide de kraamafdeling van een ziekenhuis en ziet daar o.a. hoe een abortus wordt uitgevoerd:
Uit de vagina van een van de vrouwn bungelt een stukje touw, waaraan een glazen potje bevestigd is. Bloeddruppels vallen in een waskom daaronder.
Yan Hu vertelt me dat het andere eind van het touw aan een vijf maanden oude foetus is vastgehaakt. 'Het is een ongetrouwde moeder. De artsen hebben geen tijd om bij dat soort vrouwen een echte abortus uit te voeren. Ze maken daarom alleen het touwtje vast. De zwaartekracht doet de rest.'

Maar er wordt niet alleen maar over dit soort gruwelen verteld. Zo maakt Ma Jian onderweg kennis met een groepje boeren die voorzien van een trekker op een heuveltje langs de weg zitten. Na enige tijd komt een Jeep langs die onverhoopt komt vast te zitten in greppel die dwars over de weg loopt. Na enig onderhandelen zijn de boeren bereid om de Jeep los te trekken voor vijftig yuan.
Als de Jeep uit het zicht verdwenen is, rennen de boeren naar de greppel om hem nog wat uit te diepen. Daarna komen ze terug om de komst van het volgende slachtoffer af te wachten.
Ze verdienen er meer mee dan vroeger, toen ze nog op het land werkten.

Ma Jian probeert door middel van zijn reis o.a. inhoud te geven aan zijn boeddhistische geloof.. hij bezoekt vrijwel overal waar hij terecht komt de heilige plekken, tempels en beelden. Zoals ook China overal anders is, is ook de invulling van dat geloof overal weer anders... Uiteindelijk belandt hij in Tibet en in het land van de Dalai Lama raakt hij het geloof voorgoed kwijt en bereikt (daarmee) het einde van zijn zoektocht. Ma Jian verlaat de wildernis en keert terug naar de smerige mensenmassa's van de stad. Hij is er niet meer bang voor. Ze kunnen hem geen pijn meer doen. Hij is veranderd.

Tot slot: In Xuelin vraagt Ma Jian, tijdens zijn logeerpartij bij het gezin van het dorpshoofd, wat hun liefste wens is...

Bilisong, dorpshoofd, 47: Ik wil een huis van baksteen hebben dat de regen buiten houdt, zo'n huis als de mensen in onze districtshoofdstad hebben.
Kanggeng, echtgenote van Bilisong, 43: Ik wil een gouden tand. - Ze lacht. Ze heeft gave, witte tanden.
Sangamu, dochter van Bilisong, 25: Een horloge en een wekker.
Abengyi, echtgenoot van Sangamu, 30: Als ik rijk ben, koop ik een fiets.
Junmei, dochter van Sangamu, 5: Ik wil een waterijsje.
Biniou, zoon van Sangamu, 10: Een hond, zoals de grenspolitie heeft. Eén is genoeg.
Eiwo, dochter van Bilisong, 18: Ik wil niets.

Reacties op: Recensie Het rode stof