Advertentie
    Ellen IJzerman (prowisorio) Hebban Recensent

Raymond Clevie Carver werd in 1938 geboren in Clatskanie, Oregon en groeide op in Yakima, Washington Hij werkte na zijn schooltijd net als zijn vader in de houtzagerij. Hij trouwde, net negentien geworden, met de 16-jarige Maryann Burk. Zeven maanden later werd hun dochter geboren en nog weer een jaar later hun zoon. Carver was dus 20, getrouwd, vader van twee kinderen en moest - samen met Maryann - ervoor zorgen dat het gezin te eten had. Het is bijna ongelooflijk dat Carver daarnaast nog tijd vond om te studeren én om te schrijven.
In 1960 werd voor de eerste keer een kort verhaal van hem gepubliceerd, maar het duurde lang voordat zijn verhalen in boekvorm verschenen. Pas in 1976, nadat er al drie gedichtenbundels van zijn hand waren verschenen, werd de eerste verhalenbundel uitgebracht onder de titel Will you please be quit, please? Het is deze eerste bundel die nu opnieuw in het Nederlands vertaald is en uitgebracht met als titel Wees alsjeblieft stil, alsjeblieft.

Waarom deze lange inleiding over de schrijver zelf? Omdat elk verhaal in deze bundel overduidelijk aantoont dat Carver weet hoe de 'blue collar' mens leeft. Hij weet dat niet alleen, hij ís die mens. Hij is dat eenzame jongetje met die halve vis, die daarmee thuis aandacht hoopt te krijgen. Hij is Ralph, die zijn Marian niet vertrouwt, net zolang doorduwt tot hij de waarheid achterhaalt en er dan voor op de loop gaat. Hij is ook de postbode, die maar al te goed weet hoe het met die nieuwe familie in zijn wijk af gaat lopen. En hij is de werkloze man die een stofzuigerverkoper binnenlaat:

Hebt u een auto? vroeg hij.
Geen auto, zei ik. Ik heb geen auto. Als ik een auto had zou ik u ergens heen rijden.
Jammer, zei hij. Bij dit zuigertje zit namelijk standaard een verlengsnoer van twintig meter. Als u een auto had, dan kon u dit zuigertje tot vlak bij uw autoportier rijden en de pluchen vloerbedekking en luxueuze verstelbare stoelen eveneens zuigen. U zou ervan staan kijken hoeveel er mettertijd van ons verloren gaat, hoeveel zich van ons ophoopt, in die mooie stoelen.


Zonder opsmuk en zonder enige omweg, maar met een enorme intensiteit vertelt Carver over doodgewone mensen zonder grote wensen, zonder grote ideeën. Ze zijn allemaal op zoek naar aandacht en een beetje liefde. Of ze nu getrouwd zijn, een gezin hebben, bij hun ouders leven of een avond bij vrienden doorbrengen. Iedereen is alleen. Nooit kennen ze de ander echt of vertrouwen ze de anderen helemaal. Nee, van de verhalen in deze bundel wordt je niet vrolijk, maar wel stil. Omdat ze zo mooi zijn.
Natuurlijk merk je aan de verhalen dat ze geschreven zijn in de jaren zestig en zeventig. Uit het feit dat alle verhalen recht overeind blijven, nergens verouderd aandoen en van de eerste tot de laatste zin boeien, blijkt het weergaloze talent van Carver.

Een waarschuwing vooraf: mocht je deze verhalen ook willen lezen, maar nog maar net gestopt zijn met roken, dan is het verstandig om het lezen van dit boek nog even uit te stellen...

Gelezen en gerecenseerd voor Dizzie.nl in 2012

Reacties op: Rokerig, kaal, en zeer intens